33 783 Nucleaire ontwapening en non-proliferatie

Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 oktober 2013

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 17 juni 2013 inzake de uitspraken van de oud-premiers Lubbers en Van Agt over de aanwezigheid van kernwapens bij Volkel.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken op verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken inzake de uitspraken van de oud-premiers Lubbers en Van Agt over de aanwezigheid van kernwapens bij Volkel.

Vraag 1

De gevolgen die het kabinet ziet als gevolg van de uitspraken van de twee oud-premiers. Los van het al dan niet erkennen van de aanwezigheid van de kernwapens: verhoogt dit de risico’s voor Volkel? Wat betekent dit in NAVO-verband?

Antwoord

De uitspraken van de twee oud-premiers zijn voor hun rekening. Het kabinet ziet geen aanleiding hier inhoudelijk op in te gaan.

Vraag 2

De verhouding van het «can’t tell»-beleid van dit kabinet ten opzichte van het Duitse «can tell»-beleid?

Antwoord

Volgens bondgenootschappelijke afspraken is het feit dat Amerikaanse nucleaire wapens aanwezig zijn of waren «in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk» geen geclassificeerde informatie. Overige landenspecifieke informatie is geclassificeerd. Over aantallen en locaties van Amerikaanse nucleaire wapens in Europa kunnen, eveneens op basis van bondgenootschappelijke afspraken, verder geen mededelingen worden gedaan.

Vraag 3

De juridische mogelijkheden van niet-kernwapenstaten die wel nucleair sharen. Wat zijn de juridische opties voor deze staten binnen de NAVO om te stoppen met de kernwapentaak?

Vraag 4

De politieke mogelijkheden van niet-kernwapenstaten om in overleg met de Verenigde Staten te komen tot een einde van de kernwapentaak.

Antwoord vraag 3 en 4

Het kabinet kan op grond van bondgenootschappelijke afspraken niet ingaan op de specifieke juridische of politieke opties van bondgenoten met betrekking tot hun rol binnen de NAVO-kernwapentaak.

De militaire NAVO-doctrine, met daarin vervat het NAVO-kernwapenbeleid, is op basis van unanimiteit door de 28 NAVO-leden vastgelegd in de «Deterrence and Defence Posture Review» (DDPR, april 2012). In de DDPR is afgesproken dat de NAVO bereid is verdere reducties van het aantal niet-strategische kernwapens binnen de NAVO te overwegen op basis van reciprociteit met de Russische Federatie. President Obama heeft in zijn Berlijn-rede herhaald dat de VS met NAVO-bondgenoten wil samenwerken om aanzienlijke reducties van het aantal Amerikaanse èn Russische niet-strategische kernwapens in Europa mogelijk te maken. Nederland steunt dit voornemen van harte. Dergelijke beslissingen worden genomen op basis van consensus.

Vraag 5

De routekaart die Nederland voorstelt in aanloop naar de Nuclear Security Summit volgend jaar, met specifiek aandacht voor ontwapening en de rol daarin van ontwapening van niet-kernwapenstaten.

Antwoord

De Nuclear Security Summit waarvan Nederland in 2014 gastheer is, stelt zich tot doel tot een betere beveiliging van nucleair materiaal te komen. Het NSS-proces is primair gericht op het voorkomen dat non-statelijke actoren, zoals criminelen en terroristen, nucleair en radiologisch materiaal in handen krijgen. Hoewel er vanzelfsprekend inhoudelijke en thematische raakvlakken zijn, richt de NSS zich niet expliciet op het ontwapeningsvraagstuk. De Nederlandse inzet op nucleaire beveiliging in het NSS-proces is verbonden met een ambitieuze agenda op het gebied van ontwapening en non-proliferatie waarvoor de NSS zelf echter niet het geschikte forum is. Daarvoor zijn andere gremia, zoals bijeenkomsten in het kader van de toetsingscyclus van het Non-Proliferatie Verdrag (NPV), meer geschikt. Uw Kamer wordt over de visie van het kabinet op nucleaire ontwapening en non-proliferatie separaat geïnformeerd.

Naar boven