Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333579 nr. 9

33 579 Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enige andere wetten in verband met fraudeaanpak door gegevensuitwisselingen en het effectief gebruik van binnen de overheid bekend zijnde gegevens

Nr. 9 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 20 augustus 2013

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Het in artikel I, onderdeel G, voorgestelde artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het derde lid komt te luiden:

3. Ingeval twee of meer van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen en personen besluiten tot deelname aan een samenwerkingsverband zijn deze bestuursorganen en personen verplicht de noodzakelijke gegevens, bedoeld in het tweede lid, te verstrekken aan de in het samenwerkingsverband deelnemende bestuursorganen en personen.

b. Na het derde lid worden twee leden toegevoegd, luidende:

4. In afwijking van het derde lid worden de noodzakelijke gegevens, bedoeld in het tweede lid, aan Onze Minister verstrekt indien een verzoek als bedoeld in artikel 65, eerste lid, is gedaan.

5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het samenwerkingsverband, bedoeld in het tweede lid.

2

Het in artikel I, onderdeel H, voorgestelde artikel 65, achtste lid, komt te luiden:

8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het bepaalde in dit artikel. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op:

a. het samenwerkingsverband;

b. de voorwaarden voor het verzoek, bedoeld in het eerste lid;

c. de wijze waarop de gegevens ten behoeve van het systeem risico indicatie worden verstrekt en de gegevens die in het systeem worden verwerkt;

d. het aanwijzen van een bewerker;

e. de taak van de bewerker waaronder het versleutelen van de in het tweede lid genoemde gegevens voor het uitvoeren van een risicoanalyse in het systeem risico indicatie zodanig dat de gegevens niet meer identificeerbaar zijn tot een natuurlijke persoon;

f. de analyse van de gegevens door Onze Minister;

g. de wijze waarop de verstrekking van gegevens uit het systeem risico indicatie plaatsvindt;

h. een door Onze Minister uit te voeren evaluatie naar aanleiding van de ontvangen terugkoppelingen, bedoeld in het zesde lid.

3

Na artikel XIIID worden elf nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XIIIE

In artikel 3.8f van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen wordt «artikel 1.48, eerste lid,» vervangen door «artikel 1.48, eerste en tweede lid,», wordt «1 juli 2013» vervangen door «het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 1.48, zesde lid, » en wordt «op 1 januari 2018» vervangen door: vier jaar na dat tijdstip.

ARTIKEL XIIIF

Indien de Wet basisregistratie personen eerder in werking treedt dan deze wet, komen de artikelen II tot en met IV, VII tot en met X, XII en XIII te luiden:

II

In de Toeslagenwet wordt na artikel 15b een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 15c

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een toeslag bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de toeslag aan de persoon, aan wie de toeslag is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de toeslag op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

III

In de Werkloosheidswet wordt in hoofdstuk II, paragraaf 3, na artikel 30 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 30a

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering bij het UWV een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het UWV hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het UWV de betaling van de uitkering aan de persoon, die recht heeft op de uitkering, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het UWV de betaling de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

IV

In de Wet arbeid en zorg wordt na artikel 3:14 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3:14a Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering aan de persoon, die recht heeft op de uitkering, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de toeslag op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

VII

In de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen wordt in hoofdstuk 5 na artikel 33 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 33a. Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering bij het UWV een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het UWV hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het UWV de betaling van de uitkering aan de persoon, die recht heeft op de uitkering, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het UWV de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

VIII

Artikel 52 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering komt te luiden:

Artikel 52

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering aan de persoon, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

IX

In de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt na artikel 55a een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 55b. Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering aan de persoon, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort uit Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

X

De Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 2:55 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2:55a Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een inkomensvoorziening bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de inkomensvoorziening aan de persoon, aan wie de inkomensvoorziening is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort uit Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de inkomensvoorziening op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

B

Na artikel 3:47 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3:47a Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de inkomensvoorziening aan de persoon, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort uit Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

XII

In de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt in paragraaf 8.2 na artikel 69 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 69a Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering bij het UWV een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het UWV hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het UWV de betaling van de uitkering aan de persoon, aan wie de uitkering is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het UWV de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

XIII

Artikel 42 van de Ziektewet komt te luiden:

Artikel 42

1. Is van de aanvrager of ontvanger van ziekengeld bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van het ziekengeld aan de persoon, aan wie het ziekengeld is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van het ziekengeld op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

ARTIKEL XIIIG

Indien de Wet basisregistratie personen later in werking treedt dan deze wet komt artikel 15c van de Toeslagenwet te luiden:

Artikel 15c

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een toeslag bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de toeslag aan de persoon, aan wie de toeslag is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de toeslag op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

ARTIKEL XIIIH

Indien de Wet basisregistratie personen later in werking treedt dan deze wet komt artikel 30a van de Werkloosheidswet te luiden:

Artikel 30a

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering bij het UWV een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het UWV hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het UWV de betaling van de uitkering aan de persoon, die recht heeft op de uitkering, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het UWV de betaling de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

ARTIKEL XIIII

Indien de Wet basisregistratie personen later in werking treedt dan deze wet komt artikel 3:14a van de Wet arbeid en zorg te luiden:

Artikel 3:14a Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering aan de persoon, die recht heeft op de uitkering, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de toeslag op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

ARTIKEL XIIIJ

Indien de Wet basisregistratie personen later in werking treedt dan deze wet komt artikel 33a van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen te luiden:

Artikel 33a. Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering bij het UWV een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het UWV hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het UWV de betaling van de uitkering aan de persoon, die recht heeft op de uitkering, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het UWV de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

ARTIKEL XIIIK

Indien de Wet basisregistratie personen later in werking treedt dan deze wet komt artikel 52 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering te luiden:

Artikel 52

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering aan de persoon, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

ARTIKEL XIIIL

Indien de Wet basisregistratie personen later in werking treedt dan deze wet komt artikel 55b van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen te luiden:

Artikel 55b. Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering aan de persoon, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort uit Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

ARTIKEL XIIIM

Indien de Wet basisregistratie personen later in werking treedt dan deze wet wordt de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2:55a komt te luiden:

Artikel 2:55a Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een inkomensvoorziening bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de inkomensvoorziening aan de persoon, aan wie de inkomensvoorziening is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort uit Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de inkomensvoorziening op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

B

Artikel 3:47a komt te luiden:

Artikel 3:47a Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de inkomensvoorziening aan de persoon, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort uit Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

ARTIKEL XIIIN

Indien de Wet basisregistratie personen later in werking treedt dan deze wet komt artikel 69a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen te luiden:

Artikel 69a Opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming

1. Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering bij het UWV een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het UWV hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het UWV de betaling van de uitkering aan de persoon, aan wie de uitkering is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het UWV de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

ARTIKEL XIIIO

Indien de Wet basisregistratie personen later in werking treedt dan deze wet komt artikel 42 van de Ziektewet te luiden:

Artikel 42

1. Is van de aanvrager of ontvanger van ziekengeld bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken.

2. Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van het ziekengeld aan de persoon, aan wie het ziekengeld is toegekend, op.

3. De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

4. Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van het ziekengeld op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen.

Toelichting

Deze nota van wijziging bevat enkele nadere wijzigingen die een verduidelijking opleveren die noodzakelijk bleek bij de voorbereiding van de lagere regelgeving.

Voorts zijn artikelen aangepast aan reeds tot stand gekomen wetgeving.

Onderdelen 1 en 2

De tekst van artikel 64, derde lid en het nieuwe vierde lid verduidelijkt dat ook voor de inzet van SyRI sprake moet zijn van een samenwerkingsverband. Op basis van de oude wettekst zouden daar misverstanden over kunnen ontstaan. De toelichting was op dit punt wel voldoende duidelijk. Aan artikel 64 is een vijfde lid toegevoegd met daarin een delegatiegrondslag om bij algemene maatregel van bestuur regels te kunnen stellen met betrekking tot het samenwerkingsverband.

De delegatiegrondslag in artikel 65, achtste lid, is aangepast om meer recht te doen aan het advies van het College bescherming persoonsgegevens (Cbp) inhoudende om bij algemene maatregel van bestuur te regelen welke soorten van regels mogen worden verwerkt, de categorieën die het betreft en de omstandigheden waaronder dit gebeurt en verder wordt met het aangepaste achtste lid tegemoet gekomen aan het advies van het Cbp ten aanzien van de dataminimalisatie. In hoofdstuk 4 van de memorie van toelichting was reeds aangegeven dat het advies van het Cbp is opgevolgd door aanpassing van de memorie van toelichting. Zekerheidshalve is ervoor gekozen om ook op wetsniveau nader uiteen te zetten op welke aspecten de algemene maatregel van bestuur betrekking heeft. In de algemene maatregel van bestuur zal in ieder geval ook geregeld moeten worden dat de partijen die om de inzet van SyRI hebben verzocht aan de Minister terugkoppelen wat er met de risicomelding is gebeurd. Deze informatie is waardevol omdat op basis van die informatie het risicomodel eventueel kan worden aangepast/verder kan worden verfijnd.

Verder is gebleken dat in de wettekst (en de memorie van toelichting) abusievelijk de onjuiste term «anonimiseren» werd gehanteerd terwijl «pseudonimiseren» bedoeld was. Immers, pseudonimiseren houdt in dat identificerende gegevens kunnen worden vervangen door versleutelde gegevens. Met behulp van de sleutel kunnen de gegevens vervolgens weer worden teruggebracht tot identificeerbare gegevens. Dit in tegenstelling tot anonimiseren waarbij het niet meer mogelijk is om de gegevens terug te brengen tot identificeerbare gegevens. In het achtste lid is de term «anonimiseren» daarom geschrapt en is gekozen voor de omschrijving «het versleutelen van de in het tweede lid bedoelde gegevens voor het uitvoeren van een risicoanalyse in het systeem risico indicatie zodanig dat de gegevens niet meer identificeerbaar zijn tot een natuurlijke persoon». Waar in de memorie van toelichting de term «anonimiseren» wordt gebruikt, dient «pseudonimiseren» te worden gelezen.

Onderdeel 3

Artikel XIIIE

Artikel 1.48, zesde lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, zoals dit komt te luiden met ingang van 1 januari 2014 (Staatsblad 2013, 253 en 254), bepaalt dat aan de inschrijving van een buitenlandse kinderopvangvoorziening in het register buitenlandse kinderopvang door de minister een ingangsdatum en einddatum wordt verbonden. Het voornemen is om deze einddatum te bepalen op vier jaar na de ingangsdatum van de inschrijving van de buitenlandse kinderopvangvoorziening in het register buitenlandse kinderopvang. Bij de indiening van het wetsvoorstel voor de Wijzigingswet kinderopvang 2013 (Kamerstukken II 2012/13, 33 538, nr. 3) werd er vanuit gegaan dat het wetsvoorstel in werking zou treden op 1 juli 2013. Om die reden is deze datum genoemd in artikel 3.8f. Bij de uitwerking van de lagere regelgeving in verband met het wetsvoorstel bleek echter dat voor de regelgeving met betrekking tot het register buitenlandse kinderopvang meer tijd nodig was en is besloten uit te gaan van een inwerkingtredingdatum van 1 januari 2014. Daarbij is verzuimd de datum in artikel 3.8f aan te passen. Met de onderhavige aanpassing wordt hierin voorzien. Omdat in het Besluit tot wijziging van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en het Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk wordt bepaald dat de inschrijving maximaal vier jaar zal zijn, wordt voorgesteld die termijn ook in artikel 3.8f op te nemen.

Artikel XIIIF tot en met XIIIO

Op grond van de Wet basisregistratie personen (Wbrp), die de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens vervangt, wordt de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens vervangen door de basisregistratie personen. In verband hiermee is terminologische aanpassing van de artikelen II, III, IV, VII, VIII, IX, X, XII en XIII noodzakelijk. De nieuwe artikelen in onderdeel 3 regelen dat na de inwerkingtreding van de Wbrp de term «gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens» wordt vervangen door «basisregistratie personen». Daarbij is nodig een onderscheid te maken tussen de omstandigheid, dat de Wbrp eerder in werking treedt dan deze wet dan wel later in werking treedt.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher