33 753 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2014)

Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID GROOT

Ontvangen 13 november 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel XII, onderdeel A, komt te luiden:

A

Artikel 5b, achtste lid, komt te luiden:

  • 8. Een instelling wordt eveneens door de inspecteur niet, of niet langer, als algemeen nut beogende instelling aangemerkt indien de instelling, een bestuurder van die instelling, een persoon die feitelijk leiding geeft aan die instelling, of een voor die instelling gezichtsbepalende persoon door een Nederlandse rechter onherroepelijk is veroordeeld wegens het opzettelijk plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, mits:

    • a. het misdrijf is gepleegd in de hoedanigheid van bestuurder, feitelijk leidinggevende of gezichtsbepalend persoon van de instelling;

    • b. nog geen vier kalenderjaren zijn verstreken sinds de veroordeling, en

    • c. het misdrijf gezien zijn aard of de samenhang met andere door de algemeen nut beogende instelling of genoemde personen begane misdrijven, een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert en sprake is van een gevaar voor herhaling.

Toelichting

Met dit amendement vervalt de met betrekking tot algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) in artikel 5b, achtste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen opgenomen bepaling over «haatzaaien en geweld» en de in het onderhavige wetsvoorstel opgenomen uitbreiding hiervan tot «het in gevaar brengen van mensen en goederen», maar wordt de inhoud van de in genoemd achtste lid opgenomen weigerings- of ontnemingsgrond van de ANBI-status verbreed. Artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering definieert misdrijven waarvoor een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven. Het begrip «geweld» is noch in de fiscale wetgeving, noch in de strafwetgeving gedefinieerd. Uit de jurisprudentie blijkt dat het enkele gooien van eieren al als openlijke geweldpleging kwalificeert en ook het enkele geven van een duw kan tot kwalificatie van het bestanddeel «vergezeld van geweld» leiden. Zowel gelet op het ontbreken van een wettelijke definitie, als het feit dat intrekking van de ANBI-status in voorkomend geval disproportioneel zou kunnen zijn, bijvoorbeeld in de voornoemde gevallen, is het nodig om specifieker aan te geven in welke gevallen intrekking van de ANBI-status passend is. Tevens is het vreemd het ene misdrijf (in gevaar brengen van mensen of goederen) anders te beschouwen dan andere (misdrijven tegen de openbare orde, zeden, mishandeling) die in andere titels van het Wetboek van Strafrecht staan. Genoemd artikel 67 biedt een heldere afbakening en is minder specifiek op bepaalde organisaties gericht. Maar er valt dus ook meer onder. Een ondergrens in de vorm van verstoring van de rechtsorde of minimale straf is dan wel noodzakelijk.

Groot

Naar boven