Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433818 nr. 39

33 818 Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en wijziging van verschillende wetten in verband met het aanpassen van de Werkloosheidswet, het verruimen van de openstelling van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en de beperking van de toegang tot de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Wet werk en zekerheid)

Nr. 39 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID DIJKGRAAF TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 9

Ontvangen 13 februari 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel O, wordt aan artikel 669, eerste lid, een volzin toegevoegd, luidende: Herplaatsing ligt in ieder geval niet in de rede indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e.

Toelichting

Het wetsvoorstel formuleert een algemene verplichting voor de werkgever om te werken aan herplaatsing, in aanvulling op de eis dat bij opzegging sprake dient te zijn van een redelijke grond. Indien herplaatsing niet in de rede ligt, komt de herplaatsingsverplichting te vervallen. Desondanks regelt het wetsvoorstel dat de verplichting tot herplaatsing zelfs van toepassing kan zijn in de situatie waarin sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, waarbij het voortduren van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van de werkgever verwacht kan worden. Dat is onwenselijk. Dit amendement specificeert dat de verplichting om te werken aan herplaatsing in dit geval niet in de rede ligt.

Dijkgraaf