Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833625 nr. 261

33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 261 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2018

Op 20 juni 2018 hebben de leden Alkaya en Diks een motie (Kamerstuk 34 950 XVII, nr. 8) ingediend waarin het kabinet wordt opgeroepen het investeringsakkoord tussen Burkina Faso en het Koninkrijk der Nederlanden op te zeggen voor 1 juli 2018. Het kabinet ontraadt deze motie. In deze brief worden de redenen hiervoor gegeven. Met deze brief wordt eveneens voldaan aan het verzoek van de algemene Commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 15 juni 2018 om uw Kamer te informeren over het vervolgtraject van de nieuwe modeltekst voor Nederlandse investeringsakkoorden.

Uitgangspunt van het kabinetsbeleid is dat voor het behalen van de Sustainable Development Goals private investeringen onontbeerlijk zijn. De schattingen voor benodigde investeringen voor ontwikkelingslanden lopen uiteen van 3,3 tot 4,5 biljoen dollar.1 Om het potentieel van private investeringen volledig te benutten, is een raamwerk waarin deze kunnen floreren onontbeerlijk. Bij het ontbreken van een multilateraal kader op het gebied van investeringen, vormen bilaterale investeringsakkoorden een belangrijk onderdeel van de internationale regulering van investeringsstromen. Daarnaast zet Nederland zich samen met de Europese Unie binnen de Wereld Handelsorganisatie in om ter bevordering van het investeringsklimaat afspraken te maken over investeringsfacilitatie.

Nederland heeft 78 investeringsakkoorden met landen buiten de Europese Unie. Nederlandse bedrijven en burgers ontvangen door deze investeringsakkoorden minimale rechtsbescherming als zij investeren in het buitenland en krijgen toegang tot internationale geschillenbeslechting. Investeringsakkoorden kunnen zo buitenlandse investeerders over de streep trekken om langdurig in een land te investeren waar nationale wetgeving en instituties in hun ogen onvoldoende rechtszekerheid bieden. Investeringsakkoorden kunnen door hun bijdrage aan het investeringsklimaat buitenlandse investeringen aantrekken. Dit is niet alleen goed voor Nederlandse investeerders maar ook voor de verdragsluitende partijen. Het land van vestiging profiteert doordat de investering kan leiden tot extra werkgelegenheid en het aantrekken van kennis en innovatie.

Het kabinet is er geen voorstander van om het investeringsakkoord met Burkina Faso eenzijdig op te zeggen. Het kabinet is bovendien niet bekend met een wens van de zijde van Burkina Faso om het investeringsakkoord op te zeggen. Het kabinet merkt op dat het beleid van de regering van Burkina Faso er juist op is gericht om buitenlandse investeringen aan te trekken.2 Eveneens merkt het kabinet op dat Burkina Faso, net als het Koninkrijk der Nederlanden, nog nooit is aangeklaagd onder een van zijn investeringsakkoorden.

Zoals bekend, zet het kabinet zich in om de Nederlandse investeringsakkoorden te moderniseren, om enkele zorgen ten aanzien van de (eerder gesloten) huidige Nederlandse investeringsakkoorden, waaronder die met Burkina Faso te adresseren. Waar het eenzijdig opzeggen van het investeringsakkoord met Burkina Faso ertoe leidt dat bestaande investeringen nog vijftien jaar beschermd blijven onder het verouderde investeringsakkoord, zorgt de heronderhandeling van het investeringsakkoord ertoe dat investeringen zo snel mogelijk worden beschermd onder een modern regime en investeerders geen rechten meer kunnen ontlenen aan het oude akkoord.

Een nieuwe modeltekst zal de inzet vormen om de Nederlandse bilaterale investeringsakkoorden te heronderhandelen. Met de nieuwe inzet zal Nederland een voortrekkersrol spelen op het terrein van duurzaam investeringsbeleid. In de nieuwe modeltekst wordt het recht van overheden om te reguleren in het publieke belang geëxpliciteerd en worden onder meer brievenbusmaatschappijen uitgesloten van bescherming. Internationale afspraken over duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden benadrukt en het niet naleven van de OESO-Richtlijnen voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en de UN Guiding Principles on Businesses and Human Rights zal resulteren in lagere schadevergoedingen. Voorts zal de modeltekst onder meer de bescherming voor investeerders verduidelijken en zorgen voor een transparantere wijze van geschillenbeslechting, waarin derde partijen zoals ngo’s een rol hebben.

Een internetconsultatie over een concept-modeltekst is op 18 juni 2018 geëindigd. Deze internetconsultatie heeft 1.665, veelal uniforme, reacties opgeleverd. Nadat de uitkomst van de internetconsultatie is geanalyseerd kan de Nederlandse modeltekst worden gefinaliseerd. Nadat autorisatie voor heronderhandeling van de Europese Commissie is verkregen, kan worden gestart met heronderhandeling van de Nederlandse investeringsakkoorden, waaronder met Burkina Faso. De verwachting is dat de eerste onderhandelingen begin 2019 van start kunnen gaan.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag


X Noot
2

De noodzaak van investeringen wordt ook bevestigd door het IMF tijdens een recent bezoek aan Burkina Faso: http://www.imf.org/en/news/articles/2018/05/07/pr18163-imf-staff-concludes-visit-to-burkina-faso.