Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833693 nr. 10

33 693 Evaluatie Wet op bijzondere medische verrichtingen (Wbmv)

Nr. 10 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 maart 2018

Op 13 februari jongstleden heeft de Gezondheidsraad haar advies uitgebracht over de toepassing van protonentherapie bij kinderen. De raad geeft hierin antwoord op de vraag of protonentherapie bij kinderen altijd in een ziekenhuissetting (oftewel hospital based) moet plaatsvinden of – gelet op de huidige stand van de wetenschap – ook op een locatie verder buiten het ziekenhuis zou kunnen. Met deze brief bied ik uw Kamer het rapport van de Gezondheidsraad aan1 en geef ik een inhoudelijke reactie op het advies.

Achtergrond van het advies

Protonentherapie is een relatief nieuwe vorm van bestraling, die bij bepaalde vormen van kanker belangrijke voordelen kan bieden ten opzichte van reguliere bestraling (fotonentherapie). Vooral kinderen en jongvolwassenen kunnen hier baat bij hebben, omdat een protonenbundel nauwkeuriger en meer geconcentreerd op de tumor kan worden gericht. Dit zorgt naar verwachting voor minder schade aan het omliggende weefsel en verkleint de kans op «late» effecten als gevolg van de bestraling (bijvoorbeeld secundaire tumoren). Vooral voor kinderen die nog volop in de groei zijn, zijn dit belangrijke voordelen.

Het Zorginstituut Nederland heeft in 2011 geoordeeld dat protonentherapie (onder andere) voor tumoren bij kinderen voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Deze zorg behoort daarmee tot het verzekerde pakket op grond van de Zorgverzekeringswet. In 2014 zijn op basis van de Wet op bijzondere medische verrichtingen (Wbmv) vier vergunningen verleend voor de toepassing van protonentherapie in Nederland. In deze vergunningen is de voorwaarde opgenomen dat protonentherapie bij kinderen uitsluitend hospital based mag plaatsvinden. De gedachte hierbij was dat anesthesie bij kinderen altijd bepaalde risico’s met zich meebrengt, waardoor de nabijheid van een intensive care faciliteit vereist is. Drie van de vier vergunninghouders, respectievelijk de protonencentra

in Groningen, Maastricht en Amsterdam, kunnen (op termijn) aan deze voorwaarde voldoen.2 Het centrum in Delft voldoet niet aan het hospital based criterium en mag op grond van de huidige vergunning dus geen kinderen behandelen.

De Gezondheidsraad is gevraagd om te adviseren of het in het licht van de huidige wetenschappelijke inzichten noodzakelijk is om vast te houden aan dit «ziekenhuis criterium» of dat protonentherapie bij kinderen ook op een locatie buiten het ziekenhuis zou kunnen.

Advies van de Gezondheidsraad

De kern van het advies van de Gezondheidsraad is om vast te houden aan de eis dat protonentherapie bij kinderen altijd in of direct bij een ziekenhuis moet plaatsvinden. Daarbij is de veiligheid van de behandeling slechts één van de overwegingen. De raad onderschrijft dat er altijd risico’s verbonden zijn aan anesthesie bij kinderen. Als er iets misgaat, is het inderdaad belangrijk dat de intensive care dichtbij is. Het leidende uitgangspunt moet volgens de raad echter zijn: wat is er nodig om optimale zorg te bieden aan kinderen met kanker en hun ouders?

Optimale kwaliteit van zorg, zo geeft de raad aan, vraagt om multidisciplinariteit en concentratie van kinderoncologische zorg. De raad benadrukt dat er brede consensus is dat kinderen met kanker behandeld moeten worden in een multidisciplinair centrum waar alle specialismen vertegenwoordigd zijn en waar ook de vereiste psycho-sociale ondersteuning beschikbaar is. Optimale kwaliteit van zorg weegt in deze context ook zwaarder dan de bereikbaarheid. De raad geeft aan dat het voor kinderen en hun ouders weliswaar een voordeel kan zijn als de behandeling dichterbij huis beschikbaar is, maar dat bereikbaarheid in dit geval niet doorslaggevend is. Het belang van de kwaliteit van zorg voor het kind staat voorop, ook als dit betekent dat ouders verder moeten reizen. De raad verwacht ook geen capaciteitsproblemen als protonentherapie voor kinderen bij een beperkt aantal centra wordt aangeboden. Op grond van deze overwegingen concludeert de raad dat protonentherapie bij kinderen voorbehouden moet blijven aan de (gespecialiseerde) centra in of direct bij een ziekenhuis.

Inhoudelijke reactie

Het advies van de Gezondheidsraad ondersteunt het huidige beleid om protonentherapie bij kinderen alleen toe te staan in of direct bij een ziekenhuis. De raad geeft hier een heldere en brede onderbouwing voor. De veiligheid van de behandeling is zeker een overweging, maar de optimale kwaliteit van de zorg voor de kinderen en hun ouders is voor de raad doorslaggevend. Daar ben ik het zeer mee eens. Kinderen die protonentherapie moeten ondergaan, zijn vaak uiterst kwetsbaar. Ik ben met de Gezondheidsraad van mening dat zij de best mogelijke zorg moeten krijgen. Door protonentherapie te concentreren bij een aantal gespecialiseerde centra, creëren we de beste randvoorwaarden voor een optimale kwaliteit van zorg.

Ik volg het advies van de Gezondheidsraad dan ook op en houd vast aan de voorwaarde van hospital based zoals die nu geldt voor protonentherapie bij kinderen.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Het protonencentrum in Amsterdam (APTC) heeft nog geen besluit genomen of zij daadwerkelijk gebruik gaan maken van de vergunning.