Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933628 nr. 42

33 628 Forensische zorg

Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 januari 2019

Hierbij bied ik uw Kamer het WODC-rapport «Recidive na tbs, ISD en overige forensische zorg» aan1. In dit rapport worden de strafrechtelijke recidivecijfers na uitstroom uit de hele forensische zorg (FZ) gepresenteerd.2 Eerder beperkte het recidiveonderzoek voor de FZ zich tot de maatregelen Terbeschikkingstelling (tbs) en Plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD). Het WODC is er in geslaagd om voor de eerste keer de recidive in kaart te brengen voor de overige forensische zorg (OFZ).3 Hiermee is ongeveer 90% van de uitgestroomde populatie in beeld gebracht.

Het rapport levert een belangrijke bijdrage aan het inzicht in de mate waarin recidive zich bij de diverse vormen van forensische zorg voordoet. Ik ben verheugd dat geconstateerd wordt dat het percentage personen dat binnen twee jaar na uitstroom in 2014 recidiveert verhoudingsgewijs laag is voor de tbs met dwangverpleging, te weten 4% in zeer ernstige delicten en 19% in totaal. Voor de FZ in het kader van bijzondere voorwaarden is het recidivecijfer 35%. Evenwel maakt het rapport ook enkele serieuze aandachtspunten zichtbaar. Er is sprake van een toename van de recidive bij uitstroom uit de ISD-maatregel (75%). Daarnaast is het recidivecijfer na FZ in het kader van een vrijheidsstraf hoog (55%).

De recidivecijfers na ISD en FZ in het kader van een vrijheidsstraf stemmen mij bepaald nog niet tevreden. Ze zijn hoog in vergelijking met de andere recidivecijfers. De verschillen tussen recidivecijfers van verschillende FZ titels (naast tbs bestaan er verschillende gedwongen en voorwaardelijke forensische zorgtitels, zoals zorg binnen het gevangeniswezen en zorg in FZ-instellingen met uiteenlopende beveiligingsniveaus en inhoudelijke specialisaties) zeggen volgens het WODC niets over de effectiviteit van de titels omdat de groepen waaraan de titels worden opgelegd bij voorbaat verschillen met betrekking tot het recidiverisico.

Ik acht het van groot belang te weten wat de oorzaken zijn van met name de hoge recidivecijfers en hoe dit verder kan worden teruggedrongen. Vervolgonderzoek is daarom nodig. De doorontwikkeling van de recidivemonitor is daar een belangrijke eerste stap in en om meer zicht te krijgen op de effectiviteit van de ISD voert het WODC momenteel een effectmeting uit. De resultaten hiervan worden rond de zomer 2019 verwacht en zal in het najaar voorzien van een beleidsreactie aan uw Kamer worden aangeboden. Tevens heb ik met de sector in de meerjarenovereenkomst FZ 2018/2021 goede afspraken gemaakt die de kwaliteit en veiligheid in de forensische zorg op peil moeten brengen.

Het WODC gaat zich daarom de komende jaren bezighouden met het verrichten van herhaalmetingen om daarmee trends en de effectiviteit van het beleid zichtbaar te maken. Daarnaast zal het recidiveonderzoek ook verder worden uitgebreid, zodat goed onderbouwde conclusies kunnen worden getrokken. Dit maakt het mogelijk om gerichter te sturen op het terugdringen van recidive en daarmee de bescherming van de samenleving. De uitkomsten van het vervolgonderzoek worden in de tweede helft van 2019 verwacht. Zodra deze beschikbaar zijn zal ik deze voorzien van een beleidsreactie aan uw Kamer toesturen.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

De onderzoekspopulatie omvat alle personen die FZ hebben ontvangen en tot en met 2014 naar vrijheid zijn uitgestroomd. In verband met de beschikbaarheid van informatiebronnen zijn voor de tbs-maatregel de uitstroomjaren 1996 tot en met 2014 onderzocht, voor de ISD-maatregel de jaren 2009 tot en met 2014 en voor de OFZ de jaren 2013 en 2014.

X Noot
3

De huidige FZ omvat, naast de zorg binnen de tbs-maatregel, zorg binnen het gevangeniswezen en zorg in FZ-instellingen met uiteenlopende beveiligingsniveaus en inhoudelijke specialisaties. FZ vindt plaats op basis van verschillende strafrechtelijke titels. Deze zijn onder te verdelen in titels gerelateerd aan de tbs-maatregel, de ISD-maatregel, titels voor FZ tijdens detentie, titels voor FZ als bijzondere voorwaarde of aanwijzing bij een voorwaardelijke straf en overige titels.