Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2012-201333583 nr. A

33 583 EU-voorstel: Richtlijn tegen witwassen en financiering van terrorisme COM(2013)45

A VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 8 mei 2013

De vaste commissies voor Financiën1 en voor Veiligheid en Justitie2 hebben het Europese Commissievoorstel voor een richtlijn ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (COM(2013)45)3 besproken. De leden van de fractie van PvdA hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen en opmerkingen die zijn opgenomen in de brief aan de staatssecretaris van Financiën van 9 april 2013. De leden van de fracties van de VVD en van de ChristenUnie hebben zich bij deze vragen aangesloten.

De minister van Financiën heeft op 7 mei 2013 gereageerd.

De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier voor dit verslag, Kim van Dooren

BRIEF AAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

Den Haag, 9 april 2013

De vaste commissies voor Financiën en voor Veiligheid en Justitie hebben het Europese Commissievoorstel voor een richtlijn ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (COM(2013)45)4 besproken. Naar aanleiding van het voorstel hebben de leden van de fractie van de Partij van de Arbeid de volgende vragen en opmerkingen. Deze leden hebben met belangstelling kennis genomen van het onderhavige Europese voorstel en van het BNC-fiche5 dat naar aanleiding hiervan door de regering is opgesteld. Zij hebben naar aanleiding hiervan nog de enkele vragen aan de regering. De leden van de fracties van de VVD en van de ChristenUnie sluiten zich bij onderstaande vragen aan.

Ten eerste vragen de leden van de PvdA-fractie of de concept-richtlijn naar het oordeel van de regering nog zaken bevat die niet zijn opgenomen in de aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF) in het algemeen en de aanbevelingen zoals opgenomen in het FATF evaluatierapport Nederland van 25 februari 2011 in het bijzonder. Ontbreken er zaken? Voorts vragen deze leden hoe de regering artikel 29 van het richtlijnvoorstel beoordeelt, waarin wordt gesteld dat «lidstaten er voor zorgen dat binnen hun grondgebied gevestigde rechtspersonen of juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigen (sic) inwinnen en bezitten». Ten slotte stellen de leden van de PvdA-fractie de vraag of de regering kan aangeven in welke mate en via welk instrumentarium met de introductie van deze vierde witwasrichtlijn de zorgwekkende situatie in Cyprus voorkomen had kunnen worden c.q. naar de toekomst toe kan worden bestreden.

De leden van de commissies zien uw antwoord met belangstelling en bij voorkeur binnen vier weken na dagtekening van deze brief tegemoet.

Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën P.H.J. Essers

Voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie A. Broekers-Knol

BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag,... mei 2013

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen aan de Staatssecretaris van Financiën van de leden van de PvdA-fractie over het voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe richtlijn ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Aangezien de vragen op het aandachtsgebied van de Minister van Financiën liggen, heb ik deze vragen beantwoord.

De minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Antwoorden van de minister van Financiën op de schriftelijke vragen van de PvdA-fractie over het Commissievoorstel voor een nieuwe anti-witwasrichtlijn (kenmerk 152619u, ingezonden 9 april 2013).

Vraag

Bevat de concept richtlijn naar het oordeel van de regering nog zaken die niet zijn opgenomen in de aanbevelingen van de FATF in het algemeen en de aanbevelingen zoals opgenomen in het FATF evaluatierapport Nederland van 25 februari 2011 in het bijzonder? Ontbreken er zaken?

Antwoord

Allereerst is het van belang onderscheid te maken tussen de algemeen geldende «FATF-aanbevelingen» en specifieke aanbevelingen die de FATF doet aan individuele landen in evaluatierapporten. Belangrijke aanleiding voor de Europese Commissie om een voorstel te presenteren voor een nieuwe richtlijn vormen de nieuwe FATF-aanbevelingen van februari 2012. Deze aanbevelingen vormen de wereldwijde standaard op het gebied van bestrijden en voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering. Individuele evaluaties van (EU-)landen ten aanzien van de «oude» FATF-aanbevelingen (zoals het in de vraag aangehaalde rapport over Nederland) dienen om de correcte en volledige implementatie van die werelwijde standaard in een specifiek land te bevorderen; daarin worden geen nieuwe, of aanvullende eisen gesteld.

Een belangrijk verschil tussen de algemene FATF-aanbevelingen en de concept richtlijn is dat de Commissie in haar voorstel een grotere reikwijdte voorstaat. De concept richtlijn beoogt alle aanbieders van kansspelen te reguleren in plaats van alleen (on line) casino’s. Het drempelbedrag voor grootwaardehandelaren is verlaagd van € 15.000 naar € 7.500 zodat deze ondernemers voor meer transacties onder de richtlijn zouden vallen. Anders dan in de algemene FATF-aanbevelingen worden ook aanbieders van verhuurdiensten onder de reikwijdte gebracht. Verder is in de concept richtlijn een verplichting opgenomen voor alle rechtspersonen en juridische entiteiten om zelf informatie over de eigen uiteindelijk belanghebbenden bij te houden.

Op enkele technische punten zijn in het Commissievoorstel omissies aan te wijzen ten opzichte van de algemene FATF-aanbevelingen. Zo is het cliëntenonderzoek niet verplicht gesteld in geval van bepaalde geldovermakingen. In Nederlandse wetgeving (artikel 3, vijfde lid, onderdeel g, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme) is hierin reeds voorzien na kritiek ter zake in de FATF evaluatie van Nederland van 2011. De bedoelde omissies zijn reeds gemarkeerd in de lopende onderhandelingen over het richtlijnvoorstel. De Nederlandse inzet is de richtlijn zoveel mogelijk af te stemmen op de algemene FATF-aanbevelingen.

Daarnaast worden bepaalde FATF-aanbevelingen naar hun aard niet geregeld in de richtlijn, omdat het om nationale bevoegdheden gaat. Dit betreft bijvoorbeeld de aanbevelingen op strafrechtelijk gebied, zoals de specifieke vereisten ten aanzien van de strafbaarstelling van de delicten witwassen en terrorismefinanciering en de vereisten inzake opsporing, ontneming en internationale rechtsbijstand. Ik verwijs u verder graag naar het BNC-fiche bij mijn brief aan de Tweede Kamer van 1 maart 20136 voor meer informatie over het Commissievoorstel in relatie tot de FATF-aanbevelingen.

Vraag

Hoe beoordeelt de regering artikel 29 van het richtlijnvoorstel, waarin wordt gesteld dat «lidstaten er voor zorgen dat binnen hun grondgebied gevestigde rechtspersonen of juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigden inwinnen en bezitten»?

Antwoord

De regering onderschrijft de doelstelling van de Commissie om de transparantie van rechtspersonen te verbeteren. Het kunnen vaststellen van de uiteindelijk begunstigden (in Nederlandse wetgeving en hierna geduid als uiteindelijk belanghebbenden) van rechtspersonen is een belangrijk instrument in de strijd tegen financiële criminaliteit. Dit is dan ook terecht een onderwerp dat veel aandacht heeft gekregen bij de totstandkoming van de nieuwe FATF-aanbevelingen, en naar verwachting veel aandacht zal krijgen bij de onderhandelingen over de Vierde Witwasrichtlijn. De regering heeft echter aarzelingen bij het voorgestelde artikel 29. Hoewel een verplichting zoals door de Commissie voorgesteld het cliëntenonderzoek zou kunnen vergemakkelijken doordat relevante informatie reeds beschikbaar zou zijn, is de regering er niet van overtuigd dat dit het meest effectieve instrument is om het gestelde doel te bereiken. Dit zou van een brede groep personen – bestuurders van rechtspersonen – inspanningen vergen, reeds om met deze materie vertrouwd te raken. Toezicht op de naleving zou evenzeer complex zijn. Verder zou een dienstverlener toch zelfstandig cliëntenonderzoek moeten verrichten, ongeacht of zijn cliënt zelf al beschikt over informatie over zijn uiteindelijk belanghebbende. In het kader van het cliëntenonderzoek zou de dienstverlener die informatie dus in elk geval moeten controleren. Voor het creëren van inzicht in uiteindelijk belanghebbenden van rechtspersonen ziet de regering vooralsnog dan ook meer in andere maatregelen, waaronder een centraal aandeelhoudersregister zoals aangekondigd door de Minister van Veiligheid en Justitie7.

Vraag

Kan de regering aangeven in welke mate en via welk instrumentarium met de introductie van deze vierde witwasrichtlijn de zorgwekkende situatie in Cyprus voorkomen had kunnen worden c.q. naar de toekomst toe kan worden bestreden?

Antwoord

Moneyval8 onderzoekt momenteel welke verbeteringen mogelijk zijn bij de implementatie van anti-witwas maatregelen bij Cypriotische financiële instellingen. Dit onderzoek bouwt voort op de reguliere evaluatie van Cyprus door Moneyval in 20119. In die evaluatie werden wetgeving en beleid van Cyprus in het algemeen positief beoordeeld. Vooruitlopend op de uitkomsten van het lopend onderzoek lijkt een effectievere bestrijding van witwassen in Cyprus dan ook eerder een kwestie van toezicht en uitvoering dan van wetgeving.


X Noot
1

Samenstelling Financiën:

Holdijk (SGP), Van der Linden (CDA), Terpstra (CDA), Sylvester (PvdA), Essers (CDA) (voorzitter), Witteveen (PvdA), Nagel (50PLUS), Elzinga (SP), Koffeman (PvdD), Reuten (SP), Knip (VVD), Hoekstra (CDA), Van Boxtel (D66), Backer (D66), Vos (GL), De Boer (GL), De Lange (OSF), Sent (PvdA), Postema (PvdA), Van Strien (PVV), Faber-van de Klashorst (PVV), Ester (CU), De Grave (VVD) (vice-voorzitter), Bröcker (VVD), Kok (PVV), Bruijn (VVD)

X Noot
2

«Samenstelling Veiligheid en Justitie:

Holdijk (SGP), Broekers-Knol (VVD) (voorzitter), Kneppers-Heijnert (VVD), Kox (SP), Engels (D66), Franken (CDA), Thissen (GL), Nagel (50PLUS), Ruers (SP), Van Bijsterveld (CDA) (vice-voorzitter), Duthler (VVD), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Quik-Schuijt (SP), Strik (GL), K.G. de Vries (PvdA), Knip (VVD), Hoekstra (CDA), Lokin-Sassen (CDA), Scholten (D66), De Boer (GL), De Lange (OSF), Ter Horst (PvdA), Beuving (PvdA), Koole (PvdA), Schrijver (PvdA), Reynaers (PVV), Popken (PVV), Frijters-Klijnen (PVV), Swagerman (VVD)

X Noot
3

Dossier E130009 op www.europapoort.nl ; het COM-document is als bijlage bij dit verslag opgenomen.

X Noot
4

Dossier E130009 op www.europapoort.nl

X Noot
5

Kamerstukken II 2012–2013, 22 112, nr. 1578

X Noot
6

Kamerstukken II,2012/13, 22 112, nr. 1578.

X Noot
7

Kamerstukken II 2012/13, 32 608, nr. 4.

X Noot
8

Moneyval is een expert commissie van de Raad van Europa opgericht met als doel om te verzekeren dat lidstaten beschikken over effectieve methodes om witwassen en financiering van terrorisme tegen te gaan.

X Noot
9

Moneyval, Report on fourth assessment visit of Cyprus – 27 September 2011 (http://www.coe.int/t/dghl/monitoring/moneyval/Evaluations/round4/CYP4_MER_MONEYVAL(2011)2_en.pdf ).