Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2013-201433750-IV nr. K

33 750 IV Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2014

K VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 25 februari 2014

De leden van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties1 hebben kennisgenomen van de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 18 december 2013 inzake de voortgangsrapportages Sint Maarten en van de bijgevoegde rapportages van de voortgangscommissie.

Naar aanleiding daarvan hebben zij de Minister op 29 januari 2014 een brief gestuurd.

De Minister heeft op 21 februari 2014 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, Bergman

BRIEF AAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Den Haag, 29 januari 2014

De leden van de commissie voor Koninkrijksrelaties hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief d.d. 18 december 2013 inzake de voortgangsrapportages Sint Maarten en van de bijgevoegde rapportages van de voortgangscommissie.

Naar aanleiding van de voortgangsrapportages van de voortgangscommissie wil de commissie graag het volgende onder uw aandacht brengen. De voortgangscommissie geeft aan dat de Minister van Justitie van Sint Maarten zoekt naar mogelijkheden om jeugdige gedetineerden afzonderlijk te huisvesten en dat deze jeugdige gedetineerden tijdelijk afzonderlijk worden gehuisvest in het huis van bewaring. De commissie is van mening dat de expertise die in Nederland aanwezig is op het gebied van jeugddetentie, resocialisatie en nazorg voor jeugdige gedetineerden, bijvoorbeeld bij justitiële jeugdinrichtingen, goede mogelijkheden biedt voor samenwerking. Zij is van mening dat het aanbeveling verdient om te bezien of het mogelijk is om te komen tot twinning-projecten tussen inrichtingen uit Nederland en Sint Maarten.

De commissie verzoekt u het bovenstaande onder de aandacht te brengen van de Minister van Justitie van Sint Maarten en te bezien of, indien daar behoefte aan bestaat, er mogelijkheden bestaan voor samenwerking.

Voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties M.Y. Linthorst

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 februari 2014

De voorzitter van de vaste commissie Koninkrijksrelaties heeft mij op 29 januari 2014 per brief verzocht om contact te zoeken met de Minister van Justitie van Sint Maarten om te bezien of Sint Maarten behoefte heeft aan samenwerking met Nederland op het gebied van jeugddetentie, resocialisatie en nazorg voor jeugdige gedetineerden. Dit naar aanleiding van de meest recente rapportages van de Voortgangscommissie Sint Maarten over de plannen van aanpak van dit land, die ik periodiek aan uw Kamer doe toekomen. Hierbij bied ik u mijn reactie op het verzoek aan.

Vooropgesteld dient te worden dat de uitvoering van de plannen van aanpak een autonome verantwoordelijkheid is van het land Sint Maarten. Het staat Sint Maarten uiteraard vrij om indien gewenst samenwerking met Nederland te zoeken. Specifiek op dit gebied heb ik samen met de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer geschreven dat er incidenteel op casusniveau contact is tussen de Raad voor de Kinderbescherming in Europees Nederland en de landen in het Caribisch deel van het Koninkrijk, waaronder Sint Maarten. Daarnaast zijn er contacten gelegd tussen de directeuren van de voogdijraden van onder andere Sint Maarten en de directeur van de voogdijraad BES in Caribisch Nederland om te bezien of en zo ja op welke terreinen van het justitieel jeugdbeleid samenwerking mogelijk is2. Tot slot hecht ik eraan u te wijzen op de Koninkrijksconferentie die in april in Aruba zal plaatsvinden, en waar het thema kinderrechten onderwerp van gesprek zal zijn.

Indien zich op deze terreinen relevante ontwikkelingen voordoen, zal ik uw Kamer daarover inlichten, zo nodig in gezamenlijkheid met de Minister van Veiligheid en Justitie.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Linthorst (PvdA) (voorzitter), Terpstra (CDA), Slagter-Roukema (SP),Engels (D66), Nagel (50PLUS), Van Bijsterveld (CDA), Van Kappen (VVD), Koffeman (PvdD), Quik-Schuijt (SP), Th. de Graaf (D66) (vice-voorzitter), Ganzevoort (GL), De Lange (OSF), Koole (PvdA), Schrijver (PvdA), Sörensen (PVV), Reynaers (PVV), Van Dijk (PVV), Ester (CU), De Grave (VVD), Beckers (VVD), Swagerman (VVD)

X Noot
2

Vragen van het lid Van Laar (PvdA) aan de Minister van BZK over berichten over de jeugdreclassering op Curaçao, 7 augustus 2013, kenmerk 2013Z15628