Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433625 nr. 101

33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 101 MOTIE VAN HET LID DE CALUWÉ

Voorgesteld 13 mei 2014

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de ontwikkelingsactiviteiten van Nederland in Mali volgens de regering in nauwe afstemming met de fragielestatenaanpak van de EU zullen plaatsvinden;

overwegende dat de EU gemiddeld 100 miljoen euro per jaar aan ontwikkelingsgeld aan Mali besteedt, waarvan het merendeel via begrotingssteun;

overwegende dat Nederland, naast zijn bijdrage via Europa, in 2014 bijna 36 miljoen euro aan ontwikkelingsgeld aan Mali besteedt;

constaterende dat in het meerjarenplan van Nederland voor Mali slechts een enkele verwijzing naar de EU-fragielestatenaanpak wordt gemaakt, zonder dat wordt aangegeven op welke wijze het Nederlandse beleid afgestemd is met het EU-beleid en/of het beleid van individuele EU-donorlanden;

constaterende dat het meerjarenplan verder voortborduurt op de plannen die er al waren op het gebied van voedsel, SRGR en rechtsstaatontwikkeling;

overwegende dat door deze aanpak het fragielestatenbeleid voor Mali onoverzichtelijk en slecht meetbaar wordt, hetgeen de regering nu juist wilde voorkomen;

verzoekt de regering, het meerjarenplan voor Mali te herzien, waarbij de gecoördineerde fragielestatenaanpak voor Mali inzichtelijk wordt gemaakt en de afstemming van beleid met de EU en de afzonderlijke lidstaten inzichtelijk wordt weergegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De Caluwé