33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 254 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 februari 2018

Op 6 december jl. sprak ik met uw Kamer ter voorbereiding op de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking van 11 december 2017 (Kamerstuk 21 501-04, nr. 204). Tijdens dit algemeen overleg heb ik u toegezegd uw Kamer schriftelijk te informeren over de betrokkenheid van de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) bij een havenproject in Colombia. Met deze brief wil ik voldoen aan deze toezegging.

Op 29 november jl. plaatste de Groene Amsterdammer een artikel over het (mede) door FMO en de International Finance Corporation (IFC) – onderdeel van de Wereldbank – gefinancierde havenproject TC Buen in Buenaventura, Colombia.

Beide ontwikkelingsbanken zijn zich goed bewust van de maatschappelijke uitdagingen die havenontwikkeling met zich meebrengen en willen op geen enkele wijze betrokken zijn bij misstanden op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het investeringsbeleid van beide ontwikkelingsbanken is erop gericht om een zo groot mogelijke positieve ontwikkelingsimpact te realiseren.

In het artikel wordt een samenspel beschreven tussen de haven TC Buen en de stad, die beide zijn gevestigd op een dichtbevolkt schiereiland. De haven ligt ingeklemd tussen twee arme volkswijken waar de bevolking voornamelijk woonachtig is in krottenwijken.

Het artikel beschrijft verder een aantal sociale problemen in Buenaventura: grote maatschappelijke ongelijkheid, een geschiedenis van grootschalige georganiseerde misdaad, drugssmokkel en paramilitaire groepen die strijden om invloed. Zowel de ambassade in Colombia alsook FMO erkennen dat er sprake blijft van grote sociale problemen en onveiligheid in Buenaventura mede als gevolg van gebrekkig lokaal bestuur.

Voorafgaand aan de aanleg van TC Buen hebben consultatierondes plaatsgevonden met vertegenwoordigers en bewoners van de omringende wijken. Deze consultatierondes zijn ook na ingebruikname van de haven voortgezet en zijn goed gedocumenteerd en positief beoordeeld door betrokkenen.

De Nederlandse ambassade in Colombia en FMO bezochten meerdere keren het havenproject en de gemeenschappen er omheen om goed inzicht te krijgen in de interactie tussen de haven en de omringende bewoners. Ze spraken onder andere met het lokale maatschappelijk middenveld, vissers, vakbonden, de lokale autoriteiten en de Kamer van Koophandel.

De directe beschuldigingen die in het artikel worden geuit aan het adres van het havenproject TC Buen lijken onvoldoende gestaafd met feiten. TC Buen is zich goed bewust van de sociale en milieucontext waarin zij opereert en volgt nationale en internationale normen. Geluidsoverlast is in het verleden een belangrijk punt van zorg geweest, maar is door maatregelen van TC Buen verminderd.

Van de ongeveer 400 personen werkzaam bij TC Buen komt 80% uit Buenaventura zelf. Doordat TC Buen investeert in trainingen kunnen ongeschoolde arbeidskrachten worden opgeleid en aangenomen. Hierdoor worden kansen en economische zelfredzaamheid van de lokale bevolking vergroot. Ook worden sociale projecten uitgevoerd en staat de haven in nauw contact met gemeenschapsleiders in de twee wijken die de haven omringen.

Goede infrastructuur is een belangrijke randvoorwaarde voor economische groei en armoedebestrijding. Ook TC Buen kan in dit kader een grote bijdrage leveren aan duurzame economische groei, mits deze wordt ondersteund door publieke investeringen in sociale ontwikkeling door de Colombiaanse overheid (zoals op het gebied van water, elektriciteit, sanitaire voorzieningen, huisvesting en veiligheid).

Het kabinet zal erop toezien dat TC Buen, FMO en de Nederlandse ambassade met de verschillende betrokken Colombiaanse overheden en stakeholders in gesprek blijven over de gesignaleerde maatschappelijke problemen in het gebied rond de haven. Alleen door het juiste flankerende beleid kan de haven een optimale bijdrage leveren aan de sociaaleconomische ontwikkeling van het gebied.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

Naar boven