33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 91 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 maart 2014

Tijdens het Algemeen Overleg over maatschappelijke organisaties van 13 november 2013 (Kamerstuk 33 625, nr. 69) heb ik op het verzoek van het lid Voordewind (CU) toegezegd een financieel overzicht te geven van de bestedingen voor kinderrechten in 2014.

Nederland heeft in 2014 een bedrag van ongeveer 276 miljoen euro begroot dat specifiek ten goede komt aan kinderen. Voor een toelichting op deze uitgaven verwijs ik u naar de bijlagen1.

In dit overzicht zijn uitgaven voor kinderrechten breed gedefinieerd, namelijk als alle bestedingen ten gunste van kinderen. Het Kinderrechtenverdrag spoort overheden aan alle nodige maatregelen te nemen om de rechten van kinderen te realiseren. Het Verdrag benoemt expliciet de rechten van kinderen op bijvoorbeeld veiligheid, onderwijs, gezondheid en voeding. Om die reden zijn alle programma’s op deze thema’s met een specifieke focus op kinderen opgenomen in het overzicht.

Annex I betreft uitgaven die vanuit centrale middelen worden gefinancierd. Annex II omvat de uitgaven voor kinderen in de bilaterale programma’s van de posten.

Naast programma’s die zich volledig richten op kinderen, financiert Nederland ook programma’s die niet volledig, maar wel deels bijdragen aan de uitvoering van kinderrechten. Deze programma’s zijn opgenomen in Annex III. Het is voor deze groep programma’s onmogelijk de exacte uitgaven voor kinderen te bepalen, omdat hun begrotingen niet zijn uitgesplitst in uitgaven voor kinderen en voor andere doelgroepen en doelstellingen. Voor het overzicht aan bestedingen voor kinderrechten, wordt geschat dat ongeveer 25% van de uitgaven van deze programma’s in 2014 gericht is op kinderrechten. De uitzondering op dit percentage betreft het Global Fund to Fight Aids, TB and Malaria dat zelf heeft berekend dat 20% van zijn uitgaven ten goede komt aan kinderen, met name ter voorkoming van hiv-infectie van moeder op kind en verspreiding van klamboes.

Uiteraard komen ook uitgaven van bijv. EOF, Wereldbank en UNDP deels deel ten goede aan kinderen. Omdat deze grote partners niet specifiek rapporteren over kinderen, is het onmogelijk hun kinder-aandeel te bepalen en zijn zij niet opgenomen in het overzicht.

Tot slot draagt Nederland bij aan het mandaat van de VN Speciaal Vertegenwoordiger voor Geweld tegen Kinderen, met een bijdrage van EUR 1 miljoen voor 2 jaar.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven