33 626 Pallas-reactorproject

Nr. 44 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2026

Op 23 april 2026 is, conform de Regeling Grote Projecten, de derde voortgangsrapportage van het PALLAS-nieuwbouwprogramma aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 33 626, nr. 43). De Regeling Grote Projecten schrijft voor dat er tenminste éénmaal per jaar een accountantsrapport aan de Tweede Kamer wordt gezonden bij rapportages over projecten die onder deze regeling vallen. Daarom wordt hierbij het accountantsrapport bij de derde voortgangsrapportage van het PALLAS-nieuwbouwprogramma aangeboden. Dit rapport is opgesteld door de Auditdienst Rijk (ADR).

Het rapport bestaat uit twee delen. Ten eerste bevat het de uitkomsten van controle van de financiële overzichten. Ten tweede bevat het constateringen met betrekking tot de governance en de programmabeheersing.

In de controleverklaring geeft de ADR aan dat de financiële overzichten zijn opgesteld in overeenstemming met de Regeling Grote Projecten, de uitgangspuntennotitie en de Comptabiliteitswet. Ook wordt voldaan aan alle rechtmatigheidseisen, met uitzondering van een betaling aan NRG PALLAS B.V. voor het bouwprogramma die eind 2025 heeft plaatsgevonden. Deze betaling was groter dan strikt noodzakelijk was. Overigens heeft dit niet tot gevolg dat de totale bijdrage van VWS aan het bouwprogramma toeneemt; het gaat uitsluitend om een verschuiving van betalingen in de tijd. Hierop is ook ingegaan in de derde voortgangsrapportage. Deze bevinding van de ADR leidt tot een oordeel met beperking voor de financiële overzichten. De ADR is van mening dat de andere informatie in de derde voortgangsrapportage geen materiële afwijkingen bevat.

Naast constateringen zijn aanbevelingen van de ADR opgenomen die dienstbaar kunnen zijn aan de parlementaire controle door de Tweede Kamer. Momenteel wordt gewerkt aan een zorgvuldige uitwerking van de gedane aanbevelingen. De Kamer wordt hierover geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans

Naar boven