Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033625 nr. 311

33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 311 MOTIE VAN HET LID VOORDEWIND C.S.

Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 15 juni 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat minister-president Rutte in de Financial Times aangaf dat de strijd tegen COVID-19 alleen te winnen is als het virus wereldwijd wordt bestreden;

overwegende dat landen over de hele wereld hard zijn geraakt door COVID-19 en dat veel ontwikkelingslanden niet de middelen hebben om het virus te bestrijden en de economische gevolgen op te vangen;

overwegende dat de Kamer met de motie van Van der Staaij reeds het kabinet heeft opgeroepen ernaar te streven de bestaande hulp en ondersteuning aan ontwikkelingslanden ook in de huidige omstandigheden te handhaven en waar mogelijk uit te breiden;

overwegende dat de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) recent adviseerde om vanuit medemenselijkheid én vanuit welbegrepen eigenbelang het budget voor ontwikkelingssamenwerking niet te verlagen en 1 miljard euro beschikbaar te stellen uit de algemene middelen voor de leniging van de meest acute noden;

overwegende dat het departement Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking helpt om de gevolgen van de pandemie wereldwijd te bestrijden en de Nederlandse handel weer op gang te krijgen;

verzoekt de regering, het AlV-advies als leidraad te gebruiken voor zowel de financiering van de wereldwijde aanpak van COVID-19 als voor het opstellen van het budget voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor de jaren 2020 en 2021, en daarbij een oplossing aan te dragen voor het tegengaan van dreigende vergaande korting door daling van het bni,

en gaat over tot de orde van de dag.

Voordewind

Kuik

Bouali

Stoffer