Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333605-XVI nr. 7

33 605 XVI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2012

Nr. 7 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 7 juni 2013

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Neppérus

De griffier van de commissie, Teunissen

Vraag 1

Wat is de doelstelling van stichting Centrum 45? Zal de minister ook in de toekomst de vervoerskosten en de niet op grond van een wettelijke regeling of ziektekostenregeling vergoede kosten van behandeling bij de stichting bekostigen? Waarom bekostigt de minister deze uitgaven?

Antwoord 1

Stichting Centrum «45 heeft zich ontwikkeld tot het landelijk expertisecentrum voor diagnostiek en behandeling van mensen met complexe psychotraumaklachten als gevolg van vervolging, oorlog en geweld. Naast de oorspronkelijke doelgroep van deelnemers aan het voormalig verzet en oorlogsslachtoffers uit WO II, diagnosticeert en behandelt Centrum '45 steeds meer mensen die door hun beroep of andere redenen zijn getraumatiseerd (bijvoorbeeld vluchtelingen).

Ook in de toekomst zullen de vervoerskosten en de niet op grond van een wettelijke regeling of ziektekostenregeling vergoede kosten ten behoeve van de eerste generatie oorlogsgtroffenen uit WO II worden bekostigd. Deze kosten worden vergoed vanuit de verantwoordelijkheid van VWS voor de zorg voor oorlogsgetroffenenen.

Vraag 2

Waarom bekostigt de minister een deel van de vergoeding in de FPU plus- en WW/BWU-regeling voor ex-werknemers van stichting 1940–1945? Is dit structureel of incidenteel?

Antwoord 2

Om te voorkomen dat het maatschappelijk werk voor de deelnemers aan het voormalig verzet in het gedrang zou kunnen komen door een steeds kleiner wordende organisatie onder invloed van de demografische ontwikkelingen (politieke belofte: zorg «tot de laatste»), is een aantal jaren geleden een gedeelte van de activiteiten van de Stichting 1940–1945 overgedragen aan andere, grotere organisaties. Als gevolg hiervan zijn een aantal werknemers die deze activiteiten uitvoerden overbodig geworden en met FPU gegaan. De kosten van deze FPU plus- en WW/BWU-regeling zijn voor rekening van de Stichting 1940–1945. VWS heeft toegezegd deze aflopende structurele kostenpost te betalen.

Vraag 3

Onder artikel 45 Jeugd wordt een ophoging van € 6,6 miljoen gemeld voor de herschikking van capaciteit en de daarmee samenhangende aflossing op leningen van twee gebouwen in het oosten van het land. Welke gebouwen betreft deze ophoging en wat is de oorzaak hiervan?

Antwoord 3

Het betreft de gebouwen Avenier Sprengen in Wapenveld en Avenier Alexandra in Zutphen. In 2011 is VWS een transitie met Jeugdzorgplus instelling Avenier overeengekomen. Er is capaciteit gesloten (locatie Alexandra en Sprengen) en deels verplaatst naar het westen van Nederland; locatie de Vaart (Sassenheim). Door deze transitie kon de zorg aan de jongeren dichter bij huis gerealiseerd worden. Instelling Avenier levert namelijk zorg aan jongeren in het westen van Nederland, maar was zelf gevestigd in het oosten van Nederland. Over de afkoop van het te sluiten vastgoed ten gevolge van deze herschikking zijn afspraken gemaakt, hieruit vloeit de aflossing van € 6,6 miljoen voort.

Vraag 4

Wat is de oorzaak van de onverwachte uitgavenmutatie 2012 als gevolg van de definitieve tegemoetkomingen oude jaren?

Antwoord 4

In de begroting 2012 stond een uitgavenraming zorgtoeslag van circa € 4.150 miljoen. In 2012 heeft de Belastingdienst circa € 5.260 miljoen uitbetaald (aan voorschotten zorgtoeslag 2012 en nabetalingen eerdere toeslagjaren) en circa € 670 miljoen ontvangen (deze zijn als slotwetmutatie opgenomen).

Per saldo is in 2012 circa € 4.590 miljoen aan zorgtoeslag uitgegeven. De werkelijke uitgaven zorgtoeslag waren daarmee in 2012 € 440 miljoen hoger dan in de begroting 2012 was opgenomen. De raming ten tijde van de begroting is gebaseerd op de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB), terwijl de realisatie gebaseerd is op de uitvoeringsgegevens van de Belastingsdienst.

Vraag 5

Kan een toelichting worden gegeven op de kosten van inbesteding van de ICT-dienstverlening voor het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)?

Antwoord 5

Het ministerie van VWS heeft de ICT-dienstverlening inbesteed bij het SCC-ICT van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het CIBG heeft zijn bijdrage in de kosten 2012 van het SSC-ICT aan het ministerie van VWS overgemaakt. Middels een mutatie bij Slotwet 2012 is deze ontvangst geboekt ten gunste van de uitgavenrekening van het ministerie van VWS om betalingen aan het SCC-ICT mogelijk te maken. Het betreft dus een mutatie van technische aard.

Vraag 6

Wat wordt bedoeld met desaldering ontvangsten ouderbijdrage ter dekking van het besparingsverlies bij het ministerie van Sociale Zaken en Wetgeving?

Antwoord 6

Desaldering is een term die gebruikt wordt om een budgetmutatie tussen de ontvangsten en uitgaven aan te geven. In 2012 zijn de ontvangsten met betrekking tot de inning ouderbijdragen ingezet (gedesaldeerd) ter dekking van het besparingsverlies Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Wet Kindgebonden budget (WKB).

De achtergrond van deze desaldering ligt in het oorspronkelijke wetsvoorstel «Verbetering positie pleegouders» (TK nr. 32529), waarin werd voorgesteld het recht op uitkeringen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Wet Kindgebonden budget (WKB) te laten vervallen als een kind uit huis wordt geplaatst. De besparing op de uitkeringslasten zou vervolgens worden ingezet ter verhoging van de pleegvergoeding. Boekhoudkundig is het oorspronkelijke wetsvoorstel tussen de departementen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en VWS verwerkt.

Mede namens de minister van SZW heeft de staatssecretaris de Kamer op 20 december 2011 (TK 32 529, C) per brief laten weten dat het verhogen van de pleegvergoeding door middel van het beëindigen van het recht op de AKW en de WKB niet haalbaar is. Omdat het ministerie van SZW nu alsnog de uitkeringen per kwartaal achteraf uitkeert, compenseert VWS ook met een kwartaal vertraging achteraf aan SZW.