Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
van het Koninkrijk d.d. 17 juli 2013 en het nader rapport d.d.17 september 2013, aangeboden
aan de Koning door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Afdeling
advisering van de Raad van State van het Koninkrijk is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 1 juli 2013, no. 13.001358, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter
overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en
de Verenigde Staten van Amerika inzake technische samenwerking op het gebied van civiele
luchtvaartveiligheid; Washington, 23 mei 2013 (Trb. 2013, 86), met toelichtende nota.
Het Verdrag beoogt het mogelijk maken van technische samenwerking op het gebied van
het waarborgen en bevorderen van de veiligheid in de internationale burgerluchtvaart
tussen enerzijds Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland
en anderzijds de Verenigde Staten van Amerika. De Afdeling advisering van de Raad
van State van het Koninkrijk onderschrijft de goedkeuring van het verdrag, maar maakt
daarbij de volgende kanttekeningen.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 1 juli 2013, no. 13.001358,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk
haar advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen.
Dit advies, gedateerd 17 juli 2013, nr. W02.13.0189/II/K, bied ik U hierbij aan.
1. Toelichting
Het algemeen deel van de toelichtende nota is beperkt en bevat nauwelijks informatie
over de inhoud van de samenwerking waarvoor het voorliggende verdrag de basis biedt.
Voor een goede beoordeling van onder meer het bereik van het verdrag is een dergelijke
toelichting wel wenselijk.
Tegen deze achtergrond adviseert de Afdeling de toelichtende nota aan te vullen.
1. Toelichting
De inleidende paragraaf van de toelichting is aangevuld, in aanmerking genomen het
advies van de Raad.
2. Mogelijke uitbreiding naar Europese deel van Nederland
Het verdrag is van toepassing op Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel
van Nederland. In het verdrag is bepaald dat de toepassing ervan kan worden uitgebreid
naar het Europese deel van Nederland door notificatie door de Nederlandse regering
en schriftelijke acceptatie daarvan door de Verenigde Staten.2 De toelichtende nota gaat niet in op deze bepaling.
De Afdeling merkt op dat een dergelijke uitbreiding van de toepassing van het verdrag
opnieuw ter goedkeuring aan de Staten-Generaal zal moeten worden voorgelegd, nu het
verdrag alleen wordt goedgekeurd voor het Caribisch deel van het Koninkrijk. In dat
geval zal ook de verhouding met geldende EU-regelgeving op dit gebied beoordeeld moeten
worden.
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling de toelichtende nota op dit punt aan
te vullen.
2. Mogelijke uitbreiding naar Europese deel van Nederland
De toelichting op artikel I is aangevuld, in aanmerking genomen het advies van de
Raad.
3. Betrokken autoriteiten
Artikel I van het verdrag benoemt welke luchtvaartautoriteiten verantwoordelijk zijn
voor de implementatie van het verdrag. De toelichtende nota vermeldt dat naast de
luchtvaartveiligheid, waarvoor de respectievelijke luchtvaartautoriteiten verantwoordelijk
zijn, het verdrag ook de mogelijke samenwerking met de luchtverkeersdienstverleners
regelt. «Voor de Benedenwindse eilanden is dat de Dutch Caribbean Air Navigation Service
Provider (de DC-ANSP)», aldus de toelichtende nota. De tekst van het verdrag beperkt
de taak van de DC-ANSP echter tot Curaçao en Bonaire. Voor het eveneens «benedenwindse»
Aruba is DC-ANSP niet bevoegd.
De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te passen.
3. Betrokken autoriteiten
De toelichting op artikel I is aangepast, in aanmerking genomen het advies van de
Raad.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging
goed te vinden dat bedoeld verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal,
aan de Staten van Aruba, aan die van Curaçao en aan die van Sint Maarten, nadat aan
het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vicepresident van de Raad van State van het Koninkrijk,
J.P.H. Donner
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag
vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te
leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te
leggen aan de Staten van Aruba, aan de Staten van Curaçao en aan de Staten van Sint
Maarten.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
F.C.G.M. Timmermans