Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533722 nr. 14

33 722 Voorstel van wet van het lid Van der Steur tot het stellen van regels omtrent de registratie en de bevordering van de kwaliteit van mediators (Wet registermediator)

Nr. 14 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 22 december 2014

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De definitie van mediationovereenkomst komt te luiden:

mediationovereenkomst: de schriftelijke overeenkomst van opdracht waarbij een registermediator zich jegens ten minste twee andere partijen verbindt om tegen loon voor hen op te treden als mediator en in die hoedanigheid de mediation te leiden;

2. In de definitie van mediation wordt «begeleide» vervangen door: begeleid.

B

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt, onder verlettering van de onderdelen j en k tot k en l, na onderdeel i een onderdeel ingevoegd, luidende:

j. een overzicht van de betaalde werkzaamheden of functies die hij daarnaast verricht of vervult of voornemens is te gaan verrichten of vervullen;.

2. Onder vernummering van het zesde en zevende lid tot zevende en achtste lid, wordt na het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende:

6. De inschrijving geschiedt voor de duur van een jaar. De geregistreerde mediator kan telkens verzoeken om inschrijving voor de duur van een jaar.

3. In het achtste lid (nieuw) wordt «voor de behandeling van de aanvraag» vervangen door: bij de indiening van de aanvraag.

C

In artikel 5, onderdeel b, wordt «artikel 4, zevende lid» vervangen door: artikel 4, achtste lid.

D

In artikel 10, eerste lid, onderdeel a, wordt «onderdelen a, d, h en i» vervangen door: onderdelen a, d, h, i en j.

E

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. Onze Minister is gebleken van ernstige feiten of omstandigheden, de integriteit of de vakbekwaamheid van de registermediator betreffende; of

2. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde tot vierde lid.

F

In artikel 12, tweede lid, vervalt de eerste volzin.

G

Aan artikel 16 wordt een lid toegevoegd, luidende:

9. De kosten die samenhangen met de taakuitoefening door de commissie en ingevolge enige wettelijke bepaling ten laste komen van de staat worden vergoed door registermediators. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden over de wijze waarop deze kosten worden vergoed door de registermediators.

H

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het zesde lid wordt vernummerd tot zevende lid.

2. Na het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

6. De kosten die samenhangen met de taakuitoefening door de adviesraad en ingevolge enige wettelijke bepaling ten laste komen van de staat worden vergoed door registermediators.

3. Het zevende lid (nieuw) komt te luiden:

7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de adviesraad, waaronder regels over de wijze waarop de in het zesde lid bedoelde kosten worden vergoed door registermediators.

I

In artikel 23, eerste lid, komt de aanhef te luiden: De volgende diensten, organen en instanties maken uitsluitend gebruik van registermediators, waaronder mede begrepen registermediators werkzaam bij de betreffende dienst, orgaan of instantie:.

J

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid wordt vernummerd tot vijfde lid.

2. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

4. De kosten die samenhangen met de het uitvoeren van kwaliteitstoetsen en ingevolge de bepalingen bij of krachtens deze wet ten laste komen van de staat worden vergoed door registermediators.

3. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden:

5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende het verrichten van de kwaliteitstoetsen en kunnen regels gesteld worden over de wijze waarop de in het vierde lid bedoelde kosten worden vergoed door de registermediators.

K

In artikel 50 wordt «die de klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken, en de overige kosten, of een deel daarvan, die in verband met de behandeling van de zaak zijn gemaakt, worden vergoed aan de Minister van Veiligheid en Justitie door de registermediator aan wie de maatregel wordt opgelegd» vervangen door: die de klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken, door de registermediator aan wie de maatregel wordt opgelegd aan de klager worden vergoed en de kosten, of een deel daarvan, die in verband met de behandeling van de zaak zijn gemaakt, door de registermediator aan wie de maatregel wordt opgelegd worden vergoed aan de Minister van Veiligheid en Justitie.

L

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid vervalt.

2. Het zesde lid wordt vernummerd tot vijfde lid.

M

Na artikel 55 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 55a

Indien het bij geleidende brief van 9 september 2013 ingediende voorstel van het lid Van der Steur tot wijziging van Boek 3 en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alsmede enkele andere wetten in verband met de bevordering van het gebruik van mediation (Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht) (33 723) tot wet is of wordt verheven en in werking treedt of is getreden, komt in artikel 1 van deze wet de definitie van mediationovereenkomst te luiden:

mediationovereenkomst: de in artikel 424a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde overeenkomst.

Toelichting

Algemeen

Met deze nota van wijziging wordt allereerst invulling gegeven aan enkele toezeggingen die in de nota naar aanleiding van het verslag zijn gedaan aan verschillende fracties. Op voorstel van de leden van de CDA-fractie wordt in artikel 4, tweede lid, toegevoegd dat de registermediator bij inschrijving moet vermelden of en welke andere betaalde professie hij uitoefent naast het zijn van registermediator. Op verzoek van de leden van de fracties van het CDA en de SP wordt in artikel 50 verduidelijkt dat de tuchtrechtelijk veroordeelde beroepsbeoefenaar de kosten die de klager heeft moeten maken in het kader van de tuchtprocedure moet vergoeden aan de klager. Ter afstemming op regelingen in andere beroepswetten, met name de Advocatenwet, wordt voorzien in een regeling voor de bekostiging van de commissie mediation, de raad van advies en de uitoefening van kwaliteitstoetsen. Voorts wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele verduidelijkingen in het wetsvoorstel aan te brengen.

Artikelen

Onderdelen A (wijziging artikel 1) en M (nieuw artikel 55a)

De wijziging van de definitie van het begrip «mediationovereenkomst» heeft tot doel erin te voorzien dat de Wet registermediator in voorkomend geval los kan worden gezien van de Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht. Deze aanpassing is aangekondigd in de nota naar aanleiding van het verslag bij de Wet registermediator. Vóór doorvoering van deze nota van wijziging was er een inherent verband tussen beide wetten, doordat met de definitie van het begrip «mediationovereenkomst» in de Wet registermediator werd verwezen naar de omschrijving van dat begrip in het met de Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht in te voeren nieuwe artikel 424a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Wanneer zowel de Wet registermediator en de Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht tot stand zijn gekomen, ligt het voor de hand de onderlinge verbanden tussen beide wettelijke regelingen weer wel te leggen. Daarop ziet de samenloopbepaling, opgenomen in het met deze nota van wijziging ingevoerde nieuwe artikel 55a van de Wet registermediator.

Onderdeel B (wijziging artikel 4)

Het toevoegen van een nieuw onderdeel j aan het tweede lid van artikel 4 houdt verband met de toezegging aan de leden van de CDA-fractie in de nota naar aanleiding van het verslag om te verduidelijken dat de bij de aanvraag om inschrijving in het register moet worden vermeld of betrokkene – naast mediation – een andere betaalde professie uitoefent.

Het nieuwe zesde lid heeft tot doel helder te stellen dat de inschrijving in het register de duur van een jaar kent. De registermediator kan telkens opnieuw verzoeken om inschrijving voor de duur van een jaar. De duur van een jaar sluit aan bij het bepaalde in artikel 8, derde lid, van de Wet registermediator. Daarin is opgenomen dat de registermediator jaarlijks opgave moet doen van het aantal mediations dat hij in het voorgaande jaar heeft verricht, alsmede van het aantal uren die hij in die periode aan mediation heeft besteed. De jaarlijkse inschrijving biedt ook de mogelijkheid om de bij de registermediators de leges te heffen die noodzakelijk zijn voor het dragen van de kosten die verbonden zijn aan het onderhoud van het register, aan de commissie mediation en de adviesraad en aan de uitoefening van kwaliteitstoetsen. Zie op dat punt ook hierna, de toelichting op de wijziging van de artikelen 16, 17 en 25). Het achtste lid van artikel 4 wordt aangepast om te verduidelijken dat de heffing van de leges voor de inschrijving niet alleen ziet op de kosten die verbonden zijn aan de behandeling van de aanvraag om inschrijving, maar tevens dient ter bekostiging van de commissie mediation, de adviesraad en de uitoefening van kwaliteitstoetsen. Die kosten moeten immers jaarlijks worden omgeslagen over alle ingeschrevenen in het register.

Onderdelen C en D (wijziging artikelen 5 en 10)

Deze technische aanpassingen houden verband met de wijzigingen in artikel 4.

Onderdelen E en F (wijziging artikelen 11 en 12)

Deze wijzigingen worden doorgevoerd om de regeling op dit onderdeel te laten aansluiten bij die van artikel 9, eerste lid, van de Wet Beëdigde tolken en vertalers.

Onderdelen G, H en J (wijziging artikelen 16, 17 en 25)

Deze wijzigingen zien op het doorberekenen aan de in het register ingeschreven mediators van de kosten die zijn verbonden aan de commissie mediation (artikel 16), de adviesraad (artikel 17) en de uitoefening van de kwaliteitstoetsen (artikel 25). De commissie mediation is een adviesraad als bedoeld in de Kaderwet adviescolleges. Op grond van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies kan aan de leden van de commissie mediation een vergoeding voor de taakuitoefening toegekend, naast een vergoeding van reis- en verblijfkosten. Voor de adviesraad geldt dat artikel 17, zesde lid, in principe een grondslag biedt voor het toekennen van vergoedingen. Ook voor de uitoefening van de kwaliteitstoetsen, een taak die op grond van artikel 25 wordt opgedragen aan de Minister van Veiligheid en Justitie, geldt dat daarmee de nodige kosten gemoeid zullen zijn. De Minister moet immers kwaliteitstoetsers (doorgaans registermediators) een vergoeding kunnen bieden voor het verrichten van deze taken – of moet in ieder geval voorzien in een systeem van kwaliteitstoetsing waaraan kosten verbonden zullen zijn. Het profijt van deze kosten van toezicht en kwaliteitswaarborging ligt bij de registermediators. Toezicht en kwaliteitswaarborging zijn noodzakelijk voor het maatschappelijk draagvlak voor een wettelijke regulering van het beroep van registermediator en de daaraan verbonden bijzondere positie (de geheimhoudingsplicht) en privileges (de afnameplicht). Zonder voldoende waarborg voor integriteit en kwaliteit van de beroepsuitoefening kan de bijzondere positie van deze beroepsgroep ter discussie komen te staan.

Onderdeel I (wijziging artikel 23)

De aanpassing van de aanhef van artikel 23, eerste lid, betreft een verduidelijking. In het voorstel voor de Wet bevordering van mediation in het bestuursrecht is met artikel II voorzien in een bijzondere regeling, op te nemen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, voor de bij de Belastingdienst werkzame interne mediators. De Belastingdienst kent al een traditie van de inzet van eigen mediators in mediations met belastingplichtigen. De regeling in artikel II van voornoemd wetsvoorstel beoogt die bestaande praktijk voort te zetten en te verankeren. Naast de Belastingdienst kennen ook andere overheidsorganisaties de inzet van interne mediators voor het oplossen van geschillen. Het ligt voor de hand dat ook die praktijk kan worden voortgezet. Wel ligt het dan voor de hand dat daarbij als uitgangspunt registermediators worden ingezet. Om onduidelijkheden op dit punt weg te nemen, wordt nu in de aanhef van het eerste lid van artikel 23 toegevoegd dat het bij de inzet van registermediators ook kan gaan om interne registermediators, dat wil zeggen: registermediators werkzaam bij de betreffende instantie. Voor een nadere toelichting op de inzet van interne registermediators zij verwezen naar het algemeen deel van de memorie van toelichting bij de Wet bevordering van mediation in het bestuursrecht alsmede de nota naar aanleiding van het verslag bij dat wetsvoorstel.

Onderdeel K (wijziging artikel 50)

Met de wijziging van artikel 50 wordt invulling gegeven aan de toezegging aan de fracties van het CDA en de SP in de nota naar aanleiding van het verslag. Verduidelijkt wordt dat de tuchtrechtelijk veroordeelde beroepsbeoefenaar de kosten die de klager heeft moeten maken in het kader van de tuchtprocedure moet vergoeden aan de klager.

Onderdeel L (wijziging artikel 51)

Het betreft hier een louter wetstechnische aanpassing. Het vijfde lid van artikel 51 is overbodig, omdat de inhoud ervan al is opgenomen in artikel 47, dat met artikel 51, derde lid, reeds van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op zaken in hoger beroep.

Van der Steur