Het voorstel van wet wordt gewijzigd als volgt:
1
In artikel XXVa vervalt: met bevel tot verpleging van overheidswege.
2
Na artikel XLVIc wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel XLVId
Indien het bij koninklijke boodschap van 4 juni 2010 ingediende voorstel van wet tot
vaststelling van een Wet forensische zorg en daarmee verband houdende wijzigingen
in diverse andere wetten (Wet forensische zorg) (Kamerstukken 32 398) tot wet is of wordt verheven, wordt die wet gewijzigd als volgt:
A
In artikel 2.3, onder 4, vervalt: bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking.
B
In artikel 6.2, vijfde lid, wordt «de Minister van Justitie» vervangen door: Onze
Minister.
C
Artikel 7.1 wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel E wordt «arikel 2.3» vervangen door: artikel 2.3.
2. In onderdeel F, artikel 37a, zevende lid, zevende volzin, wordt «hoger beroep en
beroep in cassatie» vervangen door: beroep in cassatie.
D
In artikel 7.3, onderdelen K en L wordt «gevangenissen, tuchtscholen, inrichtingen
en instellingen» vervangen door: gevangenissen, inrichtingen en instellingen.
E
Artikel 7.7 wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel A wordt «artikel 1.1, onderdeel e» vervangen door: artikel 1.1, onderdeel
f.
2. In onderdeel I wordt «Onze Minister kan bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur nadere regels stellen» vervangen door: Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld.
F
In artikel 8.1 wordt «Onze Minister van Justitie» vervangen door: Onze Minister.
Toelichting
1. Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Deze wijziging was reeds beoogd in de tweede nota van wijziging bij het wetsvoorstel.
De tekst van de wijziging was echter incompleet en met de onderhavige aanpassing wordt
de tekst alsnog in overeenstemming gebracht met de toelichting daarop.
2. Wet forensische zorg en daarmee verband houdende wijzigingen in diverse andere
wetten
A
Deze wijziging betreft het corrigeren van een dubbeling.
B
Dit betreft een terminologische aanpassing.
C
1.
De voorgestelde wijziging corrigeert een verschrijving.
2.
Het vervangen van «hoger beroep en beroep in cassatie» door «beroep in cassatie»,
zoals voorgesteld in onderdeel 3b, betreft louter het laten vervallen van een zinsnede
die obsoleet was geworden. In de regeling, zoals deze oorspronkelijk was opgenomen
in het wetsvoorstel, was voorzien dat de rechter-commissaris zou oordelen over een
vordering van de officier van justitie tot verlening van een schriftelijke machtiging.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris stond hoger beroep en vervolgens beroep
in cassatie open. De Tweede Kamer heeft evenwel een amendement aangenomen (Kamerstukken II
2012/13, 32 398, nr. 23), waarin de bevoegdheid inzake de schriftelijke machtiging bij de penitentiaire kamer
van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is belegd. De mogelijkheid van hoger beroep
is daarmee de facto komen te vervallen. De voorgestelde wijziging betreft mitsdien
geen beperking van rechtsmiddelen, maar het formeel laten vervallen van een rechtsgang
die feitelijk niet open staat.
D
Deze wijziging betreft een terminologische correctie. Tijdens de behandeling van het
wetsvoorstel in de Eerste Kamer der Staten-Generaal hebben de leden van de SP-fractie
er terecht op gewezen dat «tuchtscholen» niet meer bestaan en dat deze vermelding
geschrapt kan worden uit de opsomming in de artikelen 567 en 571, eerste lid, van
het Wetboek van Strafvordering. Dat gebeurt bij dit wijzigingsvoorstel. De huidige
justitiële jeugdinrichtingen hoeven in die opsomming niet afzonderlijk op te worden
genomen, omdat de term «inrichtingen» mede dit type inrichting omvat.
E
1.
Dit betreft de correctie van een verwijzing naar een verkeerd onderdeel van het eerste
lid van het voorgestelde artikel 1 van dit wetsvoorstel.
2.
Met deze voorgestelde wijziging wordt een onjuiste weergave van de bevoegdheid om
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels te kunnen stellen gerepareerd.
De leden van de CDA-fractie hebben bij de behandeling van dit wetsvoorstel in de Eerste
Kamer der Staten-Generaal terecht gewezen op dit gebrek, waarvoor ik deze leden erkentelijk
ben.
F
Dit is een terminologische aanpassing.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven