33 709 EU voorstel: Verordening oprichting Europees Openbaar Ministerie COM(2013)534

AT VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 22 mei 2026

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Justitie en Veiligheid over het jaarverslag 2025 van het Europees Openbaar Ministerie. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 29 april 2026.

  • De antwoordbrief van 20 mei 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, De Graag

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Minister van Justitie en Veiligheid

Den Haag, 29 april 2026

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben met belangstelling kennisgenomen van het jaarverslag 2025 van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) dat op 3 maart 2026 aan de Kamer is toegezonden. De leden van de fractie van BBB hebben naar aanleiding van dit verslag nog een aantal vragen en opmerkingen die zij aan u willen voorleggen. Het fractielid van de Fractie-Van Gasteren sluit zich aan bij de gestelde vragen en opmerkingen.

  • 1. De jurisdictie van het EOM is neergelegd in Verordening (EU) 2017/1939. Zou u de huidige jurisdictie willen uitbreiden? Zo ja, met welke criminele activiteiten? Welke stappen heeft u hiertoe genomen of bent u van plan te nemen?

  • 2. De leden van de BBB-fractie hebben zorgen over «forum shopping» door het EOM: dat het EOM zaken in lidstaten voorlegt aan rechtbanken die de strengste straffen opleggen. Herkent u dit beeld voor Nederland?

  • 3. Bent u van mening dat de verantwoording die het EOM voor zijn activiteiten moet afleggen en het toezicht dat u op het EOM kan uitoefenen, voldoende zijn om de grondrechten van Nederlanders te beschermen? Zou u hierin verbeteringen willen aanbrengen? Zo ja, welke?

  • 4. Bent u van mening dat het EOM voldoende budget en capaciteit heeft, bijvoorbeeld om Btw-fraude te bestrijden, die goed is voor het grootste deel van de geschatte schade in onderzoeken waar het EOM zich op richt?

  • 5. Als door toedoen van het EOM in Nederland eigendommen in beslag worden genomen, wat wordt er dan met die eigendommen gedaan? Worden die door de Nederlandse Staat verkocht en worden de opbrengsten aan de EU afgedragen?

  • 6. Speelt de Rotterdamse haven een rol in zaken die het EOM aanspant, en zo ja, hoe vaak? Is uit deze zaken lering getrokken en zijn de nodige verbeteringen doorgevoerd?

  • 7. Volgens het EOM-jaarverslag heeft het EOM in Nederland 48 lopende zaken, voor een totaal geschat schadebedrag van 306 miljoen euro.2 Is dat, gezien het BNP en inwoneraantal van Nederland, boven of onder het gemiddelde aantal zaken en schadebedrag van de bij het EOM aangesloten landen? Stijgt of daalt het Nederlandse aandeel de laatste jaren volgens deze berekeningen? Welke maatregelen overweegt u om het aantal en de omvang van de EOM-zaken in Nederland te laten dalen? Wat is het ambitieniveau: wilt u bijvoorbeeld bewerkstelligen dat Nederland gaat behoren tot de vijf «beste» landen?

  • 8. Kunt u de criminele activiteiten omschrijven waarop de 21 actieve zaken in de categorie «non-procurement expenditure fraud» die het EOM in Nederland voert, betrekking hebben?3

  • 9. Kunt u hetzelfde doen voor de 9 zaken in de categorie «agricultural and rural development programmes»?4 Welke lessen trekt u uit deze zaken, en welke maatregelen wilt u als vervolg nemen?

  • 10. Bent u bereid het parlement jaarlijks een beleidsreactie te sturen op de vermeldingen van Nederland in het EOM-jaarverslag?

  • 11. Wat bent u voornemens alsnog te doen als vervolg op het subsidiariteitsbezwaar dat de Eerste Kamer heeft ingediend op het voorstel voor een «verordening tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie»?5

  • 12. Heeft het EOM de komende jaren naar uw oordeel voldoende budget voor zijn taken? Of bent u van oordeel dat alsnog extra budget aan het EOM zou moeten worden toegekend? Zo ja, hoeveel en specifiek waarvoor?

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag uiterlijk vóór 19 mei 2026.

Voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich

BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 mei 2026

In antwoord op uw brief van 29 april 2026, onder kenmerk 180629, deel ik u mede dat de vragen van de leden van de fractie van de BBB en het fractielid van de Fractie-Van Gaasteren naar aanleiding van het jaarverslag van het EOM, worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage bij deze brief.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

Vragen van de leden van de fractie van de BBB en het fractielid van de Fractie-Van Gaasteren naar aanleiding van het jaarverslag van het EOM (ingezonden op 29 april 2026, 180629)

Vraag 1

De jurisdictie van het EOM is neergelegd in Verordening (EU) 2017/1939. Zou u de huidige jurisdictie willen uitbreiden? Zo ja, met welke criminele activiteiten? Welke stappen heeft u hiertoe genomen of bent u van plan te nemen?

Antwoord op vraag 1

Nederland heeft bij verscheidene gelegenheden het standpunt ingenomen open te staan voor een bespreking over een eventuele aanpassing van de EOM-verordening teneinde het EOM in staat te stellen zijn huidige bevoegdheid bij de bescherming van de financiële belangen van de EU nog effectiever uit te oefenen. Nederland is vooralsnog geen voorstander van een uitbreiding van het mandaat van het EOM tot andere vormen van criminaliteit. Er loopt momenteel een evaluatie van de EOM-verordening door de Europese Commissie. Deze moet uiterlijk 1 juni 2026 afgerond zijn.

Vraag 2

De leden van de BBB-fractie hebben zorgen over «forum shopping» door het EOM: dat het EOM zaken in lidstaten voorlegt aan rechtbanken die de strengste straffen opleggen. Herkent u dit beeld voor Nederland?

Antwoord op vraag 2

Ik herken dit beeld noch voor Nederland noch voor andere aan het EOM deelnemende lidstaten. Ik wil in dit verband overigens ook graag wijzen op de criteria in artikel 26, vierde lid van de EOM-verordening die worden gehanteerd om te bepalen waar een strafrechtelijk onderzoek van het EOM het beste kan worden uitgevoerd. De keuze voor de locatie van het uitvoeren van het onderzoek is in de regel uiteindelijk ook bepalend voor de bevoegde rechtbank.

Vraag 3

Bent u van mening dat de verantwoording die het EOM voor zijn activiteiten moet afleggen en het toezicht dat u op het EOM kan uitoefenen, voldoende zijn om de grondrechten van Nederlanders te beschermen? Zou u hierin verbeteringen willen aanbrengen? Zo ja, welke?

Antwoord op vraag 3

Ik ben inderdaad van mening dat dit voldoende is en dat er derhalve geen aanleiding daarin is verbeteringen aan te brengen. De reden daarvoor is dat het EOM op grond van artikel 5 van de EOM-verordening bij zijn activiteiten het EU Grondrechtenhandvest moet eerbiedigen. Daarnaast bevat artikel 41 van de EOM-verordening een passende combinatie van Europeesrechtelijke en nationale strafrechtelijke procedurele waarborgen om te kunnen concluderen tot een adequate mate van bescherming van de grondrechten van personen die subject zijn van een onderzoek door het EOM of tegen wie het EOM daarna vervolging instelt.

Vraag 4

Bent u van mening dat het EOM voldoende budget en capaciteit heeft, bijvoorbeeld om Btw-fraude te bestrijden, die goed is voor het grootste deel van de geschatte schade in onderzoeken waar het EOM zich op richt?

Vraag 12

Heeft het EOM de komende jaren naar uw oordeel voldoende budget voor zijn taken? Of bent u van oordeel dat alsnog extra budget aan het EOM zou moeten worden toegekend? Zo ja, hoeveel en specifiek waarvoor?

Antwoord op vragen 4 en 12

De vraag of het EOM voldoende budget en capaciteit heeft, ligt in mijn optiek in eerste instantie aan het EOM zelf voor. Het EOM is immers het best in staat op basis van zijn ervaringen in de praktijk en het (te verwachten) werkaanbod een afgewogen inschatting te maken van de daarvoor benodigde capacitaire en budgettaire middelen en de Commissie daartoe een voorstel voor te leggen in het kader van de voorbereiding van de jaarlijkse EU-begroting. Of de Commissie en daarna de Raad en het Europees Parlement als begrotingsautoriteit van de EU het EOM daarin een op een zullen volgen tijdens de begrotingsonderhandelingen, is niet op voorhand te zeggen. Nederland hanteert evenwel als uitgangspunt dat het EOM over voldoende capaciteit en middelen moet beschikken om zijn bevoegdheid effectief te kunnen uitoefenen.

Vraag 5

Als door toedoen van het EOM in Nederland eigendommen in beslag worden genomen, wat wordt er dan met die eigendommen gedaan? Worden die door de Nederlandse Staat verkocht en worden de opbrengsten aan de EU afgedragen?

Antwoord op vraag 5

Artikel 38 van de EOM-verordening bevat een regeling voor deze situatie. Deze bepaling luidt als volgt: «Indien de bevoegde nationale rechter, in overeenstemming met de vereisten en procedures van het nationale recht, waaronder nationale wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2014/42/EU van het Europees Parlement en de Raad, in een onherroepelijke uitspraak heeft besloten eigendommen die verband houden met of opbrengsten die zijn verkregen door middel van een misdrijf dat onder de bevoegdheid van het EOM valt te ontnemen, worden deze vermogensbestanddelen of opbrengsten vervreemd overeenkomstig het toepasselijke nationale recht. Dergelijke vervreemding mag geen negatieve gevolgen hebben voor de rechten van de Unie of van andere slachtoffers die voor de door hen geleden schade vergoed moeten worden.» Met andere woorden: na een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling is het aan de nationale autoriteiten de ontnemingsmaatregel effectief ten uitvoer te leggen. De opbrengsten daarvan komen inderdaad in beginsel ten goede aan de nationale begroting, tenzij de EU nog een financiële aanspraak jegens de veroordeelde heeft uitstaan.

Vraag 6

Speelt de Rotterdamse haven een rol in zaken die het EOM aanspant, en zo ja, hoe vaak? Is uit deze zaken lering getrokken en zijn de nodige verbeteringen doorgevoerd?

Antwoord op vraag 6

Gelet op de belangrijke positie van de Rotterdamse haven bij de grootschalige import van goederen en handelsstromen op basis van o.a. e-commerce uit onder meer China, waarbij de directe betrokkenheid van de georganiseerde criminaliteit volgens het EOM steeds zichtbaarder wordt, is mijn inschatting inderdaad dat er zich EOM-zaken zullen aandienen waarin bijvoorbeeld sprake is van onderwaardering of een onjuiste aangifte. Ik beschik zelf op dit moment niet over informatie over het aantal zaken waarover het in dit verband bij het EOM gaat of op termijn zou kunnen gaan. Daarnaast zijn de Douane en het EOM in nauw overleg over de wijze waarop de rol van de Douane kan worden versterkt bij het toezicht op goederenstromen en het tegengaan van dergelijke vormen van fraude die de financiële belangen van de EU raken. Hiervoor wordt binnen de Douane in breder projectverband gewerkt aan de verdere versterking van de signalering, dossiervorming, kennis en routering van mogelijke fraudezaken die onder meer aangemeld moeten worden bij het EOM. Daarnaast beziet de Douane, mede naar aanleiding van relevante zaken, signalen en uitspraken, welke lessen hieruit kunnen worden getrokken.

Vraag 7

Volgens het EOM-jaarverslag heeft het EOM in Nederland 48 lopende zaken, voor een totaal geschat schadebedrag van 306 miljoen euro. Is dat, gezien het BNP en inwoneraantal van Nederland, boven of onder het gemiddelde aantal zaken en schadebedrag van de bij het EOM aangesloten landen? Stijgt of daalt het Nederlandse aandeel de laatste jaren volgens deze berekeningen? Welke maatregelen overweegt u om het aantal en de omvang van de EOM-zaken in Nederland te laten dalen? Wat is het ambitieniveau: wilt u bijvoorbeeld bewerkstelligen dat Nederland gaat behoren tot de vijf «beste» landen?

Antwoord op vraag 7

Ik heb geen cijfers over de relatie tussen schadebedragen van lopende zaken in relatie tot het BNP van aangesloten landen. Dit zou uitgebreid apart onderzoek vergen, waarvoor ik onvoldoende aanleiding zie. Het aantal Nederlandse zaken is in de loop der jaren wel langzaam gegroeid. Om de toenemende werklast voor het EOM in Nederland het hoofd te kunnen bieden, heb ik ingestemd met het voorstel van de Hoofdaanklager van het EOM voor een verdubbeling van het oorspronkelijke aantal van twee gedelegeerd Europese aanklagers. Verder is de ambitie dat alle zaken in Nederland ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid zou kunnen uitoefenen daadwerkelijk aan het EOM worden gemeld in overeenstemming met artikel 24 van de EOM-verordening, zodat het EOM zich een oordeel kan vormen over de uitoefening van zijn bevoegdheid in deze zaken.

Vraag 8

Kunt u de criminele activiteiten omschrijven waarop de 21 actieve zaken in de categorie «non-procurement expenditure fraud» die het EOM in Nederland voert, betrekking hebben?

Vraag 9

Kunt u hetzelfde doen voor de 9 zaken in de categorie «agricultural and rural development programmes»? Welke lessen trekt u uit deze zaken, en welke maatregelen wilt u als vervolg nemen?

Antwoord op vragen 8 en 9

Het betreft hier lopende strafrechtelijke onderzoeken van het EOM, respectievelijk zaken die onder de rechter zijn. Ik beschik niet over de door u gevraagde inhoudelijke informatie. Daarbij wil ik nog opmerken dat het mij los daarvan als Nederlandse Minister van Justitie en Veiligheid niet past om in te gaan op individuele casuïstiek.

Vraag 10

Bent u bereid het parlement jaarlijks een beleidsreactie te sturen op de vermeldingen van Nederland in het EOM-jaarverslag?

Antwoord op vraag 10

Ik wijs u in dit verband graag eerst en vooral op de mogelijkheid die is voorzien in artikel 7 van de EOM-verordening om de Hoofdaanklager van het EOM uit te nodigen voor een toelichting op de werkzaamheden van het EOM naar aanleiding van de publicatie van zijn jaarverslag. Dat lijkt mij vanuit het oogpunt van een zuivere rolverdeling tussen het EOM en mij als Nederlandse Minister van Justitie en Veiligheid meer voor de hand liggend.

Vraag 11

Wat bent u voornemens alsnog te doen als vervolg op het subsidiariteitsbezwaar dat de Eerste Kamer heeft ingediend op het voorstel voor een «verordening tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie»?

Nu Nederland – met instemming van beide Kamers der Staten-Generaal – sinds 22 augustus 2018 deelneemt aan het EOM, begrijp ik uw vraag in die zin dat ik een eventueel toekomstig voorstel van de Commissie voor aanpassing van de EOM-verordening, zoals dat tegen het eind van dit jaar wordt verwacht, uiteraard opnieuw zal toetsen aan de daarvoor gebruikelijke criteria, daaronder begrepen het subsidiariteitsbeginsel. Uw Kamer zal het resultaat van deze beoordeling te zijner tijd via de gebruikelijke route in de vorm van een BNC-fiche ontvangen.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Lievense (BBB), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Europees Openbaar Ministerie, EPPO Annual Report 2025, maart 2026, p. 42.

X Noot
3

Europees Openbaar Ministerie, EPPO Annual Report 2025, maart 2026, p. 41.

X Noot
4

Ibid.

X Noot
5

Europees dossier E130041.


X Noot
1

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Lievense (BBB), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

Europees Openbaar Ministerie, EPPO Annual Report 2025, maart 2026, p. 42.

X Noot
3

Europees Openbaar Ministerie, EPPO Annual Report 2025, maart 2026, p. 41.

X Noot
4

Ibid.

X Noot
5

Europees dossier E130041.

Naar boven