33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 255 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 februari 2018

Op 25 januari 2018 verzocht de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het kabinet om een appreciatie van de multilaterale scorekaarten.

In de Kamerbrief van 21 september 2017 (Kamerstuk 33 625, nr. 251) informeerde het vorige kabinet u over de nieuwe multilaterale scorekaarten. Deze scorekaarten worden periodiek opgesteld en toetsen multilaterale organisaties waarmee nauw wordt samengewerkt op twee aspecten: functioneren en relevantie. Voor het opstellen van de scorekaarten wordt gebruik gemaakt van accountantsrapporten en evaluaties van de organisaties, recente beoordelingen van gelijkgezinde landen en de oordelen van Nederlandse beleidsmakers die werkzaam zijn bij ministeries, kiesgroepkantoren en permanente vertegenwoordigingen.

Nederland heeft de afgelopen jaren de samenwerking geconcentreerd op die organisaties die én effectief opereren én aantoonbare meerwaarde hebben voor de uitvoering van de Nederlandse beleidsprioriteiten. Het kabinet acht de appreciatie van september 2017 nog steeds geldig. Institutionele verbeteringen van organisaties hebben vaak een langer tijdsbeslag dan enkele maanden nodig om tot concrete resultaten te komen.

Het kabinet concentreert zich op de verbeteringen die nodig zijn in het functioneren van de multilaterale organisaties en baseert zich daarbij op de analyse in de scorekaarten. De voorstellen voor hervorming van het VN-ontwikkelingssysteem voegen daar nog een aantal ambities aan toe, bijvoorbeeld op het vlak van onderlinge samenwerking, coherentie en efficiëntie. Het kabinet verwacht van het leiderschap van de verschillende VN-ontwikkelingsorganisaties dat het actief meewerkt aan de hervormingsagenda van de SGVN (zie ook Kamerstuk 26 150, nr. 169).

In de hierboven vermelde Kamerbrief over de multilaterale scorekaarten is een vijftal organisaties geïdentificeerd die op basis van huidig functioneren speciale aandacht behoeven, te weten UNDP, OCHA, UNESCO, UNIDO en UNCTAD. Voor deze organisaties wordt hieronder een korte update gegeven.

UNDP

Voor UNDP geldt dat het inmiddels een aantal stappen in de goede richting heeft gezet. Onder leiding van de nieuw aangetreden Administrator Achim Steiner is een Strategisch Plan opgesteld. Met dit plan zet UNDP in op een sterkere focus van de organisatie en op het faciliteren van partnerschappen voor de uitvoering van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDGs). Met dit nieuwe plan speelt UNDP proactief in op de hervormingsagenda van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties (SGVN). Ook op het terrein van project- en financieel beheer zijn de nodige maatregelen genomen. Het gaat er nu om dat de bij de uitvoering van de plannen concrete verbeteringen zichtbaar worden.

OCHA

Zoals gemeld in de Kamerbrief van september 2017 (Kamerstuk 33 625, nr. 251) liet een organisatiedoorlichting van OCHA een aantal verbeterpunten zien op het gebied van personeelsbeleid, resultaatgerichtheid en transparantie van de organisatie. Inmiddels is het nieuwe hoofd van OCHA, Mark Lowcock, voortvarend van start gegaan. Zo wordt de organisatie gestroomlijnd en heringericht, wordt nieuw personeel geworven voor strategische posities, worden landenkantoren versterkt, zijn cultuurveranderingen in gang gezet en is de begrotingsdiscipline versterkt. Het kabinet verwacht dan ook dat er de komende periode concrete verbeteringen zullen komen.

UNESCO

De VS en Israël hebben het lidmaatschap van UNESCO opgezegd. Verwacht wordt dat de financiële situatie precair blijft. Politisering van het werk van UNESCO blijft aandacht vragen. Nederland verwacht van de eind 2017 aangetreden nieuwe Directeur-Generaal van UNESCO, Audrey Azoulay, een rol als bruggenbouwer. Ook is daadkracht nodig om operationeel management te verbeteren en meer strategische focus aan te brengen.

UNIDO

Voor UNIDO geldt dat het kabinet heeft afgezien van het voornemen om uit het oprichtingsverdrag te treden. Voorts verwijs ik naar de separate beantwoording van vragen van de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Kamerstuk 34 473 (R2069), nr. 8).

UNCTAD

Zoals aangegeven in de Kamerbrief van september 2017 (Kamerstuk 33 625, nr. 251) zal Nederland binnen UNCTAD samen met andere landen de kritische dialoog voortzetten en pleiten voor een brede organisatiedoorlichting door de inspectiedienst van de VN. Ook zal in het bijzonder worden gekeken naar de verbetering van resultaatgericht management van UNCTAD. Nederland heeft daartoe zitting genomen in de werkgroep die hervormingen op dit gebied bespreekt, zodat de organisatie hier actief op kan worden aangesproken.

Daarnaast hebben voor de Wereldbankgroep, UNRWA, UNFPA, UNICEF en WHO de volgende belangrijke ontwikkelingen op het gebied van het functioneren van de organisatie plaatsgevonden sinds het versturen van de Kamerbrief over de scorekaarten in september 2017 (Kamerstuk 33 625, nr. 251).

Wereldbankgroep

De toekomststrategie van de Wereldbankgroep, de Forward Look, is inmiddels naar tevredenheid afgerond. De Bank heeft daarnaast als onderdeel van de Better Bank-agenda nieuwe safeguards (standaarden die negatieve gevolgen voor milieu en maatschappij vermijden of mitigeren) aangenomen en ingezet op het verminderen van de bureaucratie van de eigen organisatie. In de onderhandelingen over kapitaalaanvullingen van onderdelen van de Wereldbankgroep, pleit Nederland voor aanwending van extra financiële middelen in landen waar ontwikkelingsfinanciering schaars is, meer aandacht voor bevordering van stabiliteit en conflictpreventie, een verdere vergroening van de Wereldbank portefeuille en maatregelen om nog efficiënter en effectiever te opereren (zie ook Kamerstuk 26 234, nr. 208).

UNRWA

Voor UNRWA zijn hervormingen gewenst die bijdragen aan de financiële stabiliteit van de organisatie. Ondanks efficiëntieslagen en vergaande bezuinigingsmaatregelen verkeert de organisatie de afgelopen jaren telkens in zwaar financieel weer. Richtinggevend daarbij zijn de aanbevelingen die de SGVN heeft gedaan in april 2017: uitbreiding van donorbasis; verhoging van de bijdrage uit het reguliere VN-budget; financiering via Wereldbank of andere financiële instelling en geldstromen via partnerschappen met mondiale fondsen. Nederland steunt deze voorstellen en zal bij relevante instellingen bepleiten om met concrete voorstellen te komen.

UNICEF

De belangrijkste ontwikkeling voor UNICEF is het aantreden van de nieuwe directeur. Sinds 1 januari 2018 is de Amerikaanse Henrietta Fore de hoogste baas van UNICEF, als opvolger van Anthony Lake. Fore leidde eerder USAID, vervulde hoge overheidsfuncties binnen onder andere het US State Department en heeft uitvoerige ervaring met de private sector. Haar prioriteiten voor UNICEF lijken onder meer te liggen bij het verbeteren van de samenwerking met VN-partners en de private sector.

UNFPA

Ook bij UNFPA is een nieuwe directeur aangetreden, Natalia Kanem uit Panama. Zoals uit de scorekaart van UNFPA blijkt functioneert de organisaties naar behoren, maar Nederland zal UNFPA kritisch blijven volgen bij de uitvoering van haar volledige mandaat, inclusief het bevorderen van reproductieve rechten. Zo vindt Nederland het bijvoorbeeld van groot belang dat UNFPA op basis van zijn mandaat bijdraagt aan het voorkómen van moedersterfte als gevolg van onveilige abortus.

WHO

De Wereldgezondheidsorganisatie is momenteel de koers aan het bepalen voor de komende vijf jaar met de aanstelling van de nieuwe Directeur-Generaal, Tedros Adhanom Ghebreyesus. Nederland is hierbij nauw betrokken als lid van de Uitvoerend Raad. De WHO is een specialistische VN-organisatie en beschikt over eigen besluitvorming, regels en richtlijnen. Nederland pleit voor goede aansluiting van de WHO bij de algemene hervormingsplannen van de SGVN en zal daarover met de WHO in gesprek blijven. Zo besloot de WHO afgelopen januari op aandringen van de VN-lidstaten, waaronder Nederland, om de richtlijn van de International Civil Service Commission (ICSC) in New York uit te voeren en daarmee de toelagen op het salaris van VN-personeel in Genève te verlagen.

Voor de overige organisaties met een scorekaart (FAO, ILO, IOM, ITC, OHCHR, UNAIDS, UNEP, UNHCR, UNODC, UN Women, WFP, WTO, AfDB, AsDB, EBRD, IDB, IFAD, IMF, GAVI en GFATM) zijn op dit moment nog geen belangrijke nieuwe ontwikkelingen te melden. Nederland blijft in de dialoog met de bestuursorganen van deze organisaties actief werk maken van de in de scorekaarten geïdentificeerde verbeterpunten.

Momenteel werkt het kabinet aan een nieuwe beleidsnota voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Deze zal Uw Kamer binnen afzienbare tijd toegaan. Voor zover een verandering in beleidsprioriteiten aanleiding geeft tot een significante aanpassing in de mate waarin organisaties door het kabinet relevant worden geacht voor het BHOS-beleid, zal dit nader worden toegelicht. Uiteraard zal dit ook worden meegenomen bij de volgende reguliere editie van de scorekaarten.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

Naar boven