Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433669 nr. 85

33 669 Wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 (programmatische aanpak stikstof)

Nr. 85 DERDE NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN DIK-FABER EN VAN VELDHOVEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 73

Ontvangen 24 april 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel N, worden aan artikel 19kn twee leden toegevoegd, luidende:

  • 5. Als projecten of andere handelingen als bedoeld in het eerste lid kunnen worden genoemd of beschreven projecten of andere handelingen die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden:

    • a. het project of de andere handeling is aantoonbaar van nationaal of provinciaal maatschappelijk belang;

    • b. het is aannemelijk dat voor het project of de andere handeling in het tijdvak, bedoeld in artikel 19kg, vijfde lid, ontwikkelingsruimte wordt toegedeeld in een besluit als bedoeld in artikel 19km, eerste lid.

  • 6. De omvang van de ontwikkelingsruimte die voor projecten en andere handelingen als bedoeld in het eerste lid wordt gereserveerd, is zodanig dat er niet onnodig inbreuk wordt gedaan op de omvang van de ontwikkelingsruimte die resteert voor toedeling aan andere projecten of handelingen dan die bedoeld in het eerste lid.

Toelichting

Op basis van artikel 19kn, eerste lid, is het mogelijk bij ministeriële regeling ontwikkelingsruimte te reserveren voor projecten / handelingen met maatschappelijke relevantie (prioritaire projecten / handelingen). Aangezien de beschikbare depositieruimte schaars is, moet er volgens de indieners zorgvuldig worden beoordeeld voor welke projecten / handelingen ontwikkelingsruimte wordt gereserveerd.

Met dit amendement worden allereerst nadere criteria gesteld aan wat onder prioritaire projecten en andere handelingen waarvoor ontwikkelingsruimte dient te worden gereserveerd moet worden verstaan. Het moet gaan om projecten / handelingen die aantoonbaar van nationaal of provinciaal maatschappelijk belang zijn. Verder dient het bij het reserveren van ontwikkelingsruimte voor prioritaire projecten voldoende aannemelijk te zijn dat er ook daadwerkelijke ontwikkelingsruimte zal worden toegedeeld in dezelfde programmaperiode als waarin de reservering plaatsvindt.

Indieners willen met het amendement voorts borgen dat de ontwikkelingsruimte voor prioritaire projecten niet onnodig ten koste gaat van de «vrije ontwikkelingsruimte», voor onder meer agrarische ondernemers. De verdeling van de depositieruimte over de vier segmenten is onderwerp van gesprek tussen Rijk en provincies tijdens de totstandkoming van de PAS. Het is aan Rijk en provincies om in het programma nadere afspraken te maken over de criteria waaraan een project moet voldoen om te kwalificeren als prioritair en de wijze waarop bij te beperkte ontwikkelingsruimte nationale en provinciale prioriteiten tegen elkaar worden afgewogen. Indieners maken zich zorgen of er voldoende «vrije ontwikkelingsruimte» overblijft na de reservering voor prioritaire projecten. Daarom moet bij het reserveren van ontwikkelingsruimte voor prioritaire projecten steeds worden verantwoord dat deze reserveringen opwegen tegen het gebruik van deze depositieruimte voor vrije ontwikkelingsruimte.

Het amendement is aangepast ten opzichte van nr. 73 waarbij de verwijzing naar een MKBA is geschrapt.

Dik-Faber Van Veldhoven