Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juni 2026
Op 13 mei 2026 heeft het Kabinet het verzoek ontvangen van de vaste commissie voor
Volksgezondheid, Welzijn en Sport om te reageren op een ingezonden brief omtrent het
huisartsentekort in de regio Drenthe. Middels deze brief reageert het kabinet op dit
verzoek.
In de ingezonden brief wordt een belangrijk knelpunt binnen de huisartsenzorg geagendeerd,
namelijk het tekort aan huisartsen in bepaalde regio’s. Het kabinet deelt het uitgangspunt
van de indiener dat iedere inwoner van Nederland toegang moet hebben tot een vaste
huisarts in de buurt. Landelijk bezien is het aantal huisartsen toereikend, maar in
verschillende regio’s staat de toegankelijkheid van huisartsenzorg onder druk. Ten
eerste blijkt het een uitdaging om huisartsen te stimuleren te werken met een vaste
patiëntenpopulatie. Ten tweede blijkt dat niet alle huisartsen evenredig over het
land verspreid zijn. Hierdoor kan niet iedere inwoner zich inschrijven bij een vaste
huisarts.
In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)1 zijn daarom landelijke afspraken gemaakt over de toegankelijkheid en continuïteit
van huisartsenzorg. Onderdeel van de afspraken is dat zorgverzekeraars met gericht
financieel maatwerk daar gaan investeren waar de druk op de huisartsenzorg het grootst
is. Daarmee bouwen we door op goede voorbeelden in verschillende regio’s waarbij huisartsen
in samenwerking met regionale huisartsorganisaties, gemeenten en zorgverzekeraars
om continuïteit van huisartsenzorg te borgen, zoals bijvoorbeeld het initiatief Polderdokter2. Deze inzet sluit tevens aan bij de initiatiefnota van het lid Bushoff3, waarin wordt gewezen op het belang van voldoende vaste huisartsen in alle regio’s
en op de noodzaak om regionale verschillen in toegankelijkheid van huisartsenzorg
te verkleinen.
Bovendien zet het kabinet samen met partijen stevig in op een betere spreiding van
huisartsen over het land. Onderdeel van het AZWA is de afspraak om de mogelijkheden
te onderzoeken om actiever te sturen op de spreiding van huisartsen over het land
(afspraak D3.5). In dit kader verkent het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport samen met veldpartijen en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
welke knelpunten en kansrijke beleidsmaatregelen bestaan om de regionale spreiding
van huisartsen te verbeteren. Daarbij wordt gekeken naar verschillende fases, van
instroom in de geneeskundeopleiding tot vestiging als huisarts. De Kamer wordt in
het derde kwartaal van 2026 geïnformeerd over de uitkomsten van deze verkenning, waarmee
het kabinet ook uitvoering geeft aan de motie Wiersma4.
Samen met veldpartijen ziet het kabinet het als zijn verantwoordelijkheid om te borgen
dat huisartsenzorg in alle regio’s toegankelijk blijft. Het kabinet waardeert signalen
uit de praktijk, zoals die van de indiener van deze brief, dan ook zeer. Deze signalen
onderstrepen het belang van blijvende inzet voor toegankelijke huisartsenzorg in alle
regio’s van Nederland.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans