Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433818 nr. 34

33 818 Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en wijziging van verschillende wetten in verband met het aanpassen van de Werkloosheidswet, het verruimen van de openstelling van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en de beperking van de toegang tot de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Wet werk en zekerheid)

Nr. 34 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN NIEUWENHUIZEN-WIJBENGA EN HAMER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 28

Ontvangen 13 februari 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel R, wordt in artikel 670b, derde lid, «een maand» vervangen door: drie weken.

II

In artikel I, onderdeel S, wordt in artikel 671, derde lid, «een maand» vervangen door: drie weken».

Toelichting

De werkgever heeft de plicht om in een beëindigingsovereenkomst of binnen twee werkdagen nadat een werknemer schriftelijk heeft ingestemd met de opzegging (als bedoeld in artikel 7: 671 en artikel 7:670a, lid 2 BW) de werknemer schriftelijk te wijzen op de veertiendaagse bedenktermijn. Binnen deze veertien dagen heeft de werknemer het recht om de beëindigingsovereenkomst, zonder opgaaf van redenen, te ontbinden of zijn instemming te herroepen. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om de termijn van veertien dagen te verlengen naar een maand indien de werkgever niet aan deze informatieplicht heeft voldaan. Met dit amendement wordt de termijn van een maand gewijzigd in een termijn van drie weken.

Van Nieuwenhuizen-Wijbenga Hamer