Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201733812 nr. 5

33 812 Uitwerking van de aanbevelingen van de Parlementaire enquêtecommissie Financieel Stelsel

Nr. 5 HERDRUK1 VOORSTEL VAN DE LEDEN VAN RAAK, VAN DER LINDE, KOOLMEES, VERMEIJ, VAN VLIET EN VAN TOORENBURG TOT WIJZIGING VAN DE REGELING PARLEMENTAIR EN EXTERN ONDERZOEK NAAR AANLEIDING VAN EEN EVALUATIE VAN DE WET OP DE PARLEMENTAIRE ENQUÊTE 2008

De Regeling parlementair en extern onderzoek wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een komma twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. enquêtecommissie: een commissie als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de parlementaire enquête 2008 en artikel 141 van het Reglement van Orde,

e. tijdelijke commissie: een commissie als bedoeld in artikel 142 van het Reglement van Orde.

2. In het tweede lid, onder a vervalt: als bedoeld in de Wet op de parlementaire enquête 2008 en hoofdstuk XII van het Reglement van Orde.

3. In het tweede lid, onder b vervalt: als bedoeld in artikel 18 van het Reglement van Orde.

B

In artikel 2 vervalt de laatste volzin.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

2. De Kamer kan geen bevoegdheden aan derden overdragen in het kader van extern onderzoek.

3. Bij extern onderzoek kan een klankbordgroep van leden uit de meest betrokken commissie worden ingesteld. De dagelijkse begeleiding van de uitvoerder is in handen van de Griffier.

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «commissie(s)» vervangen door: commissie.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. Het presidium kan tevens aan de Kamer voorstellen een tijdelijke commissie als bedoeld in artikel 18 van het Reglement van Orde in te stellen die naar aanleiding van een aangenomen motie tot het doen van een enquêteonderzoek een onderzoeksvoorstel opstelt.

E

De titel van hoofdstuk 3 komt te luiden:

HOOFDSTUK 3. BEVOEGDHEDEN EN UITVOERING ONDERZOEK DOOR EEN TIJDELIJKE COMMISSIE

F

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin wordt na «parlementair onderzoek» ingevoegd «als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder b,» en vervalt: enquêtecommissie als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder a, dan wel een.

2. De tweede en derde volzin vervallen.

G

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid alsmede de aanduiding «2.» voor het tweede lid en het derde lid vervallen.

2. In de tekst vervalt: de bevoegdheden.

H

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10

Derden zijn niet verplicht medewerking te verlenen aan een tijdelijke commissie.

I

Artikel 11 vervalt.

H

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

1. Een tijdelijke commissie kan verzoeken dat:

a. schriftelijke inlichtingen worden verstrekt;

b. afschriften van documenten worden verstrekt;

c. inzage in documenten wordt gegeven, of

d. kennisneming in documenten wordt verleend.

2. Voor de toepassing van de artikelen in dit hoofdstuk worden onder afschriften van documenten tevens schriftelijke inlichtingen begrepen.

I

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

1. De tijdelijke commissie kan tijdens hoorzittingen en in haar rapport citeren uit en verwijzen naar afschriften van documenten.

2. Naar afschriften van documenten die de tijdelijke commissie vertrouwelijk behandelt en archiveert, kan de tijdelijke commissie in hoorzittingen en haar rapport slechts verwijzen op niet-herleidbare, geparafraseerde en geanonimiseerde wijze.

3. De verstrekte documenten worden na afloop van het parlementair onderzoek opgenomen in het archief van de Kamer.

J

Na artikel 13 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 13a

1. Documenten die ter inzage aan de tijdelijke commissie zijn gegeven, worden vertrouwelijk behandeld.

2. De tijdelijke commissie verwijst niet naar de inhoud van deze documenten, tenzij dit is toegestaan op basis van afspraken met degene die de documenten ter inzage heeft gegeven.

3. De documenten worden voor de duur van het onderzoek overgebracht naar het gebouw van de Kamer, tenzij de commissie anders beslist. De documenten worden na afloop van het onderzoek teruggezonden aan degene die de inzage heeft gegeven.

4. De ter inzage verkregen documenten worden vermeld op een lijst, die wordt toegevoegd aan het vertrouwelijke deel van het archief. De commissie stelt beperkingen aan de openbaarheid van de lijst en vermeldt het bestaan ervan in haar rapport.

Artikel 13b

1. De tijdelijke commissie bewaart geheimhouding omtrent de inhoud van documenten ter zake waarvan haar kennisneming is verleend.

2. De commissie bepaalt na overleg met de eigenaar van de documenten de plaats waar zij kan kennisnemen van de documenten.

Artikel 13c

De tijdelijke commissie kan, zo nodig in afwijking van de artikelen 13 tot en met 13b, nadere afspraken maken over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan verzoeken om documenten en schriftelijke inlichtingen.

K

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14

Indien tijdens het onderzoek van de tijdelijke commissie tevens een strafrechtelijk, bestuursrechtelijk of tuchtrechtelijk onderzoek plaatsvindt naar het onderwerp van het onderzoek van de commissie of naar personen die voorkomen in dat onderzoek, vindt overleg plaats tussen de tijdelijke commissie en het orgaan dat het andere onderzoek uitvoert, indien van toepassing met tussenkomst van de betrokken Minister.

L

Na hoofdstuk 3 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 3a. Bevoegdheden en uitvoering onderzoek door enquêtecommissie

Artikel 14a

1. Een enquêtecommissie kan op basis van de artikelen 5 en 6 van de Wet op de parlementaire enquête 2008:

a. schriftelijke inlichtingen vorderen;

b. afschriften van documenten vorderen;

c. inzage in documenten vorderen, of

d. kennisneming van documenten vorderen.

2. Voor de toepassing van de artikelen in dit hoofdstuk worden onder afschriften van documenten tevens schriftelijke inlichtingen begrepen.

Artikel 14b

1. De enquêtecommissie kan in haar verhoren en haar rapport citeren uit en verwijzen naar afschriften van documenten.

2. Indien de afschriften van documenten op grond van artikel 40 van de Wet op de parlementaire enquête 2008 na afloop van het onderzoek vertrouwelijk gearchiveerd zullen worden, kan de commissie naar de inhoud van deze documenten in haar verhoren en rapport slechts verwijzen op niet-herleidbare, geparafraseerde en geanonimiseerde wijze.

Artikel 14c

1. De enquêtecommissie behandelt de documenten waarin haar inzage is gegeven vertrouwelijk en verwijst niet naar hun inhoud, tenzij dit is toegestaan op basis van afspraken met degene die de documenten ter inzage heeft gegeven.

2. De documenten worden voor de duur van de enquête overgebracht naar het gebouw van de Kamer, tenzij de commissie anders beslist. De documenten worden na afloop van de enquête teruggezonden aan de verstrekker en niet opgenomen in het enquêtearchief.

3. De ter inzage verkregen documenten worden vermeld op een lijst, die wordt toegevoegd aan het vertrouwelijke enquêtearchief. De commissie stelt beperkingen aan de openbaarheid van de lijst en vermeldt het bestaan ervan in haar rapport.

Artikel 14d

1. De enquêtecommissie bewaart geheimhouding omtrent de inhoud van de documenten ter zake waarvan haar kennisneming is verleend. De inhoud van deze documenten wordt door de commissie op geen enkele wijze naar buiten gebracht.

2. De commissie bepaalt na overleg met degene die kennisneming van de documenten verleent, de plaats waar zij kan kennisnemen van de documenten.

Artikel 14e

De enquêtecommissie kan, zo nodig in afwijking van de artikelen 14b tot en met 14d, nadere afspraken maken met de betrokken Minister of met derden over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan een vordering tot het verstrekken van afschrift van, inzage in of kennisneming van documenten.

M

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «parlementaire onderzoekscommissies» vervangen door: tijdelijke commissies en enquêtecommissies.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Het rapport wordt conform artikel 119 van het Reglement van Orde in handen gesteld van de meest betrokken commissie.

3. In het derde lid wordt «commissie(s)» vervangen door: commissie.

N

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16

Nadat een tijdelijke commissie aan de Kamer verantwoording over haar werkzaamheden heeft afgelegd, beëindigt de Kamer het parlementair onderzoek en heft zij de tijdelijke commissie op.

O

Artikel 17, eerste lid, komt te luiden:

1. Met ingang van de dag dat de Kamer het parlementair onderzoek beëindigt, gaan van rechtswege over op de Kamer:

a. de documenten die op verzoek aan de tijdelijke commissie zijn verstrekt;

b. de documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad, en

c. andere documenten die de tijdelijke commissie van belang acht.

P

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2. De tijdelijke commissie kan voor de periode na de dag waarop zij haar rapport aanbiedt aan de Kamer beperkingen stellen aan de openbaarheid van documenten die onder de commissie berusten of, nadat deze documenten op grond van artikel 17, eerste lid, zijn overgegaan op de Kamer, hebben berust. Deze beperkingen gelden zolang de documenten onder de commissie onderscheidenlijk de Kamer berusten.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. De Kamer kan besluiten een op grond van het tweede lid aan de openbaarheid gestelde beperking op te heffen, dan wel deze ten aanzien van een verzoeker, die bij kennisneming een bijzonder belang heeft, buiten toepassing te laten. De Kamer kan een verzoeker geheimhouding opleggen over de inhoud van documenten waarin hem inzage is verleend.

Toelichting

Dit voorstel tot wijziging van de Regeling parlementair en extern onderzoek (Rpe) geeft uitwerking aan de aanbevelingen van de tijdelijke commissie evaluatie Wet op de parlementaire enquête (TCEWPE). Deze commissie heeft een analyse gemaakt van de knelpunten waarmee de drie enquêtecommissies die onder de nieuwe Wet op de parlementaire enquête 2008 (Wpe 2008) werkten, te maken hadden. Deze analyse is neergelegd in het verslag van de TCEWPE en vormt de basis voor dit voorstel. In deze toelichting zal daarom slechts in beperkte mate worden ingegaan op de analyses die achter de betreffende wijziging schuilgaan. Voor een uitgebreide toelichting daarop wordt verwezen naar het verslag van de TCEWPE om te voorkomen dat een verschil ontstaat tussen de analyses zoals verwoord in het verslag en de tekst van deze toelichting.2 Tegelijkertijd wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele technische verbeteringen aan te brengen.

Modaliteiten van informatievoorziening aan tijdelijke commissies

In het verslag van de TCEWPE wordt aandacht besteed aan de verschillende modaliteiten van schriftelijke informatievordering die een enquêtecommissie tot haar beschikking heeft. Zij geeft hierbij aan dat deze modaliteiten, hoewel op een andere basis, ook van toepassing kunnen zijn bij tijdelijke commissies. In dit voorstel zijn daarom ook voor tijdelijke commissies de verschillende modaliteiten van verzoeken om schriftelijke inlichtingen of documenten opgenomen. De gebruikte terminologie is hierbij zoveel mogelijk gelijk aan de terminologie voor enquêtecommissies om zo te komen tot meer eenduidigheid in de praktijk. De grondslag is uiteraard anders. Er is geen vordering waarop de gevraagde informatie verstrekt moet worden, maar een tijdelijke commissie kan een verzoek doen tot informatie. Met betrekking tot bewindspersonen wordt erop gewezen dat artikel 68 van de Grondwet hier onverminderd van toepassing is, hetgeen betekent dat de verlangde informatie verstrekt moet worden aan de tijdelijke commissie tenzij het belang van de staat zich daartegen verzet.3 Het staat elke tijdelijke commissie daarnaast vrij om derden om informatie te verzoeken. Vaak zal daarbij overleg plaatsvinden over de status en het gebruik van de aangeleverde informatie. Dit geldt zowel voor de informatie die wordt verlangd van bewindspersonen als die wordt gevraagd van derden. Deze partijen kunnen op die manier in voorkomende gevallen wijzen op het belang van (gedeeltelijk) vertrouwelijke verstrekking van de gevraagde informatie.

Het stelsel van modaliteiten kan een tijdelijke commissie in de praktijk handvatten bieden in het verkeer met bewindspersonen en met derden, aangezien zij de betrokken partijen inzicht bieden in de wijze waarop de tijdelijke commissie omgaat met de informatie. Voor een verdere toelichting op de modaliteiten en de gebruikte terminologie wordt verwezen naar het verslag van de TCEWPE.

Modaliteiten van informatievordering door enquêtecommissies

Zoals hiervoor reeds is toegelicht, dienen de verschillende modaliteiten om inzicht te geven in de wijze waarop de commissie omgaat met informatie die zij ontvangt. In het geval van een enquêtecommissie geldt echter dat het steeds de commissie is die bepaalt hoe zij informatie vordert en hoe zij deze informatie wil ontvangen. Dit betekent dat indien de commissie bepaalt dat zij afschriften van documenten wenst te ontvangen, de leverancier hieraan moet voldoen met het oog op de medewerkingsplicht uit de wet. Dit sluit het maken van nadere afspraken overigens niet uit. De indieners hechten er evenwel aan om erop te wijzen dat conform de bestendige uitleg van de wet de documenten die de kern van het onderzoek raken, in afschrift gevorderd moeten worden en aan de commissie dienen te worden verstrekt, tenzij een deugdelijk gemotiveerd beroep op een verschoningsgrond kan worden gedaan. Voor een verdere toelichting op de modaliteiten en de achterliggende analyse wordt verwezen naar het verslag van de TCEWPE.

Technische aanpassingen

Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om enige technische onvolkomenheden in de Rpe te herstellen, technische aanpassingen aan te brengen naar aanleiding van een scheiding tussen de tijdelijke commissies en enquêtecommissies alsmede het archiefregime voor tijdelijke commissies in overeenstemming met de Wpe 2008 te formuleren.

Van Raak Van der Linde Koolmees Vermeij Van Vliet Van Toorenburg


X Noot
1

I.v.m. correctie in de titel

X Noot
2

Kamerstukken II, 33 812, nr. 4.

X Noot
3

Zie voor een nadere beschouwing van het beroep op het belang van de staat het verslag van de TCEWPE, par. 5.2.2.