33 750 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2014

Nr. 57 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2014

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft om een reactie verzocht «op uitspraken van een Amerikaanse voormalige dronepiloot in NRC-Handelsblad en het programma Zembla dat het ondenkbaar (is) dat Nederlandse inlichtingen over Somalie niet door Amerikanen zijn gebruikt bij drone-aanvallen». Dit mede in het licht van mijn uitspraken in het algemeen overleg van 23 april jl. dat Nederland niet meewerkt aan het delen van inlichtingen ten behoeve van illegale «targeted killings».

In reactie op bovenstaande onderstreep ik het volgende. De uitlatingen in het NRC artikel van 24 april zijn geheel voor rekening van de voormalige operator, Brandon Bryant. Er is geen aanleiding terug te komen op mijn eerdere uitspraken.

Zoals eerder is gemeld, heeft de MIVD inlichtingen verworven in het kader van de NAVO-operatie Ocean Shield (zie bijlage bij Kamerstuk 33 750 X, nr. 51). De uitwisseling van inlichtingen over Somalië geschiedt in het kader van de reguliere samenwerking. Het is niet gebruikelijk dat diensten elkaar melden of (en zo ja welke) informatie ook voor andere doeleinden wordt gebruikt. Het is evenmin bekend op basis van welke (eigen en verkregen) informatie en inlichtingen andere landen operaties uitvoeren.

Het kabinet beschikt niet over aanwijzingen dat Nederlandse inlichtingen zijn gebruikt voor handelingen die in strijd zijn met het internationale recht. Nederland werkt niet mee aan illegale targeted killings. Als zou blijken dat een buitenlandse partner aantoonbaar illegale targeted killings uitvoert, waarvoor ook Nederlandse informatie wordt gebruikt, zal dit leiden tot het opnieuw beoordelen van de vraag of dergelijke inlichtingen met die partner worden gedeeld.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven