Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 mei 2026
Op de gevel van een huisartsenpraktijk in Rotterdam hangt een scherm. Het is goed
te zien vanaf de straat. Op dat scherm verscheen in maart een videoclip. Het liedje
uit de clip heeft als titel: «Boom, Boom, Tel Aviv». Een van de strofen uit het liedje
luidt: «But humanity never expected good behavior from you Jews». De Telegraaf kopte: «Huisartsenpost Rotterdam verheerlijkt bombardement op Israëlische
burgers». De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport vroeg om een reactie
op dit krantenartikel.
Dit bericht roept afschuw op bij het kabinet. De vertoning van een dergelijke videoclip
op de gevel van een huisartsenpraktijk vindt het kabinet volkomen onacceptabel. Het
kan een drempel opwerpen voor Rotterdammers om zich welkom te voelen als patiënt in
de huisartsenpraktijk. Daarnaast hebben het bombarderen van Tel Aviv en een hatelijke
boodschap over Joden niets te maken met huisartsenzorg.
In deze brief wordt toegelicht welke instanties een rol hebben in opsporings- of toezichtsonderzoek.
Er is een opsporingsonderzoek opgestart onder leiding van het Openbaar Ministerie.
Na afronding van dit onderzoek naar strafbare feiten zal de officier van justitie
beslissen wat de volgende stap is.
Daarnaast heeft Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Rotterdam een toezichtsonderzoek
opgestart. Voor het plaatsen van een scherm aan een gevel is op grond van de Omgevingswet
een vergunning vereist. Een dergelijke vergunning blijkt echter niet aangevraagd te
zijn voor het scherm op deze huisartsenpraktijk.
Tot slot is ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd op de hoogte van signalen over
deze situatie en betrekt deze binnen haar toezicht op de kwaliteit en veiligheid van
de zorg. Huisartsen moeten zich houden aan de gedragscode van Artsenfederatie KNMG.
Die gedragscode is een leidraad voor het handelen van artsen en maakt deel uit van
de professionele standaard. De gedragscode is tot stand gekomen in nauw overleg met
artsen, experts en andere stakeholders, zoals de Patiëntenfederatie Nederland.1 De gedragscode bestaat uit vijftien kernregels.
Twee daarvan zijn hier relevant:
Kernregel 2: Als arts draag je bij aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van
de gezondheidszorg. Je behandelt iedereen in gelijke gevallen gelijk en in ongelijke
gevallen ongelijk, en je discrimineert dan ook niet.
Dit betekent dat een huisarts ervoor moet zorgen dat patiënten zich veilig en welkom
voelen in de praktijk. De praktijk moet toegankelijk zijn voor iedere patiënt, ongeacht
diens godsdienst, afkomst of politieke gezindheid.
Kernregel 8: Als arts blijf je binnen de grenzen van je eigen kennen en kunnen. Je
onthoudt je van handelingen en uitingen die daarbuiten liggen.
Kernregel 8 van de gedragscode geldt ook voor publieke uitingen.2 In de toelichting bij deze kernregel is opgenomen dat dit geldt voor uitingen zowel
binnen de spreekkamer als voor uitingen daarbuiten, zoals in de media of in het maatschappelijk
debat. Een arts heeft daarbij de verantwoordelijkheid om bij de eigen expertise te
blijven en zich te onthouden van uitingen die buiten de eigen kennis en kunde vallen.
De artsen-titel legt nu eenmaal gewicht in de schaal. In het algemeen wordt meer waarde
toegekend aan een uitspraak van een arts vanuit diens professionele deskundigheid,
zeker als die op zijn eigen werkterrein ligt. Het is daarom dat een arts zorgvuldig
moet omgaan met (persoonlijke) uitingen en het verspreiden van informatie. De gedragscode
is een leidraad van de beroepsgroep zelf en artsen kunnen daarop terugvallen en de
gedragscode als ruggensteun gebruiken. Ook de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg
kunnen de gedragscode betrekken bij het toetsen van het handelen van een arts, ongeacht
of een arts lid is van de KNMG. Overigens geldt de gedragscode voor alle artsen die
in het BIG-register zijn opgenomen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans