33 750 XVII Vaststelling van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2014

Nr. 60 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 juni 2014

In mijn Kamerbrief van 8 november 2013 betreffende Informatievoorziening met betrekking tot (vermoedens van) malversaties heb ik geschreven dat u vertrouwelijk wordt geïnformeerd over vermoedens van malversatie. Vermoedens van malversatie worden altijd onderzocht, ongeacht het financieel belang of de betrokken partij(en). In de bijlage bij het departementaal jaarverslag informeer ik u jaarlijks over de bewezen gevallen.

Vanwege het vertrouwelijke karakter van de vermoedens en ter bescherming van mogelijke onschuldige partijen, maak ik in het jaarverslag alleen melding van het aantal (nog) niet bewezen gevallen. Om tegemoet te komen aan de wens van uw Kamer ga ik in de vertrouwelijke bijlage van deze brief nader in op de lopende onderzoeken per ultimo 2013 en de niet-bewezen vermoedens van malversatie1.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen


X Noot
1

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven