33 714 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met de invoering van herziening bij aanslagen en een regeling voor het elektronisch berichtenverkeer (Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 18 oktober 2013

De vaste commissie voor Financiën belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

       

Blz.

         

Inleiding

2

   

°

Beknopte inhoud van het wetsvoorstel

2

   

°

Achtergrond van het wetsvoorstel

3

Herziening bij aanslagen

3

 

Naar een nieuw heffingssysteem

3

   

°

Het huidige heffingssysteem

3

   

°

Analyse van het huidige heffingssysteem

3

 

Het nieuwe heffingssysteem op hoofdlijnen

4

   

°

Termijn voor de aanslag en herziening

4

   

°

Opschorting van de termijnen

5

   

°

Geschil en rechtsbescherming

5

   

°

Invordering

6

 

Navordering en ambtshalve vermindering

6

   

°

Navordering bij nieuw feit

6

   

°

Navordering bij kwade trouw

7

   

°

Navordering bij massale verstoringen

8

   

°

Ambtshalve vermindering

9

 

Alternatieven?

9

 

Internetconsultatie

10

 

Overige ontwikkelingen

10

 

Tijdelijke verruiming inkeerregeling

10

 

Elektronisch berichtenverkeer

11

   

°

Van papier naar digitaal

11

   

°

Ingroei

11

Overige aspecten

11

 

Budgettaire aspecten

11

 

Uitvoeringskosten Belastingdienst

11

 

Gevolgen voor bedrijfsleven en burger

12

 

Overig

12

Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met tevredenheid kennisgenomen van het wetsvoorstel en menen, dat hiermee echt een stap voorwaarts wordt gezet. Wel hebben deze leden nog een aantal vragen.

De leden van de PvdA-fractie vinden het belangrijk om te leren van recente ervaringen. Bij de uitkering van toeslagen en de daaropvolgende fraude hebben zij gezien waar een eenzijdige nadruk op servicegerichtheid toe kan leiden. Niettemin vinden deze leden het van belang dat goedwillende belastingplichtigen niet onnodig in de weg worden gezeten, en zijn zij van mening dat de Belastingdienst ook in internationaal perspectief vooroploopt waar het gaat om de dienstverlening. Daarom zijn zij kritisch positief over voorliggend wetsvoorstel, en hebben hierover nog enkele vragen.

De leden van de fractie van de PVV hebben met belangstelling kennisgenomen van dit wetsvoorstel. Het ontwerp ligt deze leden zeer na. De leden fractie van de PVV zien echter, om hun moverende redenen, af van het doen van inbreng. Genoemde leden zullen zeker bij de verdere behandeling van dit wetsvoorstel hun gedachten en bedenkingen met de regering delen.

De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennis genomen van het voorstel. Deze leden hebben naar aanleiding daarvan enkele vragen.

De leden van de CDA-fractie hebben met lichte verbazing kennisgenomen van het wetsvoorstel vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst.

De leden van de fractie van D66 hebben kennisgenomen van de Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst. De leden hebben naar aanleiding van dit wetsvoorstel verschillende vragen.

Beknopte inhoud van het wetsvoorstel

De leden van de fractie van de PvdA delen de wens van de regering met de inzet van digitale communicatiemiddelen te willen komen tot eenvoudiger en eenduidiger contacten tussen belastingplichtigen en de Belastingdienst. Deze leden vragen of de regering kan toelichten hoe informelere contacten bijdragen aan de belastingmoraal? Daarnaast merken deze leden op dat de ervaringen met servicegerichter werken niet zonder meer positief zijn, getuige de recente grootschalige fraude met toeslagen. Kan de regering in algemene zin toelichten hoe zij servicegerichtheid rijmt met fraudebestrijding? Kan de regering daarnaast onderbouwen waaruit blijkt dat belastingplichtigen behoefte hebben aan (in algemene zin) een snellere afhandeling van aangiften?

De leden van de CDA-fractie onderschrijven het streven van de regering om te komen tot een eenvoudig heffingssysteem, dat aansluit bij de beleving van de belastingplichtige, dat past bij een eigentijdse wijze van communiceren en dat zo min mogelijk formele beletselen kent.

Bij de vormgeving van het heffingssysteem van de Belastingdienst vinden de leden van de CDA-fractie het van het grootst mogelijke belang dat de verhouding tussen rechten en plichten van de belastingplichtige enerzijds en rechten en plichten van de Belastingdienst anderzijds in evenwicht is.

Deze leden constateren echter dat de onderdelen van het wetsvoorstel voornamelijk laten zien dat als de belastingplichtige een keer een fout maakt in zijn aangifte, dit direct voor zijn rekening komt, en dat als de Belastingdienst fouten maakt, dit ook voor de rekening van de belastingplichtige komt. Al met al komt de belastingplichtige er met dit wetsvoorstel niet goed van af en krijgt de Belastingdienst omvangrijke nieuwe dan wel uitgebreide bevoegdheden. De bevoegdheden van de Belastingdienst zijn in de afgelopen jaren echter al vaak uitgebreid.

De leden van de CDA-fractie menen dat uitbreiding van de bevoegdheden van de Belastingdienst alleen wenselijk is als zeer nauw omschreven is in welke situaties deze bevoegdheden momenteel te kort schieten, bij wie daarvoor de verantwoordelijkheid ligt en welke oplossing speciaal voor die situaties benodigd is. Deze leden zien daarbij dus proportionaliteit als sleutelwoord, want zij achten het niet verantwoordelijk om de bevoegdheden van de Belastingdienst onnodig uit te breiden, zonder dat daar rechtsbescherming van de belastingplichtige tegenover staat. In die proportionaliteit schiet dit wetsvoorstel volgens de leden van de CDA-fractie ernstig tekort.

De leden van de CDA-fractie vragen de regering om tevens in te gaan op de vragen die door de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en de Register Belastingadviseurs (RB) gesteld zijn in hun commentaren met betrekking tot onderhavig wetsvoorstel.

Tot slot ontvangen de leden van de fractie van het CDA graag een uitgebreider antwoord op de vragen die zij gesteld hebben bij de regeling van werkzaamheden naar aanleiding van de berichten dat de ambtenaren van de Belastingdienst het hier zelf niet mee eens zijn. Is de regering bereid om puntsgewijs op de bezwaren van haar eigen dienst in te gaan?

Achtergrond van het wetsvoorstel

De regering merkt op dat in het heffingssysteem rekening moet worden gehouden met de voorkeuren van belastingplichtigen. De leden van de fractie van de PvdA delen deze opvatting. Wel vragen zij of de regering heeft onderzocht wat de daadwerkelijke voorkeuren van belastingplichtigen zijn? Welke cijfers onderschrijven de conclusie van de regering dat het voorinvullen van door de Belastingdienst gecontroleerde gegevens latere correcties en geschillen voorkomt?

Herziening bij aanslagen

Naar een nieuw heffingssysteem

Het huidige heffingssysteem

De Belastingdienst is in 2012 een proef begonnen om het aanslagproces te versnellen. De regering stelt voor deze proef flink uit te breiden. Waaruit blijkt dat de proef een succes kan worden genoemd, vragen de leden van de fractie van de PvdA?

Deze leden zijn tevreden met het toenemende aantal tijdige en digitale aangiften in de periode 2010–2011. Wel vragen zij de regering toe te lichten hoe kan worden verklaard dat in 2011 minder voorlopige aanslagen plaatsvonden en tegelijkertijd het aantal bezwaarschriften toenam? Welk deel van de bezwaarschriften komt voort uit aanvullingen die worden aangemerkt als (voortijdig) bezwaar? Zijn inmiddels cijfers bekend van 2012? Zo ja, kunnen deze in de beantwoording op dit verslag worden meegenomen? Zo nee, wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?

Analyse van het huidige heffingssysteem

De leden van de fractie van de PvdA zijn aangenaam verrast over het door de regering aangehaalde onderzoek waaruit zou blijken dat 80% van de belastingplichtigen het eens is met een door de Belastingdienst aangebrachte correctie op de aangifte of hier neutraal tegenover stond. Genoemde leden vragen de regering of dit onderzoek naar de Kamer kan worden gestuurd?

Voorts vinden de leden van de fractie van de PvdA het een goede zaak dat de Belastingdienst haar oor te luisteren legt bij belastingplichtigen, maar zijn zij bezorgd over de risico’s die zijn verbonden aan het flexibeler omgaan met wijzigingen. Kan de regering onderbouwen waarom een flexibeler opstelling niet in de hand werkt dat belastingplichtigen wijzigingen op een later tijdstip doorgeven dan nodig? Wat is de aard van de wijzigingen en de achtergrond van het later (willen) doorgeven van de wijziging? De leden van de PvdA-fractie delen de opvatting dat procedures moeten worden gebruikt voor het doel dat zij dienen; een nieuwe procedure voor het doorgeven van aanvullingen anders dan gebruik te maken van de bestaande bezwaarprocedure, heeft volgens deze leden de voorkeur.

Het nieuwe heffingssysteem op hoofdlijnen

Termijn voor de aanslag en herziening

De leden van de SP-fractie lezen dat de belastinginspecteur in beginsel binnen drie maanden na ontvangst van de aangifte de aanslag oplegt. Kan de regering toelichten of aangiftes die ontvangen zijn voor 1 april ook eerder worden beoordeeld dan aangiftes die gedaan zijn op 1 april? Daarnaast lezen de leden van de SP-fractie dat eenieder in beginsel binnen drie maanden na ontvangst van de aangifte een aanslag mag verwachten. Kan de regering toelichten of dit een wettelijk gestelde termijn is of een streeftermijn? Hoe verhoudt deze driemaandentermijn zich tot de 18 maanden aanslagtermijn?

De leden van deze fractie lezen dat de bevoegdheid tot herziening van een aangifte bij de belastinginspecteur komt te liggen. Kan de regering toelichten op welke gronden de belastinginspecteur een dergelijk verzoek mag af- en toewijzen? Zijn deze gronden beperkt? Welke stappen gaat de regering nemen om willekeur te voorkomen? Daarnaast lezen deze leden dat de regering een herzieningstermijn van 18 maanden na de ontvangst van de aangifte en een aanslagtermijn van 15 maanden na ontvangst van de aangifte voorstelt. Kan dit ertoe leiden dat iemand slechts drie maanden de tijd heeft om een zeer late aanslag te herzien? Vindt de regering drie maanden voldoende om gegrond een herziening te overwegen, te onderzoeken en in te dienen, vragen de leden van de fractie van de SP?

De leden van de CDA-fractie willen graag weten om hoeveel belastingplichtigen, in aantallen en in percentages, het gaat bij deze maatregel. Oftewel, hoeveel belastingplichtigen moeten nu langer dan 15 maanden wachten op hun definitieve aanslag? Heeft de regering onderzocht of dit voor deze specifieke groep van belastingplichtigen daadwerkelijk een probleem is of is dit als een feit aangenomen?

De leden van de CDA-fractie achten het positief dat er een mogelijkheid komt voor belastingplichtigen om hun aangifte te wijzigen. Zij hebben echter nog wel enkele vragen over de huidige gang van zaken bij het wijzigen van de aangifte door de belastingplichtige. Is het momenteel niet mogelijk om de inspecteur een brief te sturen met een aanvulling op de aangifte of een wijziging van de aanslag, zo vragen de leden van de CDA-fractie. Kan de regering nader uiteen zetten in welke situaties de belastingplichtige zijn aangifte mogelijk wil wijzigen en in welke situaties hij hiertoe wettelijk verplicht is? Kan de regering daarbij een onderscheid maken tussen belastingplichtigen te goeder trouw en belastingplichtigen te kwader trouw?

De leden van de CDA-fractie willen daarnaast graag van de regering weten waarom het wijzigen van de aangifte door de belastingplichtige beperkt is tot 18 maanden. Waarom heeft de regering er niet voor gekozen dat de belastingplichtige gedurende de gehele navorderingstermijn zijn aangifte kan wijzigen?

De leden van de CDA-fractie vragen graag een reactie van de regering op de volgende situatie. De inspecteur stelt de aanslag hoger vast dan de aangifte en legt de belastingplichtige een boete op wegens het doen van een onjuiste aangifte van 50% van de aanslag. De belastingplichtige wil in bezwaar gaan. Moet de belastingplichtige dan om een herziening van de aanslag vragen? Moet hij ook apart in bezwaar gaan tegen de boete? Betekent dit dat de belastingplichtige apart in bezwaar moet voor de grondslag van de boete en apart voor de aan de boete ten grondslag liggende opzet? Geldt de herziening ook voor de boetebeschikking? Kan bij de herziening alleen de grondslag van de boete bestreden worden of ook de opzet?

De leden van de fractie van D66 constateren dat de aanslag definitief is, waardoor er geen nihil-aanslagen meer verzonden hoeven te worden. Deze leden zijn benieuwd of dit betekent dat de belastingplichtige geen enkel bericht meer krijgt dat de aanslag is «goedgekeurd»?

Genoemde leden constateren dat wanneer de aangifte van belastingplichtigen niet tijdig, juist of volledig is, er sancties kunnen volgen. Kan de regering inzicht geven in deze sancties? Aan wat voor sancties voor de verschillende typen vergrijpen moet gedacht worden? Lopen sancties ook op naarmate een belastingplichtige in herhaling valt?

De leden van de fractie van D66 constateren dat de belastingaangifte uit verschillende stappen bestaat. Zij vragen de regering om een schematisch overzicht te geven van de huidige procedure, waarbij de verschillende stappen inclusief tijdsduur zijn weergegeven (bijvoorbeeld in de vorm van een beslisboom)? Deze leden vragen de regering om eenzelfde schematisch overzicht van de beoogde procedure in dit wetsvoorstel.

Opschorting van de termijnen

De leden van de SP-fractie lezen dat er een bevoegdheid wordt geïntroduceerd om de aanslag- en de herzieningstermijn op te schorten tot maximaal zes maanden. Kan de regering toelichten bij wie deze beslissingsbevoegdheid komt te liggen? Deze leden lezen dat deze opschorting bedoeld is voor gevallen van ernstige twijfel. Welke stappen gaat de regering nemen om onjuist gebruik van deze bevoegdheid te voorkomen? Kan de regering uitgebreid toelichten wat de gevolgen zijn van een informatiebeschikking, in ieder geval op de termijnen? Kan de belastingplichtige bezwaar maken tegen een beslissing tot opschorting van de termijnen? Is de regering van mening dat 18 maanden ruim voldoende is om de juistheid en de volledigheid van een aangifte te achterhalen voor de Belastingdienst?

De leden van de fractie van D66 constateren dat de inspecteur de bevoegdheid heeft tot opschorting van de termijnen tot maximaal zes maanden als er ernstige twijfel bestaat over de juistheid en volledigheid van beschikbare informatie of wanneer een boekenonderzoek loopt. Kan de regering hier nader op ingaan? Wanneer bestaat er bijvoorbeeld «ernstige twijfel? Wat zijn daarbij de criteria?

Geschil en rechtsbescherming

De leden van de SP-fractie lezen dat afwijking van de aangifte onder andere mogelijk is door de aanslag dienovereenkomstig vast te stellen met de belastingplichtige. Heeft de belastingplichtige dan vervolgens nog even veel recht om een herziening aan te vragen?

Invordering

De leden van de VVD-fractie begrijpen uit het gestelde onder paragraaf, dat een verzoek om herziening de betalingsverplichting niet schort. Kan dan wel uitstel van betaling worden aangevraagd, zoals nu bij bezwaar mogelijk is en gelden dan dezelfde criteria?

De leden van de SP-fractie lezen dat de regering voorstelt om te bepalen dat herziening van een belastingaanslag ten aanzien waarvan de ontvanger inmiddels invorderingsmaatregelen heeft getroffen in verband met niet tijdig betalen, niet kan leiden tot schadeplichtigheid van de ontvanger. Kan de regering toelichten op welke gronden zij een mogelijke schadeplichtigheid van de Belastingdienst wil uitsluiten? Vindt de regering dat de Belastingdienst zorgvuldig te werk moet gaan en fouten hen mogen worden aangerekend? Zo ja, waarom stelt de regering voor dat de belastingplichtige de Belastingdienst niet mag aanspreken op een onrechtmatige daad? Zo nee, waarom niet?

Navordering en ambtshalve vermindering

Navordering bij nieuw feit

De leden van de VVD-fractie hebben met instemming gelezen dat in situaties van kwade trouw belastingplichtigen straks gedurende 12 jaar kunnen worden aangepakt. Wel zien zij dat voor overige situaties de navorderingstermijn bij een nieuw feit wordt ingekort van vijf jaar tot drie jaar na ontvangst van de aangifte. De bewijslast ligt daarbij kennelijk volledig op de inspecteur. Legt die korte termijn niet onnodig druk op de Belastingdienst?

De leden van de SP-fractie lezen dat de navorderingstermijn verkort wordt van vijf naar drie jaar. Kan de regering toelichten of deze verkorting niet een groot voordeel en in feite een beloning creëert voor belastingplichtigen, die de frauduleus handelen? Ook lezen zij dat de navorderingstermijn 21 maanden korter wordt als de belastingplichtige voor 1 april van het jaar volgend op het belastingjaar aangifte inkomstenbelasting doet. Kan de regering toelichten hoeveel maanden de navorderingstermijn in zo’n geval dan is? Is de regering van mening dat het algemene rechtsbeginselen zoals rechtszekerheid voor iedereen moet gelden? Zo nee, waarom niet? Kan de regering toelichten binnen welke termijn besloten moet worden of een aangifte te kwader trouw is ingediend? Mocht een nieuw feit na drie jaar boven tafel komen, die aangifte typeert als te kwader trouw, heeft belastingdienst de mogelijkheid de navorderingstermijn te verlengen naar twaalf jaar?

Kan de regering toelichten of de Belastingdienst voldoende mankracht en kennis heeft om opzettelijke fraude op te sporen en te bewijzen, zo vragen de leden van de fractie van de SP? Welke stappen gaat de regering nemen om ervoor te zorgen dat belastingplichtigen die abusievelijk onjuist de aangifte invullen onterecht als fraudepleger worden aangemerkt door de Belastingdienst? Deelt de regering de mening dat het onverantwoordelijk is om de volledige verantwoordelijkheid van de aanslag bij de burgers en bedrijven te leggen, zoals de VHMF stelt? Deelt de regering de mening dat de dienstbaarheid van de Belastingdienst aan de belastingplichtige niet mag leiden onder de fraudebestrijding? De leden van de fractie van de SP vragen de regering uitgebreid in te gaan op alle punten uit het persbericht van de VHMF. Deze leden hechten veel waarde aan de inbreng van de VHMF en horen dan ook graag een zeer uitgebreide reactie van de regering op de kritiek van de Vereniging.

De leden van de CDA-fractie vinden het onverantwoord om de navorderingstermijn te verkorten zo lang niet vaststaat dat dit geen gevolgen heeft voor de heffing en inning van belastingen. Deze leden vrezen voor een lagere belastingmoraal, meer grensverkenning en daardoor minder belastinginkomsten. De leden van de CDA-fractie lezen bovendien dat de ambtenaren van de Belastingdienst er precies hetzelfde over denken. Kan de regering reageren op de mening van de Vereniging van Hogere ambtenaren bij het Ministerie van Financiën (VHMF) in de NRC van 16 oktober dat de mogelijkheden om onjuiste aangifte te doen worden vergroot en dat het plan gevolgen zal hebben voor de Belastingdienst? Waarom is de regering niet bereid te luisteren wanneer intern aan de bel wordt getrokken? De leden van de CDA-fractie willen graag precies weten wanneer de ambtenaren van de Belastingdienst de regering hebben ingelicht over de gevolgen van het wetsvoorstel en waarom de regering hier niet naar geluisterd heeft. Kan de regering de interne en externe documenten, adviezen en rapporten over dit wetsvoorstel aan de Kamer doen toekomen?

Deelt de regering de mening dat een bepaalde groep belastingplichtigen door de kortere termijn geneigd is om onjuist aangifte te doen? Is de regering bereid daarvan het gevolg te dragen, namelijk dat burgers die wel correct aangifte doen daarvan de dupe zijn? Waarom wil de regering de navorderingstermijn verkorten als de Belastingdienst zelf aangeeft dat zij een langere termijn dan drie jaar nodig hebben voor belastingadviseurs, bedrijven en vermogende particulieren die zich op het randje begeven? Om hoeveel belastingplichtigen, in aantallen en in percentages, gaat het bij deze maatregel? Oftewel, hoeveel van de navorderingsaanslagen wordt momenteel na drie jaar opgelegd? Is de regering bereid om bij al deze aangiften het risico te lopen dat door de kortere termijn te weinig belasting wordt geïnd?

Kan de regering nader ingaan op de informatie van de VHMF dat het heel moeilijk is om het bewijs te leveren voor opzet? En dat de langere termijn voor belastingplichtigen te kwader trouw daarom niet zal werken? Waarom legt de regering een wet voor aan de Staten-Generaal die volgens de ambtenaren van de Belastingdienst niet zal werken?

De leden van de fractie van D66 constateren dat de navorderingsbevoegdheid bij aanwezigheid van een nieuw feit wordt beperkt van vijf jaar na afloop van het belastingtijdvak tot drie jaar na de ontvangst van de aangifte. De leden merken op dat de VHMF zeer kritisch is op deze verruiming. Kan de regering inhoudelijk ingaan op deze kritiek? En kan de regering ook breder reflecteren op het feit dat ambtenaren in het openbaar beleidsinhoudelijke kritiek uiten op het regeringsbeleid?

Navordering bij kwade trouw

De leden van de fractie van de PvdA begrijpen de wens van de regering om «geen enkel mededogen» te tonen met belastingplichtigen die te kwader trouw zijn. Tegelijkertijd zijn zij van mening dat de nadere invulling van deze opstelling moet leiden tot proportionele maatregelen. De regering stelt voor de navorderingstermijn bij kwade trouw te verlengen van vijf naar twaalf jaar na de ontvangst van de aangifte. In geval de navorderingstermijn wordt verlengd tot na zeven jaar, hoe zal de Belastingdienst omgaan met belastingplichtigen bij wie de boekhouding ontbreekt, omdat zij maar gedurende zeven jaar administratieplichtig zijn?

Voorts vragen de leden van de fractie van de PvdA of de regering kan toelichten in welke gevallen de voorgestelde navorderingsbevoegdheid gedurende zes maanden kan worden toegepast, en hoe dit moet worden bezien in het licht van de wens van de regering geen mededogen te tonen met belastingplichtigen die te kwader trouw zijn? Is het niet logischer, zo vragen deze leden, steviger in te zetten op de opsporing van dergelijke fraude? Hoe wordt voorkomen dat een langere navorderingstermijn niet tot onnodige vertragingen leidt in deze opsporing?

De leden van de CDA-fractie vinden een verlenging van de termijn voor belastingplichtigen te kwader trouw met zeven jaar erg ruim. Kan de regering een nadere onderbouwing geven waarom gekozen is voor de termijn van twaalf jaar? Waarom niet voor bijvoorbeeld zes jaar (tweemaal de termijn voor belastingplichtigen te goeder trouw) of zeven jaar, de maximale bewaartermijn? De leden van de CDA-fractie begrijpen echt niet dat je voorbij de bewaartermijn mensen nog een navordering kunt opleggen. Kan de regering hier nader op ingaan?

Daarnaast willen de leden van de CDA-fractie weten of voor kwade trouw opzet vereist is of dat grove schuld hier ook onder valt? Kan de regering middels een aantal voorbeelden aangeven wat de ondergrens is van opzettelijk onjuiste informatie verstrekken, opzettelijk juiste informatie onthouden, het weten dat je te weinig belasting betaald hebt en het behoren te weten dat je te weinig belasting betaald hebt?

Navordering bij massale verstoringen

De leden van de fractie van de SP lezen dat de automatisering van de belastingheffingen meer risico’s met zich mee brengt. Kan de regering toelichten waarom zij van mening is dat het risico van verstoringen en fouten niet uitsluitend bij de Belastingdienst hoort te liggen? Bij wie horen deze risico’s dan ook te liggen? En waarom? Kunnen verstoringen en fouten van de Belastingdienst de belastingplichtige worden aangerekend?

De leden van de CDA-fractie zijn zeer kritisch over de nieuwe navorderingsbevoegdheid van de Belastingdienst in geval van massale verstoringen of fouten in de systemen van de gegevensverwerking van de Belastingdienst. Zij achten het onaanvaardbaar dat fouten in de systemen van de Belastingdienst worden afgewenteld op de belastingplichtige, die hier helemaal niets mee te maken heeft, niets aan kan doen en niets aan kan veranderen.

In de memorie van toelichting schrijft de regering dat zij van mening is dat het risico van dergelijke verstoringen en fouten niet uitsluitend bij de Belastingdienst dient te liggen. De leden van de CDA-fractie begrijpen deze redenering van de regering niet en achten dit bovendien onvoldoende toelichting om een geheel nieuwe bevoegdheid voor de Belastingdienst te introduceren. Deze leden vragen de regering nader te motiveren waarom zij het rechtvaardig acht dat het risico op verstoringen of fouten in de systemen van de Belastingdienst voor risico komen van de belastingplichtige. De leden van de CDA-fractie menen dat de belastingplichtige geen enkele invloed heeft op een correcte werking van de systemen van de gegevensverwerking van de Belastingdienst. In het huidige systeem heeft de belastingplichtige zekerheid over de termijn waarna zijn aanslag onherroepelijk vaststaat. De regering voegt met deze nieuwe bevoegdheid van de Belastingdienst een kanselement toe aan de wetgeving. Afhankelijk van het aantal verstoringen bij de Belastingdienst wordt de navorderingstermijn langer of korter. De leden van de CDA-fractie vinden dit onwenselijk en bovendien niet passen bij het streven van de regering om te komen tot een eenvoudig heffingssysteem, dat aansluit bij de beleving van de belastingplichtige. De leden van de CDA-fractie vragen de regering daarom om een uitgebreide motivering waarom het risico op verstoringen en fouten in de systemen van de Belastingdienst bij de belastingplichtige moet komen te liggen.

Tevens willen de leden van de CDA-fractie graag weten welke verstoringen en fouten onder deze bepaling vallen, want zij menen dat de nieuwe bevoegdheid veel te algemeen geformuleerd is. Wanneer is sprake van een massale verstoring en wanneer is sprake van een kleine verstoring? Wanneer is sprake van een fout in de systemen van de gegevensverwerking van de Belastingdienst? Moet sprake zijn van een massale fout of kan ook een enkele fout al tot een verlengde navorderingstermijn leiden? Kan de Belastingdienst de verlenging van de termijn meerdere keren toepassen bij dezelfde belastingplichtige als er meerdere keren verstoringen optreden in de systemen van de Belastingdienst? Zo ja, is er dan een maximum in het aantal keren dat de navorderingstermijn kan worden verlengd of kan deze ook de huidige termijn van vijf jaar overstijgen? Moet de Belastingdienst aantonen dat sprake is van een fout of verstoring en wat daarvan de oorzaak is of moet de belastingplichtige dit maar aannemen als hij een bericht ontvangt van de inspecteur? Maakt het nog uit hoe de fout of verstoring in het systeem van de Belastingdienst is ontstaan? De regering schrijft dat de fout of verstoring ook veroorzaakt kan worden door bestanden die derden aanleveren op grond van een renseigneringsverplichting. Waar moeten de leden van de CDA-fractie in dit geval aan denken? Gaat het om een technische fout, zoals een virus in de aangeleverde bestanden, of om foutieve informatie? Hoe verhoudt de verlenging van de navorderingstermijn zich tot de reeds bestaande verplichting van belastingplichtigen om hun aangifte te controleren in het geval van voorinvulling op basis van gerenseigneerde informatie?

Als de regering het rechtvaardig acht dat de Belastingdienst bij massale verstoringen in het gegevenssysteem van de Belastingdienst zes maanden extra de tijd krijgt voor navordering, acht zij het dan ook rechtvaardig dat de belastingplichtige die last heeft van een storing met zijn besturingssysteem, zoals een computervirus, zes maanden uitstel krijgt voor zijn aangifte?

Ambtshalve vermindering

De leden van de VVD-fractie begrijpen, dat de regering zich richt op gebruik van de mogelijkheid van herziening. Deze leden vragen echter de aandacht voor situaties waarin vaak pas later blijkt dat een aanslag niet klopt. Beperking van de termijn zou dan tot een verslechtering van de positie van belastingplichtige kunnen leiden. Denk daarbij aan de erfbelasting en de waarde van onroerend goed. Graag hierop een reactie.

De leden van de SP- fractie lezen dat de ambtshalve vermindering gereserveerd wordt voor gevallen waarin belastingplichtigen redelijkerwijs de aanvullende informatie niet eerder konden verstrekken dan na afloop van de herzieningstermijn. Kan de regering toelichten of in dergelijke gevallen de belastingplichtigen geen sanctie kan worden opgelegd?

De leden van de CDA-fractie vrezen dat het nieuwe vereiste van een novum voor ambtshalve vermindering een manier is voor de Belastingdienst om de facto nooit meer fouten toe te geven. Kan de regering aangeven wat de handelingswijze van een inspecteur moet zijn in het geval dat hij binnen de herzieningstermijn een fout in de aanslag ontdekt, die de belastingplichtige nog niet heeft opgemerkt?

Alternatieven?

De leden van de fractie van de PvdA constateren dat de regering een onderzoek aankondigt naar het omvormen van de vennootschapsbelasting van een aanslag- naar een aangiftebelasting. Daarnaast geeft de regering aan dat voor inwerkingtreding van voorliggend wetsvoorstel de onderzoeksresultaten zullen worden bekendgemaakt. Deze leden vragen de regering wat de voortgang is van dit onderzoek en wanneer de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek wordt geïnformeerd, gezien behandeling van het wetsvoorstel met dit verslag inmiddels van start is gegaan?

Internetconsultatie

De leden van de fractie van de PvdA hebben met instemming kennisgenomen van het feit dat de Belastingdienst de gelegenheid te baat heeft genomen een eerdere versie van de voorstellen ter consultatie op het internet heeft aangeboden. Wel vragen deze leden de regering onder wie de internetconsultatie werd aangeboden en hoe mogelijk belanghebbenden hierover zijn geïnformeerd? Kan, in aanvulling op de genoemde wijzigingen naar aanleiding van de consultatie, een overzicht worden gegeven van alle 21 ontvangen reacties en de daarin voorgestelde wijzigingen?

Overige ontwikkelingen

In paragraaf 7.3 wordt een onderzoek vermeld naar de mogelijkheden om het voorgestelde systeem ook voor decentrale overheden te doen gelden. Hoe ver is het onderzoek en wanneer zijn er uitkomsten te verwachten, vragen de leden van de fractie van de VVD?

Tijdelijke verruiming inkeerregeling

De leden van de CDA-fractie vragen de regering of zij kan schetsen waarom de inkeerregeling de afgelopen twee jaar zo weinig heeft opgeleverd. Zij vragen zich af waarom de nieuwe inkeerregeling nu wel gaat werken. Kan de regering hier nader op ingaan? Of is de inkeerregeling niet bedoeld om belastingplichtigen te laten voldoen aan hun verplichtingen, maar is de regeling slechts een doekje voor het bloeden voor de belastingplichtige die door het wetsvoorstel met veel langere termijnen geconfronteerd wordt?

Tevens willen de leden van de CDA-fractie graag weten met welke landen er nu automatische gegevens worden uitgewisseld en waarom er nog geen informatie is uitgewisseld op grond van een TIEA? Zo gaat de jacht op zwart geld natuurlijk helemaal niets opleveren, zo menen de leden van de CDA-fractie.

De leden van de fractie van D66 constateren dat de regering de inkeerregeling wil verruimen. Deze leden zijn van mening dat er zeer voorzicht omgesprongen moet worden met verruiming van de inkeerregeling. Voor goedwillenden is het zeer onrechtvaardig als fraudeurs er zonder boete – of een beperkte boete – vanaf komen. Daarnaast zien de leden het risico op meer fraude, omdat mensen verwachten dat zij vroeger of later gebruik kunnen maken van een inkeerregeling. Voorts zijn de leden van mening dat de argumentatie van de regering voor het verruimen van de inkeerregeling zeer summier is. Kan de regering deze keuze nader beargumenteren? Kan de regering ook ingaan op de door deze leden geschetste risico’s? Wat is de verwachting van de regering betreffende het aantal mensen dat gebruik zal maken van de inkeerregeling? Kan de regering ingaan op de bedragen die hiermee zijn gemoeid (het bedrag aan fraude, het bedrag aan boetes dat de regering via de inkeerregeling verwacht te innen, het bedrag aan boetes dat regering anders verwachtte te innen?) Kan de regering een overzicht geven van het aantal inkeerregeling uit de afgelopen vijftien jaar?

Elektronisch berichtenverkeer

Van papier naar digitaal

De leden van de VVD-fractie onderschrijven de lijn naar digitalisering zoals in hoofdstuk 9 beschreven. Deze leden vragen zich wel af, hoe de positie is van belastingplichtigen die echt niets met de computer hebben en dat zullen vaak ouderen zijn?

De leden van de CDA-fractie hebben een aantal vragen over de overgang naar volledige elektronische berichtgeving door de Belastingdienst. Wat moet de belastingplichtige die niet met internet werkt in de visie van de regering doen? Kan deze belastingplichtige ook om brieven verzoeken?

Hoe lang blijven de brieven en beschikkingen van de Belastingdienst online beschikbaar binnen het eigen domein? Is dat gedurende een kalenderjaar, gedurende de bewaarplicht van zeven jaar of gedurende de maximale navorderingstermijn van 12 jaar? Of acht de regering dit volledig de verantwoordelijkheid van de belastingplichtige?

Welke achtervang heeft de regering voor ogen indien het systeem van de Belastingdienst weer eens plat ligt en de belastingplichtige niet kan inloggen op zijn domein? Wat betekent dit voor de termijnen waar de belastingplichtige zich aan moet houden?

Ingroei

De leden van de fractie van de PvdA constateren dat de regering voorstelt het schrappen van de uitzonderingen af te laten hangen van andere ontwikkelingen, zoals de beschikbaarheid en capaciteit van de Berichtenbox. Kan de regering aangeven wat de huidige capaciteit is van de Berichtenbox en zij verwacht dat deze zich zal ontwikkelen? Daarbij vragen deze leden de regering wanneer zij verwacht dat het portaal MijnBelastingdienst.nl beschikbaar zal zijn?

De leden van de fractie van D66 vragen de regering nader in te gaan op hoe dit elektronische berichtenverkeer er in de praktijk uitziet. Wordt er bijvoorbeeld van mensen verwacht dat zij regelmatig de Berichtboxen bekijken? Of worden zij (bijvoorbeeld per e-mail) erop geattendeerd als zij een nieuw bericht in die Berichtenbox hebben ontvangen?

De leden van de fractie van D66 zijn benieuwd of de Berichtenbox meer risico’s met betrekking tot hackers met zich mee kan brengen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, acht de regering deze risico’s aanvaardbaar? Voorts zijn de leden benieuwd op welke manier de regering zich hiervan heeft vergewist.

Overige aspecten

Budgettaire aspecten

Kan de regering ook een inschatting geven hoeveel belasting de overheid misloopt door de verkrapping van termijnen, hoeveel extra de Belastingdienst ophaalt door verruiming van termijnen en hoeveel de Belastingdienst extra ophaalt door de inkeerregeling, vragen de leden van de CDA-fractie?

De leden van de fractie van D66 zijn benieuwd of dit wetsvoorstel budgettaire effecten heeft met betrekking tot de belastingrente?

Uitvoeringskosten Belastingdienst

De leden van de fractie van de PvdA zijn tevreden met de verwachte daling van uitvoeringskosten van de Belastingdienst als gevolg van voorliggend wetsvoorstel. Kan de regering toelichten hoe groot de verwachte kostendaling is? Is deze al ingeboekt, en is in de daling ook meegenomen het verwachte effect van de Berichtenbox? Eveneens zijn deze leden positief over het dekken van de éénmalige uitvoeringskosten binnen het reguliere budget van de Belastingdienst. Wel vragen zij de regering toe te lichten hoe groot deze uitvoeringskosten precies zijn?

Gevolgen voor bedrijfsleven en burger

Een wetsvoorstel dat als doel heeft verkeer tussen burger en Belastingdienst te vereenvoudigen, zou toch een opbrengst moeten hebben, vermoeden de leden van de CDA-fractie. Kan de Belastingdienst inschatten welke gevolgen dit wetsvoorstel heeft voor de Belastingdienst en voor de burger?

Overig

Tot slot wijzen de leden van de fractie van de SP op een pakket aan maatregelen die de zogenaamde Edelweiss-route moesten aanpakken. Op welke manier raakt dit wetsvoorstel de maatregelen die toen zijn genomen? Zou de regering hier uitgebreid op in willen gaan?

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Van Nieuwenhuizen-Wijbenga

De griffier van de commissie, Berck

Naar boven