Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201633652 nr. 42

33 652 Spoorbeveiligingssysteem European Rail Traffic Management System (ERTMS)

Nr. 42 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 april 2016

Hierbij ontvangt u de vierde Voortgangsrapportage ERTMS (VGR4)1, welke rapporteert over de periode 1 juli 2015 tot en met 31 december 2015 en het accountantsrapport van de Auditdienst Rijk (ADR) behorende bij de vierde Voortgangsrapportage2.

Programmabeheersing

In mijn brief van 14 januari (Kamerstuk 33 652, nr. 39) stelde ik vast dat de programmabeheersing onvoldoende op orde was en gaf ik aan meer tijd te nemen voor de planuitwerkingsfase. De eerste helft van 2016 is erop gericht om orde op zaken te stellen, te komen tot een nieuwe planning voor de programmabeslissingen over materieel en infrastructuur en voor het opstellen van een actuele en gedetailleerde uitrolstrategie.

Een belangrijke aanpassing in het programma betreft de wijziging van de programmastructuur. In deze nieuwe structuur wordt integraal gestuurd op de werkstromen operationele processen en techniek, contractmanagement en omgevingsmanagement conform het door Rijkswaterstaat toegepaste Integraal Project Management model. De nieuwe werkwijze is per 1 april 2016 gestart. De komende tijd zal nader invulling gegeven worden aan de producten bijvoorbeeld ten aanzien van de programmabeslissingen voor infrastructuur en materieel. Het uitwerken van de Aanbesteding- en Contracteringstrategie (ACS) verloopt voorspoedig en ik wil deze binnenkort op internet publiceren ter consultatie. De nieuwe programmaorganisatie zal de ACS vervolgens afronden.

Daarnaast voer ik een aanpassing door in de governancestructuur. In het vervolg zal de aansturing van het programma plaatsvinden door een stuurgroep waarin zowel op hoogambtelijk niveau als ook door leden van de Raden van Bestuur van NS en ProRail wordt deelgenomen. De stuurgroep bewaakt het functioneren van de gehele keten en beoordeelt of risico’s voldoende worden beheerst. Met deze stuurgroep wordt de betrokkenheid van de samenwerkingspartners aan het programma op het hoogste niveau zeker gesteld.

In VGR 4 wordt teruggeblikt op de staat van het programma in het laatste halfjaar van 2015. Omdat ik uw Kamer in januari van dit jaar al over een aantal relevante issues heb geïnformeerd, is deze VGR een bijzondere omdat de inhoud van die brief daarin is meegenomen. Zo bevat VGR 4 bijvoorbeeld geen gedetailleerde planning. Mede gezien de vele veranderingen die het komende halfjaar zijn beslag krijgen zal VGR 5, welke ik uw Kamer voor 1 oktober 2016 aanbied, een belangrijk nieuw ijkpunt vormen. Ik wil VGR 5 dan ook als referentie voor de daaropvolgende rapportages gaan gebruiken.

Op basis van verschillende signalen binnen de bedrijfsvoering werd geconstateerd dat de programmabeheersing niet op orde was. Dit heeft geleid tot de verwachting dat de ADR geen goedkeurende verklaring zou afgeven over 2015. Uit het bijgevoegde ADR rapport blijkt dit inderdaad het geval. De ADR is van oordeel dat er fouten zijn gemaakt bij het volgen van de inkoopprocedures. Zo is in een aantal gevallen ten onrechte niet de goede procedure gevolgd m.b.t. het aanvragen van offertes en kan bij een aantal betalingen de bewijslast van de prestatie niet goed worden vastgesteld. Het programma heeft de inkoopprocedures naar aanleiding van deze bevindingen aangepast.

De interpretatie van de Europese aanbestedingsregel door de ADR vraagt binnen IenM de aandacht en om die reden wordt een project «versterking Financieel beheer bestuurskern» ingericht met als oogmerk om onrechtmatigheden en knelpunten in het financieel beheer te voorkomen, onder andere ten behoeve van de inpassing van de grote projecten in de begroting bij inhuur van personeel.

Naast de financiële beoordeling gaat de ADR in haar rapportage ook uitgebreid in op de staat van de programmabeheersing. Geconstateerd wordt dat het programma grote inspanningen levert om de transitie tot stand te brengen en de benodigde verbeteringen door te voeren. De ADR constateert dat het programma hiervoor planmatig te werk gaat waarbij op een aantal punten verdere verbetering mogelijk is. Ik heb het programma gevraagd deze verbeterpunten op te pakken.

Europa

In het Algemeen Overleg met uw Kamer over spoorveiligheid en ERTMS van 3 februari 2016 (Kamerstuk 33 652, nr. 40) is toegezegd in VGR4 aandacht te besteden aan de ervaringen met ERTMS in andere landen. In de rapportage wordt hier uitgebreid op ingegaan.

Tevens heeft uw Kamer het belang van de interoperabiliteit benadrukt. Ten aanzien van interoperabiliteit zijn door de Europese Commissie sinds 2012 belangrijke stappen gezet door de introductie van de baseline 3 specificaties van ERTMS. Door de doorgevoerde verbeteringen (zo’n 400 correcties) in deze specificaties, is de technische interoperabiliteit aanzienlijk verbeterd. Materieel dat is uitgerust met baseline 3 kan rijden op infrastructuur met baseline versie 2. De baseline 3 specificaties zijn vanaf 1 januari 2019 verplicht in nieuw internationaal rijdend materieel. Door het programma zijn op dit moment nog geen keuzen gemaakt met betrekking tot de toe te passen baseline.

De Europese Commissie gaat de 2020 en 2030 planning voor de uitrol van ERTMS herzien. Hierbij is er ruimte voor de lidstaten om nieuwe inzichten te verwerken. Ik vind het noodzakelijk dat de uitrol in Nederland in de pas blijft lopen met de ons omringende landen. Mede naar aanleiding daarvan heb ik het programma gevraagd om de uitrolstrategie opnieuw te bezien. Ik zal de definitieve uitrolplanning delen met de Europese Commissie en met hen de bijdrage van Nederland aan een samenhangend Europees netwerk bespreken.

Tot slot vind ik het van belang om uw Kamer niet pas met de vijfde voortgangsrapportage te informeren over de voortgang van het transitieproces. Zoals aangegeven verwacht ik dat het programma in juli orde op zaken heeft gesteld. Het programma heeft de ADR (in samenwerking met PBLQ) gevraagd op dat moment de staat van de programmabeheersing te beoordelen. Tevens is de verwachting dat in de zomer ook de definitieve uitrolstrategie bekend is. Ik zal uw Kamer in de zomer dan ook nader informeren over de voortgang. De ACS zal ik naar verwachting na de zomer aan uw Kamer kunnen doen toekomen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl