Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 november 2013
In antwoord op uw brief van 16 oktober jl. inzake de Portway Budget 2012 bericht ik
u als volgt.
De argumenten voor de conclusie, dat de Portway (de variant van 2009 en de variant
van 2011) geen verder in overweging te nemen alternatief is, zijn beschreven in mijn
eerdere brief aan uw Kamer. Met beide varianten worden de projectdoelstellingen van
de A13/16 niet gehaald. Bovendien kan de Portway niet binnen het beschikbare budget
worden gerealiseerd.
De argumenten voor de conclusie, dat de Portway Budget 2012 (ook) geen verder in overweging
te nemen alternatief is, zijn beschreven in de brief van de Stadsregio Rotterdam aan
het bestuur van de bewonersorganisatie Molenlaankwartier. De Stadsregio Rotterdam
heeft met name geconcludeerd, dat het Onderliggend Wegennet te zwaar wordt belast
(terwijl ontlasting van het OWN juist één van de projectdoelstellingen van de A13/16
is). Voorts heeft de Stadsregio Rotterdam geconcludeerd, dat het onderdeel van het
plan om de A20 te verbreden van 2x3 naar 2x6 tot 2x7 rijstroken een inpassingsopgave
met zich meebrengt, die niet binnen het beschikbare budget kan worden gerealiseerd.
Beide brieven zijn in het bezit van de Belangenvereniging Hillegersberg Bergse Bos
(BVHBB).
Ik deel, mede gezien het voorgaande, de conclusies en constateringen uit de brief
van de Belangenvereniging Hillegersberg Bergse Bos niet.
-
▪ De leefbaarheid langs de A20 is wel degelijk een reden voor het afwijzen van Portway
Budget 2012. De verbreding van 2x3 rijstroken naar 2x6 tot 2x7 rijstroken leidt tot
forse leefbaarheideffecten en hoge kosten om deze te mitigeren. De hoogte van de noodzakelijke
schermen is niet zozeer het punt.
-
▪ De leefbaarheid bij Overschie wordt met de Portway inderdaad sterker verbeterd door
het afwaarderen van de A13, maar de problemen verplaatsen zich daardoor naar de A20.
Bijna al het verkeer gaat immers over de Portway (en dus over de naar 2x6 tot 2x7
rijstroken verbrede A20) in plaats van deels over de A13-A20 en deels over de A13/16.
-
▪ Ik kan de stellingen, dat het budget passend is en de druk op het Onderliggend Wegennet
achterhaald is, niet plaatsen. Het is niet noodzakelijk om een kostenraming op het
niveau van een Voorlopig Ontwerp te maken om te kunnen concluderen, dat met de Portway
Budget 2012 meer en ingrijpender maatregelen aan de orde zijn. Met behulp van verkeersberekeningen
met het verkeersmodel RVMK is opnieuw aangetoond, dat het Onderliggend Wegennet te
zwaar wordt belast. De Stadsregio Rotterdam geeft in haar antwoordbrief naar aanleiding
van het WOB-verzoek tenslotte aan, dat de vermelde laatste bijstellingen van het ontwerp
inderdaad niet bij de toets van de Stadsregio Rotterdam zijn betrokken, maar dat naar
oordeel van de Stadsregio Rotterdam de omvang van die bijstellingen niet van dien
aard zijn, dat zij tot een wezenlijk ander oordeel leiden over de Portway Budget 2012.
-
▪ Ook de stelling inzake de robuustheid kan ik niet plaatsen. Met de A13/16 is sprake
van een volwaardig alternatief voor de route A13-A20, terwijl met de Portway (Budget
2012) geen sprake is van een alternatieve route. De enige route is de Portway.
Naar aanleiding van de vragen van de Belangenvereniging Hillegersberg Bergse Bos kan
ik u het volgende mededelen.
-
▪ De Belangenvereniging Hillegersberg Bergse Bos heeft een WOB-verzoek ingediend bij
de Stadsregio Rotterdam inzake de Portway Budget 2012. De afhandeling van dit WOB-verzoek
is uiteraard aan de Stadsregio Rotterdam. Dit is inmiddels gebeurd.
-
▪ Een versmalling c.q. afwaardering van de A13 ter hoogte van Overschie maakt inderdaad
geen onderdeel uit van het project A13/16.
-
▪ De stelling, dat verkeersspecialisten vrezen voor hun relatie met RWS, kan ik niet
plaatsen. Zowel RWS als de Stadsregio Rotterdam zijn professionele organisaties, die
ook zelf hebben meegewerkt aan de beoordeling van de Portway-varianten. Het staat
eenieder vrij om verkeersberekeningen te laten maken met het NRM. Uiteraard is het
wenselijk voorafgaand aan het gebruik van het model afspraken te maken (te hanteren
aannames, uitgangspunten, etc.) om discussies achteraf te voorkomen.
Gezien het voorgaande heb ik naar mijn mening voldaan aan de code publieksparticipatie.
Ik heb dit alternatief serieus afgewogen.
Inmiddels heb ik het standpunt A13/16 ingenomen en naar de Tweede Kamer verzonden
(Kamerstuk 33 400-A nr. 101).
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Ik zal dhr. Groosman van de Belangenvereniging Hillegersberg Bergse Bos een antwoordbrief
sturen van gelijke strekking.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus