Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433622 nr. 13

33 622 Wijziging van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en enige andere wetten in verband met de stroomlijning van het door de Autoriteit Consument en Markt te houden markttoezicht

Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID DIK-FABER

Ontvangen 12 december 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel XI wordt na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

Aan artikel 6 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Op verzoek van een onderneming of een ondernemingsvereniging brengt de Autoriteit Consument en Markt een informeel, gemotiveerd advies uit over de vraag of een voorgenomen overeenkomst, besluit of onderling afgestemde feitelijke gedraging op grond van de daaraan verbonden voordelen met betrekking tot duurzame ontwikkeling, voldoet aan de vereisten van het derde lid.

Toelichting

Het is belangrijk dat duurzaamheidsinitiatieven vanuit de markt van de grond kunnen komen. Onder «duurzame ontwikkeling» als bedoeld in het voorgestelde artikel 6, vijfde lid, van de Mededingingswet wordt in ieder geval verstaan de bescherming van milieu, ecologie, dierenwelzijn en volksgezondheid. Het is belangrijk dat de mogelijke voordelen voor de gebruikers op latere leeftijd, toekomstige generaties gebruikers en de voordelen voor de samenleving als geheel worden meegewogen. Dit is in lijn met een breder welvaartsbegrip dan tot voor kort werd gehanteerd.

De mededingingsregels worden voor duurzaamheidsinitiatieven en -afspraken door het bedrijfsleven echter als knellend ervaren, terwijl de Mededingingswet wel degelijk ruimte biedt voor afspraken op het gebied van duurzaamheid en milieu. De beleidsregel Mededinging en Duurzaamheid en de Kennisbank Duurzaamheid van de ACM geven hier bijvoorbeeld richtlijnen voor.

Bedrijven zijn echter nog steeds terughoudend met dergelijke initiatieven, omdat in specifieke overeenkomsten of afspraken vaak onduidelijk is of deze zijn toegestaan volgens de vereisten van artikel 6, derde lid van de Mededingingswet. De kans op afwijzing door de ACM is aanzienlijk. Het is daarom wenselijk dat de ACM voorafgaand aan toetsing van een overeenkomst, besluit of onderling afgestemde feitelijke gedraging advies geeft aan marktpartijen. De ACM kan in dit advies aangeven of samenwerking is toegestaan. Indien samenwerking niet is toegestaan, dan geeft de ACM de mogelijkheden weer die wel zijn toegestaan in artikel 6, waarmee het publieke belang wordt gediend. De ruimte die het mededingingsrecht biedt om duurzaamheidsafspraken te maken wordt daardoor beter benut.

Dik-Faber