33 783 Nucleaire ontwapening en non-proliferatie

Nr. 54 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2026

Met deze brief informeer ik uw Kamer, zoals toegezegd in mijn brief over de Nederlandse inzet (Kamerstuk 33 783, nr. 53), over de uitkomsten van de elfde Toetsingsconferentie van het Non-proliferatieverdrag (NPV), die van 27 april tot en met 22 mei 2026 plaatsvond op het VN-hoofdkwartier in New York. De conferentie vond plaats tegen de achtergrond van een verslechterd internationaal veiligheidsklimaat, met aanhoudende regionale conflicten, toenemende geopolitieke spanningen en aanhoudende druk op de bestaande wapenbeheersings- en ontwapeningsarchitectuur. Deze context bepaalde in belangrijke mate de dynamiek en de uitkomst van de conferentie.

Uitkomst van de conferentie

Net als in 2015 en 2022 is de conferentie afgesloten zonder een slotdocument. Dit is teleurstellend, maar gezien de vooraf ingeschatte lage kans op consensus, mede door de lopende conflicten rond Iran en Oekraïne, geen verrassing, zoals ook aangegeven in bovengenoemde inzetbrief. In de slotfase van de conferentie bleken de verschillen van inzicht over de weergave van de Iraanse nucleaire kwestie en het daaraan gerelateerde gewapende conflict tussen Israël en de VS enerzijds en Iran anderzijds, het ontbreken van tekst over het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma en het ontbreken van tekst over de situatie rond de door Rusland bezette kerncentrale in Zaporizja in Oekraïne niet te overbruggen. De voorzitter concludeerde op de laatste dag van de Toetsingsconferentie dat er geen consensus mogelijk was en legde derhalve geen slotdocument ter besluitvorming voor.

Uiteenlopende perspectieven

Tijdens de conferentie kwam de groeiende kloof tussen kernwapenstaten en niet-kernwapenstaten, met name uit het mondiale Zuiden, duidelijk naar voren. Veel niet-kernwapenstaten uitten zorgen over het uitblijven van verdere ontwapeningsstappen en de in hun ogen ongebalanceerde implementatie van het NPV.

De NAVO bondgenoten, waaronder Nederland, wezen op de verslechterde veiligheidsomgeving, waaronder de snelle en intransparante uitbreiding van het Chinese kernwapenarsenaal en de onverantwoorde en escalerende Russische nucleaire retoriek. In deze context achten zij grote, juridisch bindende ontwapeningsstappen op korte termijn niet realistisch, maar is er in hun ogen wel ruimte voor risicoreductie, transparantie en versterking van wapenbeheersing.

Ook werden de zogeheten nuclear sharing arrangements van de NAVO door bepaalde NPV verdragspartijen, in het bijzonder Rusland, China en Iran, gesteund door diverse landen uit het mondiale Zuiden, bekritiseerd. Hierbij werd gesteld dat de NAVO-afspraken haaks zouden staan op het NPV. Nederland heeft, net als de andere NAVO bondgenoten, gewezen op het feit dat de afspraken volledig in lijn zijn met het NPV en bovendien hebben bijgedragen aan het voorkomen van de verspreiding van kernwapens in Europa.

Deze uiteenlopende perspectieven onderstrepen het belang voor Nederland en gelijkgezinden om enerzijds de eigen veiligheidsbelangen te blijven beschermen en anderzijds actief de dialoog te zoeken met kritische niet-kernwapenstaten, om hun zorgen te adresseren en begrip te kweken voor het Nederlandse -en bondgenootschappelijke beleid. Daarbij blijft Nederland zich uitspreken tegen de Russische retoriek en de snelle en intransparante uitbreiding van het Chinese kernwapenarsenaal.

Nederlandse inzet en bereikte resultaten

Het uitblijven van een consensusdocument betekent niet dat de conferentie niet betekenisvol of zinvol was, mede dankzij Nederlandse inzet en die van gelijkgezinde landen.

Nederland heeft zich sterk gemaakt voor meer transparantie van kernwapenstaten over de implementatie van hun NPV-verplichtingen, onder meer door in te zetten op het houden van interactieve discussies over hun nationale implementatierapporten. Het uitblijven van een slotdocument betekent dat een formele afspraak hierover is uitgebleven. Wel heeft de discussie ertoe geleid dat de posities van China en Rusland, die transparantie afwijzen, expliciet zichtbaar zijn geworden. Nederland blijft zich inzetten voor meer transparantie, in lijn met de Nederlandse inzet op verificatie en naleving en praktische maatregelen die daadwerkelijk bijdragen aan risicoreductie.

In het verlengde hiervan heeft Nederland mede namens 30 andere niet-kernwapenstaten een verklaring afgelegd over het efficiënter en effectiever maken van de NPV toetsingscyclus. Daarbij is gepleit voor minder en kortere plenaire verklaringen, meer interactieve discussies en transparantere onderhandelingen, en twee voorbereidende vergaderingen (van het zgn. «Preparatory Committee») in plaats van drie. Hoewel hierover nog geen consensus is bereikt, is er brede erkenning dat het huidige proces verbetering en stroomlijning behoeft. Wel is besloten om een jaar pauze in te lassen alvorens de eerste Preparatory Committee te beleggen. Als gevolg hiervan zal ook de volgende Toetsingsconferentie een jaar naar achteren schuiven waardoor deze niet in 2030 maar in 2031 zal plaatsvinden. Dit biedt ruimte om in de komende jaren verder te werken aan hervormingsvoorstellen, waaraan Nederland actief zal blijven bijdragen.

Ook werd tijdens de conferentie eens te meer duidelijk dat een groeiend aantal Verdragspartijen zorgen heeft over exportcontrolemaatregelen als vermeende belemmering voor vreedzame toepassingen van nucleaire technologie. Nederland heeft beklemtoond dat effectieve exportcontrole een essentieel onderdeel is van het non-proliferatiestelsel en juist bijdraagt aan veilige en verantwoorde toegang tot technologie. Tegelijkertijd ziet Nederland kansen om via samenwerking op het gebied van vreedzaam gebruik, mede in het licht van de hernieuwde inzet op en groeiende vraag naar nucleaire energie, de dialoog met deze landen te verdiepen en hun zorgen beter te adresseren.

Betekenis voor het NPV en de Nederlandse inzet

Drie opeenvolgende Toetsingsconferenties zonder consensusdocument roept bij een deel van de verdragspartijen, waaronder Nederland, vragen op over de effectiviteit van het toetsingsproces. Tegelijkertijd is het van belang de tekortkomingen van het toetsingsproces los te zien van de prestaties van het verdrag zelf. Het NPV is en blijft de hoeksteen van het mondiale non-proliferatiebeleid en van groot belang voor het voorkomen van de verspreiding van kernwapens en voor het faciliteren van vreedzaam gebruik van kernenergie onder strikte waarborgen van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA).

De komende toetsingscyclus zal in het teken staan van het herstellen van vertrouwen, het verkleinen van de kloof tussen kernwapenstaten en niet-kernwapenstaten het vergroten van transparantie en het verbeteren van het toetsingsproces. De uitkomst van de conferentie bevestigt de noodzaak van een realistische en tegelijk ambitieuze benadering, met blijvende inzet op risicoreductie, transparantie en verificatie; versterking van IAEA-waarborgen, nucleaire veiligheid en effectieve exportcontrole; en op samenwerking rond vreedzaam gebruik.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

Naar boven