Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 juni 2018
Op 20 juni 2018 hebben de leden Alkaya en Diks een motie (Kamerstuk 34 950 XVII, nr. 8) ingediend waarin het kabinet wordt opgeroepen het investeringsakkoord tussen Burkina
Faso en het Koninkrijk der Nederlanden op te zeggen voor 1 juli 2018. Het kabinet
ontraadt deze motie. In deze brief worden de redenen hiervoor gegeven. Met deze brief
wordt eveneens voldaan aan het verzoek van de algemene Commissie voor Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 15 juni 2018 om uw Kamer te informeren over
het vervolgtraject van de nieuwe modeltekst voor Nederlandse investeringsakkoorden.
Uitgangspunt van het kabinetsbeleid is dat voor het behalen van de Sustainable Development Goals private investeringen onontbeerlijk zijn. De schattingen voor benodigde investeringen
voor ontwikkelingslanden lopen uiteen van 3,3 tot 4,5 biljoen dollar.1 Om het potentieel van private investeringen volledig te benutten, is een raamwerk
waarin deze kunnen floreren onontbeerlijk. Bij het ontbreken van een multilateraal
kader op het gebied van investeringen, vormen bilaterale investeringsakkoorden een
belangrijk onderdeel van de internationale regulering van investeringsstromen. Daarnaast
zet Nederland zich samen met de Europese Unie binnen de Wereld Handelsorganisatie
in om ter bevordering van het investeringsklimaat afspraken te maken over investeringsfacilitatie.
Nederland heeft 78 investeringsakkoorden met landen buiten de Europese Unie. Nederlandse
bedrijven en burgers ontvangen door deze investeringsakkoorden minimale rechtsbescherming
als zij investeren in het buitenland en krijgen toegang tot internationale geschillenbeslechting.
Investeringsakkoorden kunnen zo buitenlandse investeerders over de streep trekken
om langdurig in een land te investeren waar nationale wetgeving en instituties in
hun ogen onvoldoende rechtszekerheid bieden. Investeringsakkoorden kunnen door hun
bijdrage aan het investeringsklimaat buitenlandse investeringen aantrekken. Dit is
niet alleen goed voor Nederlandse investeerders maar ook voor de verdragsluitende
partijen. Het land van vestiging profiteert doordat de investering kan leiden tot
extra werkgelegenheid en het aantrekken van kennis en innovatie.
Het kabinet is er geen voorstander van om het investeringsakkoord met Burkina Faso
eenzijdig op te zeggen. Het kabinet is bovendien niet bekend met een wens van de zijde
van Burkina Faso om het investeringsakkoord op te zeggen. Het kabinet merkt op dat
het beleid van de regering van Burkina Faso er juist op is gericht om buitenlandse
investeringen aan te trekken.2 Eveneens merkt het kabinet op dat Burkina Faso, net als het Koninkrijk der Nederlanden,
nog nooit is aangeklaagd onder een van zijn investeringsakkoorden.
Zoals bekend, zet het kabinet zich in om de Nederlandse investeringsakkoorden te moderniseren,
om enkele zorgen ten aanzien van de (eerder gesloten) huidige Nederlandse investeringsakkoorden,
waaronder die met Burkina Faso te adresseren. Waar het eenzijdig opzeggen van het
investeringsakkoord met Burkina Faso ertoe leidt dat bestaande investeringen nog vijftien
jaar beschermd blijven onder het verouderde investeringsakkoord, zorgt de heronderhandeling
van het investeringsakkoord ertoe dat investeringen zo snel mogelijk worden beschermd
onder een modern regime en investeerders geen rechten meer kunnen ontlenen aan het
oude akkoord.
Een nieuwe modeltekst zal de inzet vormen om de Nederlandse bilaterale investeringsakkoorden
te heronderhandelen. Met de nieuwe inzet zal Nederland een voortrekkersrol spelen
op het terrein van duurzaam investeringsbeleid. In de nieuwe modeltekst wordt het
recht van overheden om te reguleren in het publieke belang geëxpliciteerd en worden
onder meer brievenbusmaatschappijen uitgesloten van bescherming. Internationale afspraken
over duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden benadrukt en het
niet naleven van de OESO-Richtlijnen voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en
de UN Guiding Principles on Businesses and Human Rights zal resulteren in lagere schadevergoedingen. Voorts zal de modeltekst onder meer
de bescherming voor investeerders verduidelijken en zorgen voor een transparantere
wijze van geschillenbeslechting, waarin derde partijen zoals ngo’s een rol hebben.
Een internetconsultatie over een concept-modeltekst is op 18 juni 2018 geëindigd.
Deze internetconsultatie heeft 1.665, veelal uniforme, reacties opgeleverd. Nadat
de uitkomst van de internetconsultatie is geanalyseerd kan de Nederlandse modeltekst
worden gefinaliseerd. Nadat autorisatie voor heronderhandeling van de Europese Commissie
is verkregen, kan worden gestart met heronderhandeling van de Nederlandse investeringsakkoorden,
waaronder met Burkina Faso. De verwachting is dat de eerste onderhandelingen begin
2019 van start kunnen gaan.
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag