Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433749 nr. 5

33 749 Wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen en de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van Richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (PbEU 2011, L 343)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 21 oktober 2013

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

ALGEMEEN DEEL

2

Inleiding

2

Gecombineerde vergunning voor werk en verblijf en één aanvraagprocedure

2

Doelgroep

2

Procedure

3

Geen schorsende werking

4

Verantwoordelijkheidsverdeling

4

Financiële gevolgen en administratieve lasten

5

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

6

ALGEMEEN DEEL

Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden hebben nog wel een aantal vragen en opmerkingen.

Kan de regering toelichten waarom er nu pas een voorstel naar de Tweede Kamer is verzonden terwijl eind 2011 al de richtlijn aanvaard is? Kan de regering toelichten waarom in de richtlijn zoals die uiteindelijk is vastgesteld voldoende is tegemoet gekomen aan de bezwaren die Nederland had nadat de Europese Commissie het eerste ontwerp daarvan had gepubliceerd?

De leden van de Partij van de Arbeid-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel «Wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van Richtlijn 2011/98/EU».

Nederland heeft zich ten aanzien van de ontwerprichtlijn kritisch opgesteld. Kan de regering aangeven of de bezwaren die Nederland had, nadat de Europese Commissie het eerste ontwerp van de richtlijn had gepubliceerd, worden ondervangen in deze wet?

De leden van de PvdA-fractie vragen of de uiterste datum van inwerkingtreding van deze implementatiewet, 25 december 2013, nog steeds haalbaar is.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en hebben een aantal vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van het wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen en de Vreemdelingenwet 2000. Deze leden willen graag de volgende vragen ter beantwoording aan de regering voorleggen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een nadere toelichting waarom volgens de regering in de uiteindelijk vastgestelde richtlijn voldoende tegemoet gekomen is aan de bezwaren die Nederland had nadat de Europese Commissie het eerste ontwerp had gepubliceerd.

Gecombineerde vergunning voor werk en verblijf en één aanvraagprocedure

Doelgroep

De leden van de VVD-fractie merken op dat de regering aangeeft dat de richtlijn voor een deel van de zogenaamde derdelanders dat met het doel om arbeid te verrichten naar een lidstaat van de Europese Unie komt er een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid beschikbaar komt. Kan de regering aangeven voor welk deel van de derdelanders dit is? Aangegeven wordt dat door de doelgroepafbakening voor de gecombineerde vergunning voor zowel verblijf als arbeid (hierna: GVVA) er naar verwachting 52% van de derdelanders onder de GVVA gaan vallen. Waarom is er voor gekozen het overige gedeelte niet onder de GVVA te laten vallen? Wat is het verschil met de groepen die er wel onder vallen? En welke derdelanders komen niet aan deze gecombineerde vergunning in aanmerking? Wat is de reden daarvoor, zo vragen de VVD-leden. Is de regering voornemens om in de toekomst deze twee systemen (GVVA en huidige procedure) naast elkaar te laten staan, of zijn er voornemens om dit te stroomlijnen?

De leden van de VVD-fractie constateren dat de GVVA niet verplicht is voor seizoenswerkers. Kan de regering aan deze leden aangeven wat de definitie van seizoenswerkers is?

Procedure

De leden van de VVD-fractie constateren dat Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV) een advies zal geven aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND). Deze leden hebben enkele vragen hier over. Is dit advies bindend voor het IND? Met andere woorden, mag de IND afwijken van het advies van het UWV. Als de IND daadwerkelijk mag afwijken, waar de leden van de VVD-fractie geen voorstander van zijn, kan het dan ook voorkomen dat iemand die volgens het UWV geen tewerkstellingsvergunning krijgt, vervolgens wel een verblijfsvergunning krijgt? In welke gevallen heeft een vreemdeling wel een verblijfsvergunning maar geen werkvergunning?

Welke gevolgen kan het overschrijden van de adviestermijn hebben voor de besluitvorming door de IND? Welke juridische mogelijkheden heeft de IND om de beslistermijn zo nodig te verlengen? Is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van belang op de GVVA-procedure?

Dient de IND bij een voornemen tot intrekking van de GVVA en bij een aanvraag tot verlenging van de GVVA in alle gevallen advies te vragen aan het UWV? Zo nee, in welke gevallen kan een advies achterwege blijven?

Kan de regering toelichten aan de leden van de VVD-fractie waarom de adviestermijn voor het UWV (als de nog door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen adviesinstantie) in het wetsvoorstel wordt bepaald op vijf weken? Hoe verhoudt deze termijn voor het adviseren over de verlening van een GVVA zich tot de periode die het UWV onder de huidige wetgeving mag gebruiken voor het nemen van een beslissing op een aanvraag om een twv?

Als er een quotum is ingevuld bij de Wet arbeid vreemdelingen dan geldt dit ook bij de GVVA. De leden van de VVD-fractie vragen of de IND op de hoogte is van het quotum of dat dit elke keer bij het UWV gecontroleerd moet worden.

In lijn met de huidige situatie, richten de normen uit de Wav zich tot de werkgever. Leidt dit tot problemen als de vreemdeling zelf de aanvraag indient, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Indien de vreemdeling werkloos wordt, wordt zijn aanvullend document vervangen en wordt zijn verblijfsrecht pas na drie maanden ingetrokken. Hoe verhoudt het niet intrekken van het verblijfsrecht zich tot het feit dat niet langer wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend? De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd op grond waarvan dit mogelijk is. Op welke wijze wordt dit gehandhaafd?

De leden van de PvdA-fractie constateren dat met het onderhavige wetsvoorstel de aanvraagprocedure voor een werk- en verblijfsvergunning wordt aangepast. Verwacht de regering als gevolg van deze wet een verandering in doorlooptijden en instroom ten aanzien van derdelanders die naar Nederland komen voor werk? Wat zijn de gevolgen van de aanpassing van de aanvraagprocedure voor de fraudegevoeligheid van het systeem? Verwacht de regering dat door de gecombineerde vergunning voor arbeid en verblijf er tijdwinst geboekt kan worden in de afhandeling van deze aanvragen? Betekent de het combineren van deze vergunningen ook dat er een verandering in verantwoordelijkheid tussen de IND en UWV plaatsvindt, waarbij het UWV een kleinere verantwoordelijkheid krijgt omdat zij slechts nog advies geeft? Hoe zwaarwegend weegt het advies dat het UWV geeft aan de IND voor het verstrekken van de vergunning? Welke ruimte heeft de IND om van het advies van het UWV af te wijken? Is daar een verandering ten opzichte van de huidige situatie? Zijn er situaties denkbaar dat, ondanks het overschrijden van een (mogelijk nog in te stellen) quotumregeling, toch een positief advies kan worden gegeven door het UWV vanwege bijvoorbeeld bijzondere omstandigheden?

De leden van de SP-fractie vragen of het waar is dat op geen enkele manier de voorwaarden voor toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt worden aangepast.

De leden van de SP-fractie vragen welke gevolgen het niet tijdig afgeven van een advies door het UWV aan de IND heeft.

De leden van de SP-fractie vragen of het advies van het UWV altijd bindend zal zijn en de IND dus nooit iemand vergunning tot arbeid kan verlenen indien het UWV geen vergunning voor arbeid adviseert

De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat de adviestermijn voor het UWV over de toelating van de vreemdeling tot de Nederlandse arbeidsmarkt via het wetsvoorstel wordt bepaald op vijf weken. Kan de regering toelichten in hoeverre de afgifte van de huidige tewerkstellingsvergunningen door het UWV binnen vijf weken wordt gehaald, zo vragen deze leden.

Genoemde leden vragen welke gevolgen het overschrijden van de adviestermijn kan hebben voor de besluitvorming door de IND. Welke juridische mogelijkheden heeft de IND om de beslistermijn zo nodig te verlengen, zo willen deze leden weten. Deze leden vragen om een toelichting of de Wet dwangsom en beroep van toepassing is bij het niet tijdig beslissen in een GVVA-procedure.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de IND bij een voornemen tot intrekking van de GVVA en bij een aanvraag tot verlenging van de GVVA in alle gevallen advies moet vragen aan het UWV. Zo nee, in welke gevallen kan een advies achterwege blijven? Tevens vragen deze leden om een nadere toelichting of de adviezen van het UWV aan de IND bindend zijn en een negatief advies van het UWV automatisch betekend dat de IND dus ook geen GVVA zal afgeven.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wat de stand van zaken is over de mogelijke rectificatie van de Nederlandstalige versie van de richtlijn. Welke gevolgen heeft de eventuele rectificatie van de richtlijn voor de eerbiedige werking ten opzichte van onder het huidige recht ingediende aanvragen en de wijze waarop hier vorm aan is gegeven in het wetsvoorstel, zo willen deze leden weten

Geen schorsende werking

De leden van de VVD-fractie horen graag van de regering wat er gebeurt als de verblijfsvergunning verloopt gedurende de bezwaar- en beroepsperiode. Wat zijn de gevolgen voor de vreemdeling?

De leden van de PvdA-fractie merken op dat bij de invoering van de GVVA ervoor wordt gekozen om geen schorsende werking in te voeren. Deze leden vragen of een situatie denkbaar is waarin de bezwaarprocedure langer duurt dan de gestelde termijn van drie maanden en, zo ja, in hoeverre heeft dit gevolgen voor het al dan niet intrekken van het verblijfsrecht?

Verantwoordelijkheidsverdeling

De leden van de VVD-fractie hebben nog enkele vragen over de IND en het UWV. Aangezien de IND beslist op de aanvraag, is de IND ook verantwoordelijk voor de bezwaar- en beroepsprocedures. Is hier capaciteit voor? Komen hiermee de beslistermijnen in gevaar?

Vervolgens zijn deze leden benieuwd wat de effecten zijn voor de werkgevers? Wat verandert er voor hen (bijvoorbeeld in de wijze van communiceren met het UWV en/of de IND)?

In hoeverre zal in het licht van het feit dat groepen worden uitgesloten voor GVVA, het voor werkgevers juist onduidelijker worden met alle consequenties van dien of zij al dan niet een TWV moeten aanvragen bij UWV? Hoe denkt de regering dit te kunnen voorkomen?

IND en UWV blijven werken in de eigen ICT-systemen. Komt er wel een koppeling tussen deze systemen, zo vragen de leden van de VVD-fractie. Hoe verloopt de afstemming nu?

Ook vragen de VVD-leden of de regering kan aangeven tot welke wijziging van de handhavingsactiviteiten deze wet leidt? De GVVA zal worden afgegeven door de IND. De Inspectie van SZW gaat zowel de tewerkstellingsvergunning (hierna: twv) als de GVVA handhaven. Valt de Inspectie van SZW voor wat betreft de handhaving van de GVVA dan onder de ambtelijke en politieke leiding van het Ministerie van Veiligheid en Justitie? Hoe is de verantwoording over de handhaving geregeld?

De IND geeft aan dat bij invoering van de GVVA er waarschijnlijk sprake zal zijn van een overgangsfase waarbij nog niet gewerkt wordt in de ideale werkwijze tussen UWV en IND. Kan de regering aan de VVD-leden aangeven hoe lang deze overgangsfase naar verwachting zal duren? Wanneer moet het proces geheel volgens plan verlopen?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering de stand van zaken kan beschrijven van het overleg dat gaande is tussen IND en UWV over de aanpassing van de onderlinge werkwijzen en de daarvoor benodigde ICT-ondersteuning. Het IND geeft aan dat er een overgangsfase zal zijn waarin de werkwijze tussen het UWV en de IND nog niet ideaal is. Hoe lang zal deze situatie naar verwachting duren, zo willen deze leden weten.

Financiële gevolgen en administratieve lasten

De leden van de VVD-fractie vragen waar de efficiencyslag in de Nederlandse implementatie uit bestaat? Het UWV en de IND blijven beiden de wet uitvoeren. De uitvoeringskosten zullen stijgen met € 0,8 miljoen euro. Wordt de tijd van gunning van de aanvraag verkort voor de werkgever? Met andere woorden: Wat is de toegevoegde waarde van deze geïntegreerde tewerkstellings- en verblijfsvergunning?

Ook zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd hoe over deze wijziging gecommuniceerd gaat worden.

De leden van de PvdA-fractie merken op dat met de invoering van één aanvraagprocedure IND en UWV intensief zullen moeten samenwerken. Eveneens vindt een verschuiving van taken plaats van het UWV naar de IND. De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering inzichtelijk kan maken hoe de daarmee gepaard gaande extra uitvoeringskosten over IND en UWV worden verdeeld? En welke leges worden er geheven ten aanzien van deze gecombineerde vergunning? Vindt daar een wijziging plaats ten opzichte van de totale leges die nu gelden voor de twee aparte vergunningen?

Doordat de IND verantwoordelijk wordt voor de afgifte van de GVVA, is het voor een effectieve handhaving door de Inspectie SZW van belang dat tussen de Inspectie SZW en de IND een adequate informatie-uitwisseling tot stand komt. Op welke wijze wordt deze informatie-uitwisseling, die nodig is voor effectieve handhaving, vormgegeven?

Voor de werkgever verandert administratief gezien het een en ander. Hoe worden de werkgevers geïnformeerd over deze wetswijziging? En welke communicatiemiddelen worden gebruikt om de invoering van de GVVA bekend te maken?

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel I (Wet arbeid vreemdelingen)

Artikel 2 (onderdeel B)

De gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid is alleen geldig bij werkzaamheden bij een specifieke werkgever, zo lezen de leden van de VVD-fractie in artikel 2. Betekent dit ook dat een dergelijke gecombineerde vergunning niet afgegeven wordt wanneer een derdelander meerdere werkgevers heeft?

Ook vragen deze leden of het aantal mensen dat een twv krijgt door de combinatie met de verblijfsvergunning in de GVVA vergroot wordt ten opzichte van de huidige wet?

De leden van de VVD-fractie hebben de volgende vragen over het intrekken van de GVVA. Bij werkloosheid van de vreemdeling wordt de GVVA ingetrokken, een nieuw aanvullend document verleend en, indien binnen drie maanden een nieuwe baan gevonden wordt, wordt het aanvullend document ingetrokken en een nieuwe GVVA verleend. Levert deze werkwijze meer werk op voor de IND dan de huidige procedure? Zo ja, is hier capaciteit voor? Komen met deze werkwijze de beslistermijnen in gevaar?

Met een nieuw aanvullend document kan de vreemdeling gedurende drie maanden zoeken naar een nieuwe baan. Heeft de vreemdeling tijdens deze periode recht op een uitkering? Zo ja, welke en onder welke voorwaarden, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Als de werkgever het dienstverband beëindigt, dient de werkgever dit dan aan het UWV of aan de IND te melden, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

Artikel III (overgangsrecht)

Kan de regering nader toelichten aan de leden van de VVD-fractie wat de rechtspositie zal zijn van derdelanders die voor 25 december 2013 een aanvraag om een verblijfsvergunning en/of een twv-aanvraag hebben ingediend maar daarop nog geen besluit hebben gekregen, indien op die datum de richtlijn nog niet is geïmplementeerd?

De voorzitter van de commissie, Van der Burg

De griffier van de commissie, Post