33 775 Wijziging van de Warenwet in verband met het verhogen van het maximum bedrag van de bestuurlijke boete en enkele andere wijzigingen waaronder regels inzake het aanprijzen van het aanbrengen van een tatoeage of piercing en wijziging van de Warenwet BES in verband met het eenduidig regelen van de bevoegdheden van de toezichthouders en de eilandbesturen

Nr. 18 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID BRUINS SLOT TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 16

Ontvangen 20 april 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel T, wordt artikel 32b als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt, indien de maatregel niet voortvloeit uit een bindend besluit van de Europese Unie, niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Toelichting

De indiener beoogt met dit amendement een voorhangprocedure op te nemen voor de algemene maatregel van bestuur (amvb) waarin onder andere de bedragen van de op te leggen boetes per overtreding wordt vastgelegd.

Een tweetal zaken is rond het vaststellen van de daadwerkelijke boetes nog onduidelijk. Ten eerste betreft dat de minimale omzet, waarbij een boete zal mogen worden opgelegd. Daarnaast is nog niet bepaald welk percentage van de jaaromzet gebruikt zal worden bij het vaststellen van de hoogte van de boetes. De indiener beoogt daarom met dit amendement te bewerkstelligen dat de Tweede Kamer gezien de opmerkingen van de Afdeling advisering van de Raad van State betrokkenheid houdt.

Hiertoe wordt aan het voorgestelde artikel 32b van de Warenwet een lid toegevoegd, op basis waarvan een amvb vier weken voorafgaand aan de vaststelling aan de beide Kamers der Staten-Generaal dient te worden toegezonden. In het artikellid is een uitzondering opgenomen voor amvb’s die voortvloeien uit bindende EU-besluiten; deze hoeven niet krachtens het artikellid te worden voorgehangen. Deze uitzondering is iets ruimer dan de algemene uitzondering van artikel 1:8 Algemene wet bestuursrecht, op basis waarvan slechts amvb’s die uitsluitend strekken ter uitvoering van EU-besluiten zijn uitgezonderd. Dit om te voorkomen dat veelvuldig amvb’s bij de beide kamers der Staten-Generaal dienen te worden voorgehangen die geen structurele wijzigingen in het boeteregime aanbrengen.

Bruins Slot

Naar boven