Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 februari 2014
Tijdens de plenaire behandeling van het voorstel tot wijziging van de Wet minimumloon
en minimumvakantiebijslag (Wml) op 18 februari 2014 heb ik u de toezegging gedaan
om u voor de stemming over het wetsvoorstel op 4 maart 2014 per brief te informeren
over het onderscheid tussen een overeenkomst van opdracht en een aanneemovereenkomst.
Deze toezegging heb ik gedaan naar aanleiding van een vraag van het Kamerlid Kneppers-Heijnert
(VVD). Het Kamerlid vroeg wanneer een zelfstandige een overeenkomst van aanneming
van werk heeft in de bouw en wanneer een overeenkomst van opdracht.
Overeenkomst van aanneming van werk
De overeenkomst van aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de
aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking
een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door
de opdrachtgever te betalen prijs in geld (BW, artikel 7:750).
De wezenlijke kenmerken zijn hier:
-
a. arbeid verrichten om een stoffelijk werk tot stand te brengen;
-
b. tegen een te betalen prijs in geld;
-
c. waarbij er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
De overeenkomst van aanneming van werk is in een aparte titel (12) van boek 7 van
het BW ondergebracht. De overeenkomst tot aanneming van werk kenmerkt zich door het
feit dat er sprake is van een zogenoemde resultaatsverbintenis tegen een vooraf vastgestelde
prijs. Bij deze overeenkomst is de aannemer dus eigenlijk gericht op het bewerken
of vervaardigen van een werk van stoffelijke aard. De opdrachtgever is uiteindelijk
alleen geïnteresseerd in de (tijdige) oplevering van het door hem gevraagde werk van
stoffelijke aard.
Als het stoffelijk werk niet op de afgesproken tijd af is dan ligt het risico bij
de aannemer. De aannemer draagt ook het risico als het stoffelijk werk niet binnen
het afgesproken budget blijft, de prijs die voor het stoffelijk werk betaald moet
worden. De aannemer kan zelf bepalen hoeveel personeel hij inschakelt om het uiteindelijke
stoffelijke resultaat te behalen binnen de afgesproken tijd. Hij is daar zelf verantwoordelijk
voor.
Overeenkomst van opdracht
De overeenkomst van opdracht is een contractvorm waarbij de ene partij, de opdrachtnemer,
zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om anders dan op grond van
een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan
het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard (bijvoorbeeld verbouwing van
een huis), het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen
vervoeren van personen of zaken (BW, artikel 7:400 lid 1 BW).
De kenmerken die hierbij naar voren komen zijn:
-
a. arbeid (werkzaamheden);
-
b. niet zijnde een arbeidsovereenkomst, aanneming van werk, het bewaren van zaken, uitgeven
van werken of het (doen) vervoeren van personen of zaken.
De overeenkomst van opdracht is in feite een restcategorie: zijn de andere overeenkomsten
(arbeidsovereenkomst, overeenkomst van aanneming van werk en vervoersovereenkomst)
niet van toepassing, dan gaat het om het verrichten van arbeid op basis van een overeenkomst
van opdracht.
In de bouw komen alle vormen van het verrichten van arbeid voor: arbeidsovereenkomst,
aanneming van werk en overeenkomst van opdracht. Degene die in dienst van een ander
onder gezag voor zekere tijd arbeid verricht werkt op basis van een arbeidsovereenkomst,
degene die een werk van stoffelijke aard aanneemt en oplevert werkt op basis van een
overeenkomst van aanneming van werk, alle anderen die in de bouw werkzaam zijn werken
op basis van een overeenkomst van opdracht.
Een aannemer neemt een opdracht aan, bijvoorbeeld het bouwen van een huis (aanneming
van werk). Vervolgens schakelt hij personeel in om allerlei werkzaamheden uit te voeren.
Personen die bij hem in dienst zijn doen dat op basis van een arbeidsovereenkomst.
Anderen, die de arbeid niet persoonlijk en onder gezag verrichten zijn werkzaam op
basis van een overeenkomst van opdracht.
Uit het onderzoek naar het gebruik van de overeenkomst van opdracht aan de onderkant
van de arbeidsmarkt komt naar voren dat in de bouwsector ruim 20.000 arbeidskrachten
werkzaam waren op basis van een overeenkomst van opdracht. Ruim 80% van hen verrichtte
laaggeschoolde, uitvoerende werkzaamheden.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher