33 763 Toekomst van de krijgsmacht

Nr. 57 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 oktober 2014

Inleiding

Bij de begroting en in het jaarverslag wordt de Kamer geïnformeerd over de mate waarin Defensie in staat is de inzetbaarheidsdoelstellingen te halen, zo luidde mijn toezegging in de brief van 14 februari 2013 over het beheer bij Defensie (Kamerstuk 32 733, nr. 116). Hierbij ga ik in op de stand van zaken per 1 juli 2014, uitgaande van de inzetbaarheidsdoelstellingen zoals geformuleerd in de nota In het belang van Nederland en op genomen in de begroting 2014.

Inzetbaarheidsdoelstellingen in 2014

Het beeld over de eerste helft van 2014 is dat Defensie grotendeels voldoet aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. De krijgsmacht is onder meer ingezet in Afghanistan, Mali, de hoorn van Afrika, het Midden-Oosten, de Balkan en Turkije. Ook de nationale inzet, waaronder grensbewaking, explosievenopruiming, luchtruimbewaking, kustwacht, militaire bijstand en steunverlening, gaat onverminderd verder, evenals de inzet in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Wel kampt de krijgsmacht in 2014 met enkele beperkingen die invloed hebben op het vermogen om operaties langdurig uit te voeren. Ook de mogelijkheid om verschillende operaties gelijktijdig uit te voeren is aan beperkingen onderhevig. Hieronder ga ik daar nader op in.

In het algemeen geldt voor de haalbaarheid van de inzetbaarheidsdoelstellingen het volgende:

  • Bij gelijktijdige inzet van land-, zee- of luchteenheden is sprake van beperkingen bij de ondersteuning van operaties, aangeduid als Combat Support (CS) en Combat Service Support (CSS). Dit geldt vooral bij een grote geografische afstand tussen de gelijktijdige operaties.

  • Door de uitvoering van missies in het lagere deel van het geweldspectrum (antipiraterij en air policing) en de beperkte beschikbaarheid van de NH-90, staat de geoefendheid bij het CZSK en het CLSK voor het optreden in het hoogste geweldspectrum onder druk. Dit betekent dat de benodigde voorbereidingstijd voor inzet bij een hoger dreigingsniveau toeneemt.

Specifieke aandachtspunten worden geconstateerd op de volgende gebieden:

  • Beschikbaarheid helikopters: de beschikbaarheid van de helikopters is verbeterd maar nog niet op het gewenste niveau. Een tegenvaller betreft de problematiek bij de NH-90, waarover u bent geïnformeerd met mijn brief van 27 juni jl. (Kamerstuk 25 928, nr. 66). Daarnaast is bij de Chinook de personele vulling van vliegers en loadmasters laag, waardoor de druk op het resterende personeel toeneemt. Voorts was er sprake van minder inzetbare Cougar-toestellen door een uitloop van fase-inspecties.

  • CS/CSS eenheden: de grootste tekortkomingen op het gebied van CS/CSS betreffen vuursteun, herstelcompagnieën, bevoorradings- & transportbataljons, het CIS bataljon, role 2 medische ondersteuning en de beschikbaarheid van mobiele keukens en drinkwaterinstallaties. De hoofdoorzaken hiervan zijn de beperkte materiële gereedheid en in een aantal gevallen de lage personele bezetting.

  • Materieel: bij alle krijgsmachtdelen zijn er nog beperkingen op het gebied van de materiële gereedheid, ondanks de aanvullende exploitatiebudgetten. De problematiek is per wapensysteem verschillend, maar in het algemeen spelen de beschikbaarheid van reservedelen, verwervingsachterstanden en de beschikbaarheid van schaars technisch personeel een rol. Maatregelen zijn getroffen voor het aanvullen van de voorraden. De aanvulling van reservedelen vergt in veel gevallen tijd vanwege complexe en langdurige aanbestedingen. De maatregelen zorgen bij het CLSK inmiddels voor een stijgende trend bij de Chinook en de Apache helikopters, maar dit geldt nog niet voor de F-16. Bij het CZSK zijn er vooral beperkingen bij de mijnbestrijdingsvaartuigen en de operationele voertuigen van het Korps Mariniers. Bij het CLAS kennen vooral de CV-90, de grote wielvoertuigen, de pantzerhouwitzers en de genietanks een lage materiële gereedheid. Bij de KMar is de beschikbaarheid van de gepantserde voertuigen beperkt.

  • Personeel: de werving en aanstelling tonen een positieve tendens, maar voorzien nog niet in de totale behoefte aan nieuw personeel. Bij alle defensieonderdelen is sprake van een kwalitatief tekort aan gespecialiseerd personeel. Hierbij gaat het vooral om technisch en medisch personeel maar ook om kernbezettingen (zoals loadmasters) bij CLSK, en logistiek en operationeel personeel bij CZSK.

Tussentijdse realisatie inzetbaarheidsdoelstellingen

Hieronder worden per inzetbaarheidsdoelstelling de eventuele beperkingen of aandachtpunten beschreven.

  • 1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de NAVO een beroep doen op Nederland.

Ad 1.

Deze doelstelling, die de inzet betreft van alle beschikbare eenheden (operationeel gereed of niet), was haalbaar in de eerste helft van 2014.

  • 2. De deelneming aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd, waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

    • Op land: Eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de presentie in het Caribisch gebied).

    • Op en vanaf zee: Eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

    • In de lucht: Tot de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

    • Speciale operaties: Langdurige deelneming van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

    • Cyberoperaties: defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

    • Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning (combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

Ad 2.

Deze doelstellingen waren in de eerste helft van 2014 haalbaar met beperkingen. Deze beperkingen komen naar voren indien het langdurige inzet betreft (voortzettingsvermogen), bij inzet in een hoog dreigingsscenario of als er sprake is van meer dan één inzet tegelijkertijd. In dat laatste geval is de inzet van de CS- en CSS-eenheden eenheden de beperkende factor, tenzij bondgenoten de benodigde ondersteuning leveren. Er is echter geen inzet geweest waarbij deze beperkingen aan de orde zijn gekomen. Een beperking die wel optrad betreft de langdurige inzet van een NH90-helikopter in het Caribisch gebied, die niet mogelijk bleek door de corrosie- en slijtageproblematiek. Daarnaast levert binnen de nichecapaciteiten de continue inzet van de Patriots inmiddels problemen op voor de systemen en de geoefendheid van het Patriot-personeel. NB: reeds bij aanvang van de Nederlandse inzet van deze nichecapaciteit was bekend dat de bijdrage niet jaren zou kunnen worden voortgezet. Mede daarom is inmiddels besloten de missie niet nogmaals te verlengen.

In het domein lucht is met langdurig vier F16»s in Afghanistan volledig voldaan aan de inzetbaarheidsdoelstelling. Voor de andere domeinen is geen inzet geweest in de volle omvang zoals benoemd in de inzetbaarheidsdoestellingen. Ook heeft er geen langdurige inzet van special forces op het niveau van een joint taakgroep plaatsgevonden. Wel is er sprake van verschillende kleinere missies en een SF-inzet van compagniesomvang in Mali. De huidige inzet van schaarse operationele inlichtingencapaciteit in Mali beperkt de mogelijkheden voor inlichtingenvergaring bij eventuele andere inzet binnen deze inzetbaarheidsdoelstelling.

  • 3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

    • De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

    • Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen (cybercapaciteit);

    • Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in het bijzonder met de in de ICMS-catalogus gegarandeerde capaciteiten;

    • Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises – zo nodig met alle op dat moment beschikbare eenheden.

Ad 3.

Deze doelstelling was in de eerste helft van 2014 haalbaar. Indien schaarse eenheden gelijktijdig voor nationale en internationale inzet noodzakelijk zijn, is een prioriteitstelling noodzakelijk. Dit is ook gebleken gedurende de inzet van de krijgsmacht in het kader van de ondersteuning van de Nuclear Security Summit.

Binnen de structurele nationale taken waren er beperkingen op het gebied van Search and Rescue (SAR) en patiëntenvervoer doordat er slechts één AB-412 helikopter beschikbaar was. Cougar-helikopters waren daarom beschikbaar als reservecapaciteit, naast de eerder besloten uitbesteding van de SAR-taken gedurende de nachtelijke uren.

Met betrekking tot cyber, militaire bijstand/ICMS catalogus en militaire bijstand bij terrorisme is voldaan aan de vraag. Beperkingen hadden kunnen optreden als schaarse capaciteit op grotere schaal expeditionair ingezet zou zijn geweest. Dat is niet voorgekomen.

  • 4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1) als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit een vaste compagnie van het CZSK en een roulerende compagnie van het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

Ad 4.

Aan deze doelstelling is in het eerste half jaar van 2014 voldaan.

Tot slot

De krijgsmacht kon in de eerste helft van 2014 voldoen aan de gevraagde inzet. Het kostte aanzienlijke inspanningen om daarnaast te voldoen aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. Er is sprake van een aantal hardnekkige beperkingen, vooral de lage beschikbaarheid van diverse (wapen)systemen en het gebrek aan gespecialiseerd personeel. De beperkingen beïnvloeden vooral het voortzettingsvermogen en de geoefendheid van de krijgsmacht. De verwachting is dat deze beperkingen, ondanks de genomen maatregelen, niet voor 2016 zijn opgelost.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven