Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433625 nr. 120

33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 120 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 september 2014

Op verzoek van de Algemene Commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking stuur ik u het verslag van mijn bezoek aan Nigeria en Ghana op 17-20 juni jl. Aanvullend doe ik u toekomen een kort verslag van mijn aansluitende bezoek aan Senegal op 21 juni jl.

In Nigeria bezocht ik de Niger Delta en sprak daar met de door de milieuschade getroffen gemeenschap en Nigeriaanse NGO’s. Ook werden met de Ghanese en Nigeriaanse partners een aantal handelspolitieke dossiers besproken.

De meereizende handelsmissie bestond uit ongeveer vijftig bedrijven uit drie sectoren: agrofood en tuinbouw, gezondheid en life sciences, en maritieme logistiek en haveninfrastructuur. Doel van de handelsmissie was het uitbreiden en diversifiëren van de bilaterale economische relaties, het verder vormgeven van de «hulp naar handel» agenda, en het identificeren van nieuwe handels- en investeringskansen voor de meereizende bedrijven. Ik bracht aansluitend een kort bezoek aan Senegal om een regionale ambassadeursconferentie bij te wonen.

1. Nigeria

Nigeria is de grootste economie van Sub-Sahara Afrika (SSA), met een BBP van € 349 miljard (2013) genereert Nigeria 30% van het BBP van SSA en is tevens één van de belangrijkste politieke spelers op het Afrikaanse continent. Het is de grootste handelspartner van Nederland in Sub-Sahara Afrika, met een exportvolume van € 4,4 miljard naar Nederland en een importvolume van € 2,7 miljard vanuit Nederland. Nederlandse investeringen in Nigeria bedragen € 4 miljard (cumulatief).

Een aantal Nederlandse bedrijven is al jaren actief in Nigeria en draagt met hun investeringen bij aan de economische diversificatie en werkgelegenheid buiten de olie- en gasindustrie. De prioritaire economische topsectoren waar grote kansen liggen, zijn agrofood en tuinbouw, water en maritieme industrie, energie en de groeiende creatieve industrie (m.n. in metropool Lagos). Ook op andere terreinen bestaat potentieel. Daarom was in overleg met de topsectoren gekozen voor een bedrijvenmissie gericht op verbreding van onze economische relaties. De meereizende ondernemers bevestigden de mogelijkheden op deze grote Afrikaanse markt.

Niger Delta

De economische, sociale en politieke implicaties van de olie- en gaswinning waren belangrijke thema’s tijdens mijn bezoek. Daarom was een bezoek aan de Niger Delta in het programma opgenomen. Het is een gebied dat te kampen heeft met grote milieuschade en sociaaleconomische problematiek als gevolg van oliediefstal en -lekkages.

Na een gesprek met Nigeriaanse NGO’s die werkzaam zijn op het terrein van milieu en mensenrechten in de Niger Delta, bezocht ik de Bodo en Bomu-gemeenschappen in Ogoniland. Het was indrukwekkend om van dichtbij de gevolgen te zien die de olieverontreiniging heeft op het dagelijks leven van mensen. De visvangst, traditioneel de voornaamste economische sector, is weggevaagd, er is een tekort aan schoon drinkwater, mensen kampen met gezondheidsproblemen en dorpen zijn verlaten omdat het gebied onleefbaar is geworden.

Vertegenwoordigers van de Bodo-gemeenschap en de Bomu-gemeenschap toonden zich erkentelijk voor de Nederlandse inzet om de belangrijkste partijen rond de tafel te krijgen. Sinds ruim een jaar vindt een bemiddelingspoging tussen de Bodo-gemeenschap en de Shell Petroleum Development Company of Nigeria (SPDC) plaats waarbij de Nederlandse oud-ambassadeur Ronhaar en een vertegenwoordiger van een lokale NGO optreden als procesbegeleiders. In verschillende werkgroepen wordt gewerkt aan 1) het opruimen van de olievervuiling, 2) het voorkomen van verdere vervuiling door het voorkomen van diefstal en illegale raffinage, 3) gemeenschapsontwikkeling (om o.m. jongeren een toekomst te bieden). Het herstel van vertrouwen tussen de lokale gemeenschappen en SPDC – waarin de Nigeriaanse overheid overigens meerderheidsaandeelhouder is – is hierbij een cruciaal overkoepelend uitgangspunt. Het is een precair proces dat bemoeilijkt wordt door interne verdeeldheid binnen de Bodo-gemeenschap en het formele juridische traject (tussen de partijen loopt een aantal rechtszaken in Londen over compensatiebetalingen). Toch tonen beide partijen betrokkenheid en gaven zij aan dat de Nederlandse rol cruciaal was geweest bij de start en voortgang tot dusver van dit proces. Zij verzochten Nederland de begeleiding voort te zetten en het kabinet zal dat doen.

Op het SPDC-kantoor in Port Harcourt was een briefing over de omvang van de operaties in Nigeria: de olie- en gasvoorraden (zowel op gebied van olie als gas productie staat Nigeria in de mondiale top-10, het voornaamste potentieel bevindt zich inmiddels offshore) zijn nog steeds enorm. Olie en gas zijn goed voor 70% van de Nigeriaanse overheidsinkomsten. Nigeria vormt voor Shell een moeilijke werkomgeving; sabotage is aan de orde van de dag. De omvang van de oliediefstal wordt geschat op 100.000 vaten per dag. Als gevolg van de inefficiënte en illegale raffinage verdwijnt tot 70% van deze olie in het oppervlakte water. SPDC meldde sinds 1993 alle operaties in Ogoniland te hebben gestopt en op te treden, en transparantie te betrachten bij olielekkages en -diefstal. Volgens eigen opgaven heeft het de door milieuorganisaties bekritiseerde praktijk van het affakkelen van gas met 85% teruggebracht.

Alle gesprekspartners – NGOs, de lokale gemeenschappen en SPDC – gaven aan teleurgesteld te zijn over de gebrekkige opvolging die de Nigeriaanse overheid geeft aan de aanbevelingen van het UNEP-rapport en in zijn algemeenheid aan de invulling van de publieke taken en verantwoordelijkheden in de delta. Dit VN-rapport uit 2011 brengt de olievervuiling in Ogoniland in kaart en doet aanbevelingen om de gevolgen er van aan te pakken. De overheidsinstantie (HYPREP – Hydrocarbon Pollution Restoration Project) die de Nigeriaanse president in eerste instantie heeft opgericht om dit proces te leiden blijkt in de praktijk nauwelijks te functioneren.

Gesprekken met Nigeriaanse autoriteiten

De Secretaris Generaal van het Nigeriaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken die ik hierover de volgende dag in Abuja sprak, stelde dat de jonge Nigeriaanse democratie tijd nodig heeft om problemen zoals oliediefstal effectief aan te pakken.

In Abuja sprak ik verder met Minister van Financiën Ngozi Okonjo-Iweala over de mogelijkheden om de bilaterale handels- en investeringsrelatie verder uit te bouwen. De grote Nigeriaanse markt – ruim 160 miljoen inwoners, met een groeiende middenklasse – en de Nederlandse expertise in sectoren als landbouw, maritieme logistiek en gezondheid bieden hiervoor goede aanknopingspunten. Ook bespraken we de terreur van Boko Haram in Nigeria, in het bijzonder de situatie van de ontvoerde schoolmeisjes uit Chibok in het noordoosten van Nigeria. Ik heb het aanbod herhaald om Nederlandse ondersteuning te bieden waar gewenst.

Met de Minister van Industrie, Handel en Investeringen, Olusegun Olutoyin Aganga besprak ik in Lagos het handelsakkoord (EPA -Economic Partnership Agreement) tussen de EU en ECOWAS (Economic Community Of West African States). Reden waarom Nigeria als enig land in de regio tot voor kort nog niet bereid was om te tekenen, is de vrees voor schade aan de in opbouw zijnde industrie en arbeidsmarkt en de effecten van de EPA op de handel met andere handelspartners (VS, China), aldus de Minister. Inmiddels is een akkoord bereikt tussen de ECOWAS partners en is opdracht gegeven tekening van het akkoord voor te bereiden. Hopelijk zal ratificatie door de betrokken parlementen snel volgen. Ik heb aangegeven dat Nederland zijn rol als »honest broker» in dit proces zal continueren. De zorgen van Nigeria over de effecten op economie en diversificatieproces neem ik daarbij serieus.

Ook kwamen het Dutch Good Growth Fund en MKB ontwikkeling en mogelijk nieuw Nigeriaans textielbeleid aan de orde tijdens het gesprek, evenals kwesties die de belangen van Nederlandse bedrijven raken, zoals beperkingen op de invoer van bevroren vis. Het Ministerie van Industrie, Handel en Investeringen heeft bij Nederland een verzoek neergelegd voor kennisuitwisseling op het gebied van exportbevordering.

Verder sprak ik in Abuja nog met vertegenwoordigers van mensenrechten-NGOs over onder meer de politieke participatie van vrouwen en de positie van LHBT-personen in Nigeria. Via het mensenrechtenfonds van onze ambassade ondersteunen we een aantal van hen (soms noodgedwongen op discrete wijze) bij hun belangrijke werk.

Bedrijvenmissie

De bedrijvendelegatie bestond uit vertegenwoordigers vanuit de (top)sectoren landbouw, life sciences & health care (Task Force Health Care) en maritieme logistiek en haveninfrastructuur. Ook FMO, Rabobank, Atradius, Cordaid, KIT en Berenschot waren aanwezig. Voor de bedrijven waren door ambassadekantoor Lagos individuele gesprekken met Nigeriaanse potentiële partners georganiseerd. De health care sector bezocht een ziekenhuis in Lagos en de landbouwbedrijven maakten o.a. kennis met de Chi Group, een bedrijf dat al tientallen jaren succesvol onderneemt in Nigeria.

Verder waren twee seminars georganiseerd: over de gezondheidszorgsector, o.a. met IFC, PharmAccess en Hygiea Group, en over duurzame woningbouw en stadsplanning door DASUDA met hun Nigeriaanse partners. Urbanisatie is een van de grote uitdagingen in Afrika en in miljoenenstad Lagos in het bijzonder. Landbouwproblematiek is daar deels aan gelinkt – voedselvoorziening aan de snel groeiende bevolking. Nederlandse kennis is daarbij van grote waarde.

Met de bedrijven Heineken (Nigerian Breweries) en Friesland Campina, die al jaren succesvol ondernemen in Nigeria, werd een bijeenkomst gehouden over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Friesland Campina gaf uitleg over haar project met de Fulani gemeenschap van veehouders en Nigerian Breweries tekende een Memorandum of Understanding met 2Scale voor samenwerking met cassaveproducenten (suikers uit cassave).

De creatieve industrie presenteerde zich tijdens een receptie via een wervelende modeshow door textielproducent Vlisco. De Nederlandse firma heeft een lange geschiedenis in West-Afrika en haar stoffen zijn erg populair.

2. Ghana

Het bezoek aan Ghana, aansluitend op de reis naar Nigeria, stond in het teken van de «hulp naar handel» agenda en de positionering van meereizende Nederlandse bedrijven. Ghana is een middeninkomensland dat er naar streeft vrij van hulp te zijn in 2020. Het heeft de afgelopen jaren een forse economische groei laten zien (2013: 7%) en behoort net als Nigeria en landen als Kenia, Tanzania en Angola tot de «Afrikaanse leeuwen» – groei-economieën met veel potentie. Daarnaast trekt ook Ghana’s stabiele politieke situatie en afzetmarkt, het in de regio gunstig afstekende ondernemingsklimaat, samen met de strategische ligging – toegang tot de opkomende West-Afrikaanse markt – de aandacht van het Nederlands bedrijfsleven. De financieel economische situatie op korte termijn baart evenwel zorgen.

Nederland heeft met Ghana een relatief brede economische relatie en het wederzijdse handelsvolume vertoont een structurele groei. In 2013 bedroeg de totale omvang hiervan ongeveer € 2 miljard. Ghana is daarmee de derde handelspartner. Het Nederlandse beleid om Ghana als overgangsland te kwalificeren sluit hier bij aan. Het ontwikkelingsprogramma (totaal € 100 mln 2014–2017) is gericht op inclusieve economische groei, assistentie bij markthervormingen en het belastingstelsel en bevordering van Nederlandse handel en investeringen. Nederlandse bedrijven en kennisinstituten zijn actief in de door de ambassade gekozen speerpunten: water, voedselzekerheid en SRGR (Seksuele Reproductieve Gezondheid en Rechten).

Gesprekken met Ghanese autoriteiten

Naast een hartelijke ontvangst door President John Dramani Mahama, sprak ik ook met de Minister van Buitenlandse Zaken, Hannah Tetteh, en ook de Ministers voor Publiek-Private Samenwerking, en van Handel en industrie. Belangrijk thema in deze gesprekken was de precaire financieel-economische situatie, waar het IMF recent een rapport over uitbracht. De lange termijn verwachtingen voor de Ghanese economie zijn onverminderd positief. Er dreigt evenwel een acuut liquiditeitsprobleem, vanwege een oplopend «twin deficit», omdat zowel de overheidsbegroting als de handelsbalans sterk negatief zijn. Dit leidt samen met de oplopende schuldenpositie tot inflatie en geldontwaarding. Gesprekspartners gaven aan dat er inmiddels verschillende, zonder ondersteuning van buitenaf, ontwikkelde beleidsinterventies in gang zijn gezet die het tij moeten keren. Uitgaven worden teruggeschroefd en overheidsinkomsten opgekrikt.

Daarnaast sprak ik met de president over de mogelijkheden om de wederzijdse handels- en investeringsrelaties te vergroten en te verbreden. Hij zag kansen in de sectoren landbouw, havenontwikkeling en energie. Ook in Ghana bracht ik het EU-ECOWAS vrijhandelsakkoord (EPA) op. Ghana, momenteel voorzitter van de ECOWAS, is voorstander van spoedige ondertekening: de EU is veruit de voornaamste handels- en investeringspartner, en de EPA wordt geacht tot uitbreiding van deze relaties te leiden. Ik heb inmiddels een brief aan de verantwoordelijke Europees Commissaris, De Gucht, gestuurd om hem te informeren over de Nigeriaanse zorgen en de Ghanese positie.

Tot slot is en marge van deze gesprekken ook over terugkeer van illegale vreemdelingen naar Ghana gesproken. Nederland rekent bij de uitzetting van illegale vreemdelingen op de medewerking van de Ghanese autoriteiten bij het verschaffen van de nodige reisdocumenten.

Bezoek aan ontwikkelingsprogramma’s

Het programma bevatte ook een aantal bezoeken aan ontwikkelingsprogramma’s op het gebied van water en sanitatie (Ghana Netherlands WASH Program met projecten voor afvalbehandeling en drinkwater), voedselzekerheid en SRGR. In alle programma’s speelt de private sector in toenemende mate een belangrijke rol. Ik bezocht een vuilnisstortplaats die met Nederlandse steun nu adequaat wordt beheerd en een school met verbeterde drinkwatervoorziening en toiletten, in het kader van het «Football for Water» programma. Dit initiatief was een maand eerder samen met de Ghanese Minister van Buitenlandse Zaken en oud-president Kufuor gelanceerd tijdens de vriendschappelijke interland Nederland-Ghana in de Kuip.

Tot slot heb ik een samenwerkingsverband tussen de Nederlandse en Ghanese belasting- en douaneautoriteiten in de haven bezocht. Een week van training door de douane Rotterdam en belastinginspecteurs werd met veel publiciteit afgerond. Verhogen van overheidsinkomsten staat hoog op de politieke agenda in Ghana op dit moment. Doelstelling van de Nederlandse inzet betreft de Ghanese douane en belasting te trainen en te vormen tot een moderne, doelmatige dienst. We kwamen overeen besprekingen over een bilateraal belastingverdrag te starten.

Bedrijvenmissie

In totaal waren er vijftig deelnemende bedrijven. Per sector was er een specifiek programma opgesteld. Met de deelnemende bedrijven is een aantal seminars georganiseerd, en is onder meer de Nederlandse kennis en expertise bij Ghanese (potentiële) partners over het voetlicht gebracht. In totaal legden zij contacten met ongeveer zestig Ghanese bedrijven.

Ik sprak op een seminar georganiseerd door een consortium van achttien Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen verenigd in de Port Development Partnership. Door deze clustervorming biedt de PDP een breed scala aan expertise op maritiem en logistiek vlak, hetgeen hun positionering bij de ontwikkeling van de West-Afrikaanse havens versterkt.

Ook werd een aantal bedrijven op het gebied van agrofood en tuinbouw bezocht. Bij het bedrijf Blue Skies, de grootste private werkgever van Ghana, werd getoond hoe lokaal waarde aan de fruitketen wordt toegevoegd. Het ter plaatste versneden fruit ligt 24 uur na oogst bij de Albert Heijn in het schap. Ik lanceerde hier ook het PPP project «GhanaVeg» dat ten doel heeft een commerciële en exportgeoriënteerde groentesector in Ghana te creëren. Economisch en ecologisch verduurzamen van de cacaoketen, waar aan wordt gewerkt in een door Nederland gesteund publiek-privaat samenwerkingsverband, was het thema bij de cacaoverwerkingsfabriek van Cargill.

In Ghana werd – evenals in Nigeria – enthousiast gereageerd op het recent gestarte Dutch Good Growth Fund. Het voorziet potentieel in een behoefte van met name het Ghanese midden- en kleinbedrijf dat hierdoor meer toegang krijgt tot financiering en derhalve meer mogelijkheden om te investeren. Ook in het huidige handelsinstrumentarium, waaronder het co-financieringsprogramma ORIO (vanaf 2015 DRIVE), is Ghana geïnteresseerd. En marge van het bezoek zegde de Ghanese overheid een financiële bijdrage van 14 miljoen euro toe voor een «tuberculosis detection programme», waarbij een Nederlands bedrijf de MRI-scanners zal leveren. De totale contractwaarde is 21,5 miljoen euro.

Tijdens mijn bezoek aan de haven van Tema werd een intentieverklaring ondertekend door STC B.V. en de Ghanese havenautoriteiten om samen een grootschalig trainingscentrum op te zetten voor heel West-Afrika.

3. Senegal

Ik sloot mijn reis naar West-Afrika af met een kort bezoek aan Senegal, waar ik een regionale ambassadeursconferentie bijwoonde. Senegal is een stabiele democratie in een onveilige regio (Senegal grenst ondermeer aan fragiele staten Mali en Guinee Bissau). Senegal neemt zijn regionale verantwoordelijk: er zijn 1000 Senegalese militairen in Mali gestationeerd in het kader van MINUSMA en Senegal is een positieve kracht voor verdere regionale integratie binnen het regionale handelsblok ECOWAS. Senegal speelde een sleutelrol in de onderhandelingen tussen ECOWAS en de EU over het Economic Partnership Agreement (EPA).

Senegal is een exit-land (milieusector). Het exit-programma dat oorspronkelijk in 2014 zou aflopen heeft, o.m. door grondige doch trage Senegalese aanbestedingsprocedures, lichte vertraging opgelopen. Afronding zal medio 2015 plaatsvinden.

Ik sprak met Premier Aminata Touré en met Nederlandse ondernemers. Daarnaast tekende ik een financieringsovereenkomst met de Hoge Commissaris van de Organisation pour la Mise en Valeur du Fleuve Sénégal (OMVS). Dankzij deze steun kan Waterschap Rivierenland verder met de OMVS samenwerken op het gebied van capaciteitsopbouw. De vier oeverstaten van de Senegalrivier (Guinee, Senegal, Mali, Mauritanië) werken in deze supranationale organisatie goed samen (waterkracht; irrigatie).

Nederlandse ondernemers, reeds gevestigd op de Senegalese markt, bevestigden dat Senegal goede kansen biedt in de maritieme sector (de haven van Dakar heeft een regionale spilfunctie) en in de landbouw. Nederland is de vierde handelspartner van Senegal. Nederland wil in 2015 een handelsmissie naar Senegal organiseren, als vervolg van een eerste handelsmissie uit 2013.

Met Premier Touré sprak ik ook over de Nederlandse expertise en kennis op het gebied van landbouw en maritieme logistiek. Premier Aminata Touré verwelkomde deze kennis onder meer voor het tegengaan van kusterosie. Er is aangegeven dat de Dutch Disaster Risk Reduction facility (DRR) een team naar Senegal zal sturen om een studie te verrichten naar mogelijke oplossingen voor kusterosieproblemen bij de monding van de rivier Senegal (Noord Senegal). In het gesprek met Premier Touré werd het Dutch Good Growth Fund (DGGF) aangehaald en werden enkele individuele handelsdossiers behandeld.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen