33 758 Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

Nr. 10 VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN J.D.M.J. DEN B. TE D.B.2 BETREFFENDE EEN KLACHT OVER DE WEIGERING VAN EEN BETALINGSREGELING DOOR DE BELASTINGDIENST

Vastgesteld 12 december 2013

Klacht

Verzoeker, vennoot in een accountantsfirma, is het niet eens met de negatieve beslissing op zijn beroepsschrift inzake een betalingsregeling voor de belastingschuld van zijn firma.

Naar aanleiding van deze klacht heeft de Staatssecretaris van Financiën inlichtingen verstrekt aan de commissie.

Feiten

In januari 2013 heeft de firma uitstel van betaling aangevraagd voor omzet- en loonbelastingschulden in verband met tijdelijke liquiditeitsproblemen. De ontvanger heeft een betalingsregeling afgewezen omdat er zijns inziens onvoldoende zekerheid werd geboden, niet voldaan werd aan het bijhouden van de lopende verplichtingen en de onderneming niet levensvastbaar zou zijn. Vervolgens heeft verzoeker tegen deze beslissing beroep aangetekend, er vindt een hoorzitting plaats en op 5 april 2013 volgt de uitspraak van de directeur van de Belastingdienst: hoewel de overwegingen negatief zijn, luidt het dictum dat het beroep is toegewezen. Er blijkt echter sprake te zijn van een vergissing. Op 25 april volgt er een nieuwe uitspraak waarvan het dictum luidt dat het beroep is afgewezen.

Overwegingen

Verzoeker is van mening dat de formele rechtskracht van de beslissing van de directeur van 5 april 2013 in de weg staat aan het herstel van het dictum. De Staatssecretaris is van oordeel dat er sprake is van een duidelijk kenbare vergissing, die ook door verzoeker terstond werd opgemerkt. Voor het maken van deze vergissing biedt de Staatssecretaris zijn verontschuldigingen aan. Verzoeker beklaagt zich over het feit dat het hoorverslag, dat deel uitmaakt van de uitspraak, hem niet tijdig is toegezonden, zodat hij hierop had kunnen reageren. De Staatssecretaris werpt tegen dat artikel 7:21 van de Algemene wet bestuursrecht geen verplichting kent tot het afzonderlijk toezenden van een hoorverslag. Hoewel de openstaande belastingschuld gedeeltelijk is ingelopen, ziet de Staatssecretaris geen aanleiding om de afwegingen van de ontvanger en de directeur in twijfel te trekken en alsnog een betalingsregeling toe te staan.

Oordeel van de commissie3

Het standpunt van de Staatssecretaris kan worden gevolgd.

Voorstel aan de Kamer

Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.

De voorzitter van de commissie, Neppérus

De griffier van de commissie, Roovers


X Noot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

X Noot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

X Noot
3

De commissie bestaat uit de leden: Neppérus (voorzitter) (VVD), Jacobi (PvdA), Van Raak (SP), Van Toorenburg (CDA), Schouw (D66), Helder (PVV), Klein (50PLUS), Dik-Faber (CU), Van der Linde (PVV) en de plaatsvervangend leden Van Oosten (VVD),Kuzu (PvdA), Berndsen-Jansen (D66) Baay-Timmerman (50PLUS) en Litjens (VVD).

Naar boven