33 750 IV Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2014

N BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSLRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 maart 2014

In de CN week van oktober 2013 is besloten een gezamenlijke werkgroep in te stellen voor de formulering van de evaluatieopdracht van de staatkundige evaluatie Caribisch Nederland. De werkgroep bestaat uit de gedeputeerden constitutionele zaken van de openbare lichamen en een afvaardiging van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De opdracht van de werkgroep is het formuleren van de evaluatieopdracht en een voorstel te maken voor de samenstelling van de onafhankelijke evaluatiecommissie. Na vaststelling van de evaluatieopdracht tijdens het Bestuurlijk Overleg in de CN week in juni zal de werkgroep fungeren als begeleidingscommissie voor de evaluatiecommissie. De evaluatiecommissie zal periodiek verslag uitbrengen aan de werkgroep.

Op 28 februari j.l. heeft de eerste werkgroep plaatsgevonden op Saba onder leiding van gedeputeerde Chris Johnson op een constructieve wijze. Tijdens de werkgroep is de voorlichting van de Raad van State1 over de opzet en het proces van de evaluatie besproken. De werkgroep is van mening dat de voorlichting een goede basis is voor de te formuleren evaluatieopdracht. Daarnaast is gesproken over onderwerpen die van belang zijn voor de evaluatie en die in het bijzonder de bevolking raken. De werkgroep heeft een Terms of Reference vastgesteld voor haar opdracht en werkwijze. Tenslotte heeft een eerste gedachtewisseling plaatsgevonden over de door de Raad van State voorgestelde commissie die de evaluatie zal uitvoeren. In de komende werkgroepen zal dit verder worden uitgewerkt.

De werkgroep acht het van belang de volgende aanvullingen te maken op de voorlichting van de Raad van State:

  • 1. Onderken de verschillen tussen de eilanden; dit is onderbelicht in de voorlichting;

  • 2. Democratisch deficit zal worden meegenomen in de evaluatie;

  • 3. Meer nadruk zal gelegd worden op de economische ontwikkeling van de eilanden;

  • 4. Artikel 1.2 van het Statuut van de Koninkrijk zal onderdeel zijn van de evaluatie

  • 5. De evaluatie zal de mensenrechten in de brede zin van het woord meenemen in haar werkzaamheden;

  • 6. De werkgroep erkent het recht van zelfbeschikking van de eilanden;

  • 7. Alle delegaties van de werkgroep zijn gelijkwaardige partners.

Dit zijn de eerste bevindingen van de werkgroep op een later moment kunnen verdere bevindingen worden toegevoegd.

De werkgroep meent dat het voor een gezamenlijk uitgevoerde evaluatie noodzakelijk is dat de uitkomsten worden erkend, gerespecteerd en opgevolgd door alle betrokken partijen. De werkgroep besprak hiertoe eerste gedachten en vervolgt die besprekingen in haar volgende bijeenkomsten ten einde uiterlijk bij het formuleren van de evaluatieopdracht hiertoe afspraken te maken.

De komende maanden zullen nog een aantal bijeenkomsten van de werkgroep plaatsvinden. Alle partijen erkennen het belang van de evaluatie voor de toekomst van de bevolking van de eilanden. Ik ben dan ook van overtuigd dat de werkgroep in juni een onderbouwde en door alle partijen gedragen evaluatieopdracht zal opleveren.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Kamerstuk vergaderjaar 2013–2014 II, 33 750 IV nr 27

Naar boven