Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333645 nr. 5

33 645 Aanpassing van een aantal OCW-wetten voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba voornamelijk in verband met wijzigingen in de equivalente onderwijswetten voor Europees Nederland (Aanpassingswet OCW-wetten BES)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 4 juli 2013

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

Inhoud

blz.

   

ALGEMEEN

1

   

1. Inleiding

1

2. Referentieniveaus

2

3. Overig

2

ALGEMEEN

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggende aanpassingen van OCW-wetten voor BES1. De voorliggende aanpassingen zijn noodzakelijk om geen ongewenste verschillen tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland te laten ontstaan op het vlak van verschillende OCW-wetten die tussen 2009 en 2011 zijn gewijzigd.

De leden van de PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetvoorstel «Aanpassingswet OCW-wetten BES». Het wetvoorstel beoogt het aanpassen van de onderwijswetten van Caribisch Nederland aan die van Europees Nederland, zodat er geen ongewenste verschillen bestaan. De leden zijn van mening dat de regering hiermee een goede stap zet in het verbeteren van het niveau van de onderwijskwaliteit op Caribisch Nederland. Wel hebben de leden een aantal vragen en opmerkingen over het voorstel.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de «Aanpassingswet OCW-wetten BES». Genoemde leden zijn het eens met het uitgangspunt dat BES-wetten moeten kunnen afwijken, wanneer de situatie op de eilanden daarom vraagt. Zij stellen nog enkele vragen.

2. Referentieniveaus

De leden van de VVD-fractie merken op dat een van de aanpassingen betrekking heeft op de referentieniveaus voor de Nederlandse taal en rekenen. Deze worden enkel in het voorgezet onderwijs ingevoerd. Het basis- en beroepsonderwijs is hier nog niet klaar voor. Kan de regering aangeven waarom het basisonderwijs hier nog niet klaar voor is? Heeft dit geen gevolgen voor de prestaties van scholieren in het voortgezet onderwijs? Is er al een termijn voor ogen wanneer referentieniveaus in alle onderwijssectoren kunnen worden ingevoerd? Zo ja, welke termijn is dat, zo informeren deze leden.

De leden van de PvdA-fractie zien in Nederland problemen met de referentieniveaus op het voortgezet onderwijs. Scholieren zijn nog lang niet in staat het niveau te behalen De regering heeft in Nederland gekozen voor een pilot en invoering van de referentieniveaus in 2014/2015. Kan de regering aangeven of zij denkt dat de scholieren in Caribisch Nederland vanaf 2014/2015 ook aan de eis kunnen voldoen? En zo ja, waar baseert de regering dit op? Kan de regering aangeven of de scholen op de BES-eilanden ook de gelegenheid krijgen om eerst met pilots werken? Kan de regering toelichten waarom het kiest voor een trapsgewijze invoering te beginnend met het vmbo, zo vragen zij.

De genoemde leden vragen hoe de regering de invoering beziet van de referentieniveaus en eindexamens in het Nederlands in combinatie met het gegeven basisonderwijs op de BES-eilanden in andere talen dan het Nederlands.

De leden van de ChristenUnie-fractie zijn het eens met de regering om de referentieniveaus in het basisonderwijs nog niet in te voeren. Zij zijn van mening dat het basisonderwijs in Caribisch Nederland juist bezig is om de kwaliteit te verbeteren. Waarom acht de regering het voortgezet onderwijs wel klaar voor de invoering van de referentieniveaus? Kan de regering nader onderbouwen dat het voortgezet onderwijs klaar is voor invoering van de referentieniveaus en de verscherpte exameneisen, zo vragen zij.

3. Overig

De leden van de VVD-fractie lezen dat er in Caribisch Nederland geen centraal meldingsregister voor verzuim bestaat. Waarom bestaat deze niet? Komt deze nog wel tot stand? Zo nee, waarom niet, zo willen genoemde leden weten.

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering meer inzicht kan geven in het evaluatieproces. Hoe en door wie wordt er gemonitord? Kan de regering omschrijven wat de praktische problemen zijn waar scholen tegen aan lopen? In hoeverre acht de regering het wenselijk om de scholen ondersteuning te bieden bij het oplossen van de problemen? Wat zijn de mogelijkheden voor de regering indien blijkt dat de gewenste resultaten achterblijven, zo vragen zij.

De voorzitter van de commissie, Wolbert

De adjunct-griffier van de commissie, Klapwijk


X Noot
1

BES: Bonaire, Sint Eustatius en Saba