33 771 Herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het ministerie van Veiligheid en Justitie (Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2013)

Nr. 11 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID OUWEHAND TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10

Ontvangen 24 april 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In de beweegreden wordt na «leemten» ingevoegd: , alsmede een abuis in de Wet op de dierproeven te herstellen.

II

Na artikel XLVId wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XLVIe

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 3 juli 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de dierproeven in verband met implementatie van richtlijn 2010/63/EU (Kamerstukken 33 692) tot wet is of wordt verheven, en die wet eerder in werking is getreden of treedt dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als, dit artikel, wordt artikel 10f, tweede lid, onderdeel b van de Wet op de dierproeven vervangen door:

  • b. door middel van wetenschappelijke motivering wordt aangetoond dat het doel van de dierproef alleen kan worden bereikt door het gebruik van een in het wild gevangen dier.

Het vereiste van een essentiële behoefte als bedoeld in onderdeel a is niet van toepassing op veldonderzoek. Van veldonderzoek is sprake indien in het wild gevangen dieren in een dierproef worden gebruikt en daarbij niet of gedurende ten hoogste 24 uur uit hun biotoop worden verwijderd.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 3 juli 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de dierproeven in verband met implementatie van richtlijn 2010/63/EU (Kamerstukken 33 692) tot wet is of wordt verheven, en die wet later in werking treedt dan dit artikel, wordt in artikel I, onderdeel R, van die wet artikel 10f, tweede lid, onderdeel b, vervangen door:

  • b. door middel van wetenschappelijke motivering wordt aangetoond dat het doel van de dierproef alleen kan worden bereikt door het gebruik van een in het wild gevangen dier.

Het vereiste van een essentiële behoefte als bedoeld in onderdeel a is niet van toepassing op veldonderzoek. Van veldonderzoek is sprake indien in het wild gevangen dieren in een dierproef worden gebruikt en daarbij niet of gedurende ten hoogste 24 uur uit hun biotoop worden verwijderd.

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe om een abuis in de Wet op de dierproeven te herstellen. Hiertoe wordt in onderdeel II van dit amendement aan het onderliggende wetsvoorstel een artikel XLVIe toegevoegd. Met de voorgestelde wijziging wordt in artikel 10f, tweede lid, van de Wet op de dierproeven, zoals dit artikel komt te luiden na inwerkingtreding van het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de dierproeven in verband met implementatie van richtlijn 2010/63/EU (Kamerstukken 33 692), onderdeel b opnieuw vastgesteld.

Met het nieuw vastgestelde artikel 10f, tweede lid, onderdeel b van de Wet op de dierproeven wordt allereerst een wetstechnisch abuis hersteld. Het aangenomen amendement 33 692-22 (Kamerstukken II, 2012/13, 33 692, nr. 22) heeft beoogd de uitzonderingsbepalingen voor het verbod op het gebruik van in het wild gevangen dieren en zwerfdieren en verwilderde exemplaren van huisdieren gelijk te trekken. Het amendement regelde dat de uitzonderingsbepalingen op gelijke wijze geformuleerd zijn. Echter, door een technische fout is dit verkeerd in de wet terecht gekomen, de frase «een zwerfdier of verwilderd dier» is niet vervangen door «in het wild gevangen dier». Met de voorgestelde technische wijziging wordt hierin duidelijkheid verschaft.

Ten tweede wordt geregeld dat de extra voorwaarde voor het uitvoeren van dierproeven met in het wild gevangen dieren als bedoeld in artikel 10f, tweede lid, onderdeel a (een projectvergunning voor dierproeven met in het wild gevangen dieren kan worden verleend indien er een essentiële behoefte bestaat aan dierproeven op het terrein van de gezondheid of welzijn van de dieren of op het terrein van ernstige bedreigingen voor het milieu of de gezondheid van mens en dier) niet geldt indien sprake is van veldonderzoek, dat veelal is gericht op de bescherming van de onderzochte soort of zijn leefomgeving. Van veldonderzoek is sprake indien in het wild gevangen dieren in een dierproef worden gebruikt, en daarbij niet of gedurende ten hoogste 24 uur, uit hun biotoop worden verwijderd.

Uit een eerdere evaluatie over de Wet op de dierproeven blijkt dat het verrichten van veldbiologische proeven moeilijk inpasbaar bleek in de wetssystematiek, die vooral is toegesneden op onderzoek met gedomesticeerde dieren in een biomedische context. Er werd aanbevolen om de toepasbaarheid van de systematiek van de Wet op de dierproeven bij veldbiologische proeven nader te overwegen. Dit is niet gebeurd bij de voorliggende wijziging van de Wet op de dierproeven, waardoor de onduidelijkheid over proeven op in het wild gevangen dieren blijft voortbestaan.

Indiener vindt het wenselijk dat er in de wet alsnog onderscheid wordt gemaakt tussen veldonderzoek met in het wild gevangen dieren enerzijds en onderzoek met in het wild gevangen dieren in een biomedische context waarbij de dieren na de wildvang in een laboratorium terechtkomen, anderzijds. Bij veldonderzoek worden dieren slechts tijdelijk uit de biotoop gehaald voor een bepaling of ingreep, in het geval van sedatie of anesthesie gevolgd door een gepaste hersteltijd (omdat het voor de dieren niet veilig is om nog onder narcose teruggezet te worden). Van veldonderzoek als bedoeld in artikel 10f, tweede lid, tweede volzin, is geen sprake meer als dieren langer dan 24 uur uit hun biotoop worden gehaald en voor langere tijd bijvoorbeeld in een vliegkooi of kunstmatige vijver of poel worden gehouden.

Indien dit amendement wordt aangenomen, komt het opschrift van deze wet te luiden: Herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het ministerie van Veiligheid en Justitie, alsmede in de Wet op de dierproeven tot herstel van een abuis (Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2014)

Ouwehand

Naar boven