33 797 Wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek en de Huisvestingswet naar aanleiding van de evaluatie van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wet uitbreiding Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek)

F BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 februari 2015

Hierbij ontvangt u een afschrift van het besluit dat ik heb genomen op de aanvraag van de gemeente Nijmegen voor de gebiedsaanwijzing voor de gebieden Kolpingbuurt, Kop Tolhuis, Teersdijk en Ackerbroekweg. Deze aanvraag is gedaan in het kader van de toepassing van hoofdstuk 3 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp).

Een afschrift van mijn besluit is ook gestuurd aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de provincie Gelderland.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de voorzitter van de gemeenteraad van Nijmegen

Den Haag, 2 februari 2015

Met uw aanvraag die ik op 6 oktober 2014 heb ontvangen, heeft u op grond van artikel 5, tweede lid van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (hierna: Wbmgp) een verzoek ingediend tot aanwijzing van vier gebieden waarin aan woningzoekenden op grond van artikel 8 en 9 van de Wbmgp eisen kunnen worden gesteld.

Bij brief van d.d. 3 november 2014 heb ik u verzocht om nadere informatie betreffende het genoemde verzoek. Op 15 december jongstleden heb ik deze aanvullende informatie ontvangen. Naar aanleiding van het verzoek heb ik op grond van artikel 6, derde lid van de Wbmgp bij brief van d.d. 5 november jongstleden advies ingewonnen bij zowel de Stadsregio Arnhem Nijmegen als de Provincie Gelderland. Beide hebben advies uitgebracht. Die adviezen heb ik in de voorbereiding van dit besluit betrokken.

De Wbmgp biedt gemeenten een aanvullend instrumentarium om gebieden die kampen met grootstedelijke problematiek, waar sprake is van een opeenstapeling van problemen van sociale, economische en fysieke aard, er weer bovenop te helpen.

De toepassing van de maatregelen inzake de toegang tot de woningmarkt op grond van artikel 8 en 9 van de Wbmgp is een ultimum remedium; deze maatregelen kunnen niet preventief worden ingezet. Aantoonbaar moeten eerst andere, minder ingrijpende maatregelen zijn ingezet en in de toekomst consistent worden voortgezet. De gegeven bevoegdheden kunnen worden toegepast om de maatregelen te ondersteunen die al genomen werden en nog worden ter verbetering van de positie van de aangewezen gebieden.

U geeft in uw aanvraag aan dat u sinds 2003 aanvullende eisen hanteert voor het in gebruik nemen van een woning, namelijk het hebben van inkomen uit werk. Het stellen van eisen aan de aard van het inkomen van woningzoekenden is voor particuliere huurwoningen en voor woningen van woningcorporaties uitsluitend mogelijk op basis van de Wbmgp en kan niet via andere overeenkomsten of convenanten geregeld worden. Met uw aanvraag bent u voornemens daaraan te voldoen.

Bovendien geeft u in uw aanvraag aan dat aan woningzoekenden de eis wordt gesteld dat ze geen strafblad mogen hebben. Op ambtelijk niveau is met uw gemeente besproken dat voor deze eis op dit moment geen juridische basis bestaat. Ik kan u meedelen dat een wetsvoorstel voor wijziging van de Wbmgp in verband met de selectieve toewijzing op grond van overlastgevend, crimineel, extremistisch of radicaal gedrag in voorbereiding is (de openbare consultatie is afgerond). Na de parlementaire besluitvorming zal ik u over de screeningsmaatregelen nader informeren.

Uw aanvraag betreft de aanwijzing van vier gebieden:

Kolpingbuurt,

Kop Tolhuis,

Teersdijk en

Ackerbroekweg.

Ik spreek mijn waardering uit voor het feit dat u met de aanvraag voor aanwijzing van de gebieden zeer gericht te werk gaat en bovendien verschil aanbrengt in de benodigde periode voor de aanwijzing. Het betreft ruim 400 adressen in vier gebieden waarvoor u toestemming vraagt om de maatregelen uit hoofdstuk 3 van de Wbmgp te mogen toepassen.

1. Beoordeling van het verzoek tot aanwijzing van de vier gebieden

In mijn beoordeling zal ik, waar nodig, een onderscheid maken tussen de vier gebieden.

In artikel 6 van de Wbmgp worden de volgende criteria genoemd die de gemeenteraad in de aanvraag tot aanwijzing van de gebieden bij de Minister voor Wonen en Rijksdienst voldoende aannemelijk moet maken, namelijk dat:

  • de beoogde aanwijzing van de in de aanvraag genoemde gebieden noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van grootstedelijke problematiek in de gemeente, en voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit;

  • woningzoekenden, aan wie als gevolg van die aanwijzing geen huisvestingsvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen gebieden, voldoende mogelijkheden houden om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen passende huisvesting te vinden.

U hanteert onder andere de ontwikkeling op de drie indicatoren bewonerswaardering, veiligheid en percentage uitkeringsgerechtigden, als toetsingscriteria voor het aanvragen van de gebiedsaanwijzingen. In de zogenaamde Stadspeiling van de gemeente Nijmegen worden de bewonerswaardering woon- en leefklimaat en het percentage bewoners dat zich onveilig voelt in de eigen buurt, gemeten. Uit de stadsgetallen haalt u de meting van het percentage uitkeringsgerechtigden (Wet Werk en Bijstand) in de beroepsbevolking per buurt. Door de kleine omvang van de gebieden, heeft u op dat schaalniveau niet altijd cijfers ter beschikking, maar maakt u gebruik van cijfers die op een hoger gebiedsniveau de problematiek onderbouwen.

Noodzakelijkheid

De Wbmgp geeft in artikel 6, eerste lid, aan dat de gemeenteraad aannemelijk moet maken dat de beoogde aanwijzing van de in de aanvraag genoemde gebieden noodzakelijk is voor het bestrijden van grootstedelijke problematiek in de betreffende gebieden.

Uit onderstaande figuur blijkt dat in 2013 het stedelijk gemiddelde van de bewonerswaardering een 7,6 bedroeg. Het stedelijk gemiddelde van het percentage van bewoners die zich onveilig voelen bedroeg 18%. In 2012 bedroeg het stedelijk gemiddelde van het percentage WWB-gerechtigden 5,2%.

Figuur 1

Figuur 1

indicator 1 = bewonerswaardering woon- en leefklimaat

indicator 2 = % dat zich onveilig voelt in eigen buurt

indicator 3 = % WWB in beroepsbevolking

* U geeft aan soms cijfers toe te passen die op een hoger gebiedsniveau zijn verzameld (voor groepen gelijksoortige wijken, waar deze gebieden ook toe behoren).

Kop Tolhuis => cijfers aandachtsgebieden Dukenburg

Teersdijk => cijfers aandachtsgebieden Dukenburg

Ackerbroekweg => cijfers aandachtsgebieden Lindenholt

Kolpingbuurt, Willemskwartier, Wolfskuil => cijfers aandachtsgebieden Oude stadswijken

De wijken waar de vier aan te wijzen gebieden gelegen zijn, heeft u op die indicatoren vergeleken met het stedelijke gemiddelde. Uit de figuur blijkt dat de gebieden ten opzichte van het stedelijk gemiddelde een lagere bewonerswaardering hebben, een hoger percentage bewoners hebben dat zich onveilig voelt én een hoger percentage WWB-gerechtigden.

De figuur laat zien dat de gemeente Nijmegen ook andere wijken heeft met vergelijkbaar slechte scores op genoemde indicatoren. De reden waarom u voor de gebieden Wolfskuil, Willemskwartier en Neerbosch-Oost geen aanvraag tot toepassing van de Wbmgp doet, is omdat de aanvraag voor de vier gebieden ook gebaseerd is op andere informatie, zoals signalen van omwonenden en politie over overlast, verloedering en illegale praktijken.

De Kolpingbuurt omschrijft u als een woonbuurt met hardnekkige en taaie leefbaarheidsproblemen, zoals langdurige werkloosheid. De zorg voor de woonomgeving van bewoners is minimaal en het percentage huishoudens in de buurt dat behoefte heeft aan intensieve zorgbegeleiding is extreem hoog, namelijk 25%.

U geeft daarbij tegelijkertijd wel aan dat de buurt een positieve ontwikkeling doormaakt. Vanwege de ingezette positieve ontwikkeling vraagt u slechts om aanwijzing van de Kolpingbuurt tot 1 januari 2016.

De leefbaarheidsproblemen in de wijk Tolhuis concentreren zich in een aantal straten aan de kop van deze wijk. Het betreft een relatief kwetsbare groep bewoners met soms ernstige veiligheidsproblemen, een lage sociale samenhang, hoge werkloosheid en een groot aantal multiprobleemhuishoudens.

Op de woonwagenlocatie Teersdijk heeft uw gemeente een grootschalige herstructurering uitgevoerd. U geeft aan dat regulering van de instroom noodzakelijk is om de resultaten van deze fysieke aanpak te borgen en de leefbaarheid in dit gebied te verbeteren. Het werkloosheidscijfer is hoog en recent gestegen.

De Ackerbroekweg is, net als de Teersdijk, een woonwagenlocatie, maar heeft slechts 15 standplaatsen en 7 huurwoningen. U geeft aan dat de leefbaarheidsproblemen een grote negatieve uitstraling hebben naar de directe omgeving en dat er sprake is van problemen in de sfeer van de openbare orde.

Ik kom tot de conclusie dat in deze vier gebieden sprake is van een cumulatie van leefbaarheidsproblemen. Daarmee is de noodzakelijkheid voor de toepassing van de maatregelen uit hoofdstuk 3 van de Wbmgp voldoende aannemelijk gemaakt.

Geschiktheid

De Wbmgp geeft in artikel 6, eerste lid, aan dat de gemeenteraad aannemelijk moet maken dat de beoogde aanwijzing van de in de aanvraag genoemde gebieden geschikt is voor het bestrijden van grootstedelijke problematiek in de gemeente.

Uit onderstaande figuur blijkt dat voor de vier gewenste aan te wijzen gebieden het percentage WWB-gerechtigden hoger ligt dan het stedelijk gemiddelde.

Figuur 2

Figuur 2

indicator 3 = % WWB in beroepsbevolking

Voor alle vier gebieden geeft u aan dat goedwillende bewoners vertrekken en de negatieve spiraal is ingezet. Het verbeteren van de verhouding tussen uitkeringsgerechtigden en werken is een belangrijk onderdeel van uw aanpak om de leefbaarheidssituatie te verbeteren. In alle vier gebieden is die balans de afgelopen periode ongunstiger geworden. Relatief meer dan in andere wijken.

In de vier gebieden wordt door de woningbouwcorporatie sinds 2003 de eis «inkomen uit werk» (minimaal 10% boven de bijstandsnorm) gehanteerd. In het Wijkaanpakplan Kolpingbuurt 2012 t/m 2015 staat opgenomen dat dat beleid «effectief is gebleken om de heersende cultuur in de buurt te doorbreken. [...] Zo is het in de buurt niet langer normaal om niet te werken.» De daling van het aantal WWB-gerechtigden in de Kolpingbuurt heeft overigens, zo blijkt uit bovenstaande tabel, nog niet geleid tot een daling van het totaal van het aantal WWB-gerechtigden in de wijk waar de Kolpingbuurt onderdeel van uitmaakt.

U geeft aan dat u de inkomensgrens voortaan op 100% in plaats van 110% van de bijstandsnorm zult leggen. Dit is conform de bedoeling van artikel 8, zoals dat tijdens de parlementaire behandeling van de Wbmgp eind 2005 is gewisseld.

Ik kom tot de conclusie dat de geschiktheid van de toepassing van de maatregelen uit hoofdstuk 3 van de Wbmgp voldoende aannemelijk is gemaakt.

Subsidiariteit

De Wbmgp geeft in artikel 6, eerste lid, aan dat de gemeenteraad aannemelijk moet maken dat andere minder ingrijpende instrumenten zijn ingezet en dat het inzetten van dit instrumentarium alleen, geen afdoende oplossing biedt voor de geconstateerde grootstedelijke problematiek.

In het Wijkaanpakplan Kolpingbuurt 2012 t/m 2015, het Wijkaanpakprogramma Tolhuis-Teersdijk 2013–2014 en uw aanvullende informatie beschrijft u op overzichtelijke wijze welke activiteiten door welke instantie met welke frequentie worden ingezet om de vier gebieden te ondersteunen. U geeft daarbij terecht aan dat de stabiliteit van de inzet van een groep ervaren werkers een belangrijke bijdrage geleverd heeft aan het succes van de aanpak. Politie, woningbouwcorporatie en gemeente werken hierin samen. Zo richt u uw aanpak op bewonersinitiatieven, jongeren (leerplicht), zet u gecoördineerde zorginzet in voor multiproblem- en overlasthuishoudens en is politie en Bureau Toezicht en Handhaving zichtbaar actief in de gebieden.

Ik kom tot de conclusie dat de toepassing van hoofdstuk 3 van de Wbmgp plaatsvindt in aanvulling op de inzet van andere minder ingrijpende instrumenten, waarmee voldoende aannemelijk is gemaakt dat wordt voldaan aan het subsidiariteitsvereiste.

Proportionaliteit

De Wbmgp geeft in artikel 6, eerste lid, aan dat de gemeenteraad aannemelijk moet maken dat de inzet van de maatregelen uit hoofdstuk 3 van de Wbmgp proportioneel is.

De gemeenteraad moet op basis van artikel 6, tweede lid, van de Wbmgp tevens voldoende aannemelijk maken dat woningzoekenden aan wie als gevolg van de aanwijzing geen huisvestingvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen gebieden, voldoende mogelijkheden hebben om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen, passende huisvesting te vinden.

In uw aanvraag geeft u aan dat de gemeente Nijmegen 30.000 sociale huurwoningen heeft. Met deze aanvraag verzoekt u mij circa 400 woningen aan te wijzen, wat neerkomt op 1,3%. De gemiddelde mutatie in deze complexen ligt op 8%, wat inhoudt dat er jaarlijks bij circa 30 woningen de aanvullende eisen zullen worden gesteld.

Bij zowel het dagelijks bestuur van de stadsregio Arnhem Nijmegen als gedeputeerde staten van de provincie Gelderland heb ik advies ingewonnen over de mogelijkheden voor woningzoekenden aan wie als gevolg van de aanwijzing geen huisvestingsvergunning kan worden verleend, om binnen de regio passende huisvesting te vinden.

De Stadsregio Arnhem Nijmegen ziet voldoende mogelijkheden voor woningzoekenden die als gevolg van deze maatregel niet in deze vier gebieden terecht kunnen.

De provincie Gelderland onderschrijft in grote lijnen de analyse van de problematiek, maar vraagt zich af of voor woningzoekenden met een woonwagenachtergrond de reguliere sociale huurwoningen ook als passende huisvesting gelden. U heeft hierop reeds gereageerd met het argument dat sinds de afschaffing van de Woonwagenwet in 1999 reguliere huurwoningen ook een alternatief zijn voor standplaatsen.

Ervan uitgaande dat een woonwagenbewoner bij verhuizing de voorkeur geeft aan een woonwagenstandplaats, vind ik het van belang om in mijn afweging het aantal woonwagenstandplaatsen binnen de gemeente Nijmegen en binnen de regio Arnhem Nijmegen te betrekken. De gemeente Nijmegen heeft 83 standplaatsen, waarvan 62 op de locatie Teersdijk, 15 op de Ackerbroekweg en 6 verspreid over de rest van de gemeente. In de regio Arnhem Nijmegen zijn, inclusief de gemeente Nijmegen, zo’n 380 standplaatsen. Met dit aantal zie ik op dit moment geen belemmeringen voor het vinden van passende huisvesting.

Het verheugt mij dat u aangeeft vanaf nu geweigerde woningzoekenden te zullen volgen tot een andere woning is gevonden. Daarmee kunt u monitoren of de aanwijzing negatieve effecten voor bepaalde groepen oplevert. Dat levert waardevolle informatie op voor de evaluatie van de toepassing van de maatregelen van de Wbmgp. Ik verzoek u om in deze monitor extra oog te houden voor woningzoekenden met een woonwagenachtergrond en de termijn waarop passende woonruimte wordt gevonden.

Ik kom gelet op vorenstaande tot de conclusie dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat de maatregelen uit hoofdstuk 3 van de Wbmgp proportioneel zijn en dat woningzoekenden aan wie als gevolg van de aanwijzing geen huisvestingvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen gebieden, voldoende mogelijkheden hebben om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen, passende huisvesting te vinden.

Beslissing

Op basis van het voorgaande en gelet op artikel 5, eerste lid, van de Wbmgp besluit ik hierbij tot aanwijzing van de gebieden Kolpingbuurt, Kop Tolhuis, Teersdijk en Ackerbroekweg als gebieden waarin de maatregelen uit hoofdstuk 3 van de Wbmgp kunnen worden toegepast.

Op basis van artikel 5, tweede lid, betreft het hier de toestemming voor aanwijzing tot vier jaar na dagtekening van deze brief. Voor de Kolpingbuurt betreft het toestemming tot 1 januari 2016. De termijn kan op aanvraag van de gemeenteraad nog vier maal worden verlengd met vier jaren als aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. De onderbouwing waarom de toepassing van de maatregel uit hoofdstuk 3 van de Wbmgp nog steeds nodig is, zal na iedere verlengingsperiode zwaarder dienen te zijn.

Ten slotte maak ik u, op basis van artikel 7 van de Wbmgp, erop attent dat de Minister voor Wonen en Rijksdienst de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, intrekt indien blijkt dat:

  • a. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 6, eerste lid, of

  • b. de woningzoekenden, aan wie als gevolg van de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, geen huisvestingsvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen gebieden, onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen voor hen passende huisvesting te vinden, of

  • c. de gemeenteraad een verzoek indient tot intrekking van de aanwijzing.

Volledigheidshalve maak ik u erop attent dat ik de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de provincie Gelderland zal informeren over de hierboven genoemde beslissingen.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

U kunt binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit, daartegen per brief bezwaar maken bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Postbus 20011, 2500 EA Den Haag.

Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend, voorzien zijn van een datum alsmede de naam en het adres van de indiener en dient vergezeld te gaan van een omschrijving van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt en de gronden waarop het bezwaar berust en, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar is gericht. Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet ontvankelijkheid van het bezwaarschrift.

Algemene inlichtingen over het indienen van een bezwaarschrift in het kader van de Algemene Wet Bestuursrecht kunt u verkrijgen door het downloaden of aanvragen van de brochure «bezwaar en beroep tegen een beslissing van de Overheid» van het Ministerie van Veiligheid en Justitie bij de informatiedienst van de rijksoverheid. Deze dienst is bereikbaar via www.rijksoverheid.nl, het gratis telefoonnummer1400 op werkdagen van 08.00 tot 20.00 of per email via een contactformulier vermeld op http://www.rijksoverheid.nl/contact.

Naar boven