Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201733763 nr. 132

33 763 Toekomst van de krijgsmacht

Nr. 132 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 april 2017

Om informatiegestuurd optreden (IGO) mogelijk te maken, voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) momenteel een grote organisatieverandering door: van decentrale, gebiedsgebonden aansturing naar centrale, landelijke aansturing. Op 17 maart 2015 is uw Kamer hierover geïnformeerd (Kamerstuk 33 763, nr. 70). De transformatie bestaat uit een personele reorganisatie, nieuwe centrale huisvesting en aanpassing van IT-voorzieningen. Het programma IT IGO is onlangs getoetst door het Bureau ICT-Toetsing (BIT). Het resultaat treft u hierbij als bijlage aan1.

Het BIT betitelt de ambitie van de KMar als begrijpelijk en heeft begrip voor het feit dat de KMar IT IGO beschouwt als een «ontwikkelagenda». Omdat er geen blauwdruk voor het programma IT IGO bestaat, wordt het met behulp van proeftuinen en experimenten ontwikkeld. Tegelijkertijd is het BIT kritisch over de opzet van het programma en wijst het terecht op een aantal risico’s. Zo vindt het BIT dat de KMar te veel uitgaat van nieuwe of technisch ingewikkelde oplossingen en dat er te weinig zicht is op zowel de stand van zaken als de kosten van projecten. Ten slotte concludeert het BIT dat de inrichting van de programmaorganisatie en inkoopfunctie niet bijdragen aan de slagvaardigheid van het programma. Het BIT vertaalt deze conclusies in een aantal concrete en waardevolle aanbevelingen die Defensie zal opvolgen.

1. Maak meer gebruik van (doorontwikkeling van) bestaande voorzieningen

Het BIT adviseert om, waar mogelijk, uit te gaan van (doorontwikkeling van) bestaande voorzieningen, bijvoorbeeld bij mobiele applicaties van de KMar. In het High Level Ontwerp (HLO) voor de nieuwe IT van Defensie is als uitgangspunt opgenomen dat nieuwe IT-toepassingen zoveel mogelijk berusten op oplossingen die standaard van de markt, de Navo of het Rijk kunnen worden verkregen. De aanbeveling om meer gebruik te maken van bestaande voorzieningen sluit daarom goed aan bij dit beleid. Dit geldt onder meer voor het project dat zich richt op mobiele applicaties. Daarbij is ook bezien of de applicaties van de politie kunnen worden overgenomen.

Vanwege een andere IT-infrastructuur is dat niet rechtstreeks mogelijk, maar er wordt uiteraard wel gebruikgemaakt van de concepten en de kennis van de Nationale Politie.

Daarnaast adviseert het BIT om bij de vervanging van het tactische en operationele bevelvoeringssystemen (TOBS) meer tijd te nemen om na te gaan wat de organisatie nodig heeft. Het huidige systeem heeft echter het einde van zijn levensduur bereikt. Inmiddels is het verwervingstraject voor het nieuwe systeem gestart. Door middel van een concurrentiegerichte dialoog met de markt wordt het programma van eisen aangescherpt.

2. Vergroot het inzicht in de stand van zaken en de kosten van lopende projecten

Het BIT onderstreept dat het belangrijk is de stand van zaken en de kosten van de projecten in het programma goed in kaart te brengen. Sinds de start van het BIT-onderzoek wordt gewerkt aan verbetering hiervan. De voortgang (inclusief financiën) wordt per project bijgehouden in de basisadministratie die Defensie voor projecten gebruikt. Maandelijks wordt een hoofdpuntenrapportage binnen de leiding van het programma besproken. Nieuwe projecten starten pas nadat is zekergesteld dat er voldoende financiële middelen zijn en voldoende capaciteit beschikbaar is bij zowel JIVC als de KMar.

3. Vergroot de slagvaardigheid van IT IGO

Het BIT doet enkele aanbevelingen om de slagvaardigheid van het programma te vergroten. Ook op dit vlak zijn ondertussen stappen gezet. Zo is het volledige budget voor het programma inmiddels vrijgegeven. De Stuurgroep governance IGO houdt de samenhang tussen personeel, huisvesting en IT nauwlettend in het oog. Overeenkomstig het advies van het BIT participeert in principe per belanghebbende slechts één deelnemer in de Stuurgroep.

Het BIT beveelt aan het programmamanagement steviger in te richten. Defensie zal de opzet van het programmamanagement nogmaals tegen het licht houden en de verantwoordelijkheden waar nodig nader duiden. Daarbij zal Defensie gebruik maken van de best practices, zoals vastgelegd in de methodiek Managing Successful Programmes (MSP). Conform het advies van het BIT zal voor het programma IT IGO KMar inkoopdeskundigheid worden vrijgemaakt dan wel ingehuurd.

Tot slot

Zoals het BIT constateert, is er bij de KMar de voelbare wil en het enthousiasme om van IGO KMar een succes te maken. De adviezen van het BIT dragen bij tot de verbetering van het programma IT IGO Kmar. Ik ben het BIT hiervoor zeer erkentelijk.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.