Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433750-V nr. 5

33 750 V Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2014

Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 oktober 2013

Naar aanleiding van het verzoek van het lid Van Tongeren gedaan op 1 oktober jl., het aanvullende verzoek van de Vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken gedaan op 3 oktober jl., en de ontwikkelingen sinds mijn brief van 25 september jl. (Kamerstuk 33 750 V, nr. 4) informeer ik u over de huidige stand van zaken rond het Greenpeace-schip Arctic Sunrise en de verdere stappen die Nederland terzake onderneemt.

Na herhaaldelijk verzoek bij de Russische autoriteiten, onder meer in een tweede gesprek met mijn Russische ambtgenoot Sergei Lavrov over dit onderwerp, heb ik in de avond van 1 oktober jl. een reactie ontvangen op mijn verzoeken om nadere informatie. Het betreft de positie van het schip toen het werd overmeesterd, de rechtsgronden waarop Rusland zich beroept voor hun acties tegen de Arctic Sunrise, en de aanklacht tegen de bemanning.

Wat betreft de overmeestering van het schip beroept Rusland zich op de bevoegdheid om de scheepvaartveiligheid in de omgeving rond de installatie te handhaven. Nederland onderschrijft het belang van veiligheid op zee, maar bestrijdt, in dit geval, de rechtmatigheid van het opbrengen van het schip en de bemanning.

De reactie van Russische zijde geeft mij derhalve geen aanleiding om mijn standpunt met betrekking tot het vrijgeven van het schip en de vrijlating van de opvarenden te wijzigen. Ik heb de Russische autoriteiten hier nogmaals om gevraagd. Tevens is Nederland als vlaggenstaat van de Arctic Sunrise vandaag een arbitrageprocedure op grond van het Zeerechtverdrag begonnen, gericht op het in Nederlandse ogen onrechtmatige karakter van de aanhouding en opbrenging van het schip, evenals op de vrijlating van het schip en de opvarenden. Nederland heeft Rusland hiervan inmiddels op de hoogte gesteld. Als onderdeel van deze procedure kan Nederland, indien er onvoldoende voortgang is, over twee weken het Zeerechttribunaal verzoeken om voorlopige maatregelen voor vrijlating van schip en opvarenden.1 2

Zoals eerder aan uw Kamer gemeld laten juridische stappen van Nederland als vlaggenstaat van de Arctic Sunrise – en dus met betrekking tot de rechtmatigheid van de aanhouding van schip en bemanning op donderdag 19 september jl. – onverlet dat de Russische autoriteiten de bemanning nog steeds strafrechtelijk kunnen vervolgen in verband met de eerder door Greenpeace gevoerde acties, en dat bemanningsleden voor een Russische rechter kunnen worden geroepen. Zoals nu blijkt betreft de aanklacht piraterij onder Russisch strafrecht. Nederland zal de nationale rechtsgang in Rusland ten aanzien van de Nederlandse bemanningsleden nauwgezet volgen.

Medewerkers van het Nederlandse Consulaat Generaal in St. Petersburg blijven paraat voor verdere consulaire bijstand aan de twee Nederlandse bemanningsleden. Zij hebben de twee Nederlanders een paar keer bezocht en gesproken, houden nauw contact met hun advocaten, wonen de zittingen van de rechtszaken bij en zorgen bijvoorbeeld voor medicijnen en andere zaken. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft contact met de families van beide opvarenden om hen op de hoogte te houden. In antwoord op uw verzoek meld ik u dat Nederland regelmatig contact en overleg heeft met andere betrokken landen over deze zaak, in Den Haag, Moskou en Moermansk.

Tot slot wenst het kabinet erop te wijzen dat juridische geschillen als deze geen afbreuk doen aan de brede bilaterale betrekkingen die Nederland en Rusland onderhouden. Juist voor dergelijke zaken zijn internationale mechanismen voor geschillenbeslechting, zoals arbitrage, ingesteld. Ook laten deze stappen onverlet dat Nederland de voorkeur blijft geven aan een diplomatieke oplossing.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans


X Noot
1

De termijn van twee weken is neergelegd in artikel 290 van het VN-Zeerechtverdrag.

X Noot
2

Een zogenaamde spoedige vrijgevingsprocedure («prompt release»-procedure) bij het Zeerechttribunaal, dus zonder start van een arbitrageprocedure, bleek niet mogelijk gezien het Russische beroep op veiligheid op zee als grond om de Arctic Sunrise te overmeesteren. Een «prompt release»-procedure is alleen ontvankelijk in het geval van visserij- of milieuconflicten.