Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333605-XIII nr. 10

33 605 XIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische Zaken 2012

Nr. 10 HERDRUK 1 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 7 juni 2013

De vaste commissie voor Economische Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet heeft de eer als volgt verslag uit te brengen over het onderdeel Landbouw en Natuur. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Hamer

Adjunct-griffier van de commissie, Van Bree

1

Hoeveel geld is er op de totale begroting van Economische Zaken onder de streep minder uitgegeven dan oorspronkelijk begroot, hoeveel na correctie suppletoire begrotingen en vloeit het geld dat minder is uitgegeven in zijn totaal terug naar de staatskas?

Antwoord

De totale uitgaven over 2012 zijn € 519 mln lager dan oorspronkelijk begroot. Dit is terug te vinden in de Departementale Verantwoordingsstaat op pagina 126 van het EZ-jaarverslag (TK, 33 605, nr. 1). In de Departementale suppletoire begrotingsstaat (Slotwet) van EZ (TK, 33 605 XIII, nr. 3) zijn op pagina 3 en 4 de begrotingsmutaties vanaf de oorspronkelijke begroting opgenomen.

De opbouw van de lagere uitgaven ad € 519 mln via de suppletoire begrotingen is als volgt: verhoging met + € 126,35 mln (mutatie 1e suppletoire begroting), verlaging met € 175,93 mln (mutatie 2e suppletoire begroting) en een verlaging met € 469,42 mln (Slotwetmutatie). Deze middelen gaan niet volledig terug naar de staatskas omdat via de zogenaamde Eindejaarsmarge een deel van de niet gerealiseerde uitgaven kan worden meegenomen naar het volgende begrotingsjaar. De Eindejaarsmarge is het saldo van uitgaven en ontvangsten. Een deel van de uitgaven loopt echter niet mee in de reguliere Eindejaarsmarge. Dit betreft de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE), het Innovatiefonds MKB+ en de uitgaven in het kader van HGIS (Homogene Groep Internationale Samenwerking). De totale Eindejaarsmarge voor de EZ-begroting over 2012 is in totaal uitgekomen op € 153,4 mln.

2

Klopt het dat van de beloofde bezuinigingsopbrengsten van 46 miljoen euro ten opzichte van 2010 slechts 3,3 miljoen gerealiseerd is, kunt u in een meerjarenoverzicht (vanaf 2009) aangeven welke totale reële uitgaven er aan Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zijn gedaan en dit afzetten tegen de geplande bezuinigingstaakstelling?

Antwoord

De € 3,3 miljoen waaraan u refereert is het verschil tussen de gerealiseerde bijdragen in 2010 en de gerealiseerde bijdragen in 2012 aan de baten-lastendiensten NVWA, DR, Agentschap NL, Dienst landelijk Gebied en de Rijksrederij. Voor het beoordelen of de taakstelling 2012 is gerealiseerd dient echter te worden gekeken naar het verschil tussen begroting 2012 en realisatie 2012 omdat de taakstelling voor 2012 is verwerkt in de begroting 2012.

Onderstaand overzicht geeft inzicht in de begrote en gerealiseerde baten voor de periode 2009–2012 van de NVWA. Kanttekening hierbij is dat de ontwerpbegrotingstanden geen volledig beeld geven van de geraamde uitvoeringskosten. Dit is het gevolg van de in het verleden gehanteerde planningssystematiek binnen het ministerie, waarbij de begrotingsstanden pas gedurende het begrotingsjaar op het voor de uitvoering benodigde niveau werden gebracht. Deze systematiek is inmiddels aangepast.

In het kader van de efficiencytaakstelling van het kabinet Balkenende IV is de fusie gestart van de AID, PD en VWA. Met deze fusie is een structurele besparing van circa € 50 mln per jaar beoogd. Er zijn bezuinigingsmaatregelen genomen zoals het leegmaken van kantoren en laboratoria en het laten afvloeien van personeel. Zoals aangegeven in de Ontwerpbegroting 2013, kunnen de bijbehorende personele en materiële besparingen echter minder snel worden gerealiseerd dan vooraf beoogd. Om de kosten van leegstaande kantoren en laboratoria, de kosten van ICT en kosten op het personele vlak versneld terug te brengen wordt een maatregelenpakket uitgevoerd. Ik heb u hierover geïnformeerd in mijn brief van 21 januari 2013 (TK 33 400 XIII, nr. 66). Na uitvoering van dit maatregelenpakket zijn de besparingen op de NVWA begroting structureel.

3

Hoe is te verklaren dat de uitgaven van € 325.025 op de post natuur en regio 18, € 274.375 lager zijn dan gepland? Welke exacte bedragen en posten verklaren het verschil tussen de slotwet en het jaarverslag waar de uitgaven € 358.486 minder zijn?

Antwoord

De lagere uitgaven op artikel 18 «Natuur en Regio» van € 274.375.000 heeft voornamelijk te maken met het decentraliseren van natuurmiddelen naar provincies. Op basis van het decentralisatieakkoord is in de 2e suppletoire begroting een bedrag van € 261 mln overgeheveld naar de begroting van het Provinciefonds. Op de begroting van het Provinciefonds zijn de betalingen aan de provincies verantwoord.

Het verschil tussen de lagere uitgaven in de Slotwet van € 274.375 en de lagere uitgaven in het Jaarverslag van € 358.486 wordt verklaard door het feit dat in de Slotwet het verschil wordt opgenomen tussen de stand 2e suppletoire begroting en de gerealiseerde uitgaven terwijl in het Jaarverslag het verschil tussen de vastgestelde begroting en de gerealiseerde uitgaven wordt opgenomen. Bovendien is bij het verschil in de Slotwet alleen uitgegaan van de programma-uitgaven en zijn de bijdragen aan de baten-lastendiensten niet meegenomen.

De opbouw van het verschil tussen slotwet en jaarverslag is als volgt:

Slotwetmutatie programma-uitgaven

-274.375

Mutatie 1e en 2e suppletoire begroting programma-uitgaven

-120.488

Mutaties baten-lastendiensten (1e en 2e suppletoire begroting en Slotwet)

+ 36.377

Totaal mutatie jaarverslag

-358.486

4

Verwijzen de Zeeuwse projecten van naar de Hedwigepolder en de andere projecten ter compensatie van de uitdieping van de Westerschelde en zo ja, waarom is de overschrijding ontstaan, hoe hoog is deze en waar is het aan besteed en zo nee, aan welke projecten is het dan besteed?

Antwoord

De passage over de «Zeeuwse projecten» verwijst naar activiteiten/werkzaamheden ten behoeve van de (reeds) lopende Zeeuwse projecten in het kader van het Natuurherstelpakket Westerschelde (cf. convenant Rijk-Zeeland), niet naar activiteiten/werkzaamheden in het kader van de ontpoldering van de Hedwigepolder.

Er is geen sprake van een overschrijding in kastermen. De financiële afspraken met Zeeland met betrekking tot de uitvoering van deze projecten zijn ongewijzigd. Het betreft hier louter een technische correctie binnen de EZ-begroting in verband met het overhevelen van het Westerscheldebudget naar een ander artikelonderdeel.


X Noot
1

I.v.m. een correctie in de vastgestelde datum