Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433566 nr. 69

33 566 Financieel en sociaal-economisch beleid

Nr. 69 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2014

In deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van de sectorplannen. Inmiddels zijn alle 37 aanvragen uit het eerste tijdvak beoordeeld en zijn veel sectorplannen goedgekeurd en in uitvoering genomen.

Het beschikbare plafond voor het eerste tijdvak (200 miljoen euro) is opgehoogd omdat het aantal kwalitatief sterke aanvragen voor cofinanciering boven verwachting lag. Er is voor een totaalbedrag van ruim 230 miljoen euro goedgekeurd. Het tweede tijdvak sluit op 31 mei 2014, waarvoor wederom 200 miljoen beschikbaar is.

Om het opstellen van sectorplannen te stimuleren en belemmeringen weg te nemen heeft de Stichting van de Arbeid het Actieteam Crisisbestrijding ingesteld. Het Actieteam Crisisbestrijding speelt een belangrijke rol bij het aanjagen en ondersteunen van initiatieven. Een groot aantal sectoren en regio’s voert overleg met leden en ondersteuners van het Actieteam. SZW biedt regio’s en sectoren die een aanvraag overwegen de mogelijkheid om in adviesgesprekken voornemens en vragen rond de regeling te bespreken.

De tot nog toe goedgekeurde plannen omvatten een breed scala aan maatregelen, van scholing en omscholing tot het overdragen van kennis en ervaring door oudere werknemers op nieuwe werknemers die dankzij de cofinanciering kunnen worden aangenomen. Zo raken de plannen in totaal circa 185 duizend medewerkers, waaronder circa 17.500 extra leerwerkbanen.

Uw Kamer zal regelmatig updates van de stand van zaken ontvangen; voorzien wordt in een aantal quick scans van de resultaten en overeenkomstig de regeling, zal deze in 2016 worden geëvalueerd.

Hieronder informeer ik uw Kamer in detail over de voortgang van de sectorplannen.

Aanleiding en doel van de sectorplannen

Het gaat iets beter met de economie, maar vooralsnog blijft de werkloosheid op een onacceptabel hoog niveau. Dit is voor het Kabinet een punt van zorg en aandacht. Werkloosheid is zeer ingrijpend in het leven van mensen. Het hebben van een baan is voor mensen meer dan het hebben van inkomen. Een baan biedt mensen een sociaal netwerk, zelfvertrouwen en de mogelijkheden tot ontplooiing. Het Kabinet zet dan ook alles op alles om met sociale partners te werken aan het terugdringen van de werkloosheid.

Een hoge werkloosheid betekent niet dat er geen kansen zijn op de arbeidsmarkt. De dynamiek op de arbeidsmarkt is nog steeds hoog. In 2013 waren er 844.000 mensen die een baan vonden en 242.000 mensen die van baan verwisselden1. Daarnaast waren er 245.000 mensen die vanuit een WW-uitkering een baan vonden. Het is daarom belangrijk om te blijven inzetten op het voorkomen van werkloosheid door mensen naar een andere baan te begeleiden, mensen goed geschoold te houden en jongeren kansen te bieden op een leerwerkplek. Daardoor kunnen de vacatures die ontstaan zo snel mogelijk vervuld worden.

In het Sociaal Akkoord van 11 april 2013 hebben Kabinet en sociale partners afspraken gemaakt die de Nederlandse arbeidsmarkt bestand moeten maken voor de uitdagingen van de toekomst. Onderdeel van die afspraken betreft de cofinanciering van sectorplannen.

Sociale partners hebben in het Sociaal Akkoord aangegeven zich in te zetten om op korte termijn een verdere oploop van de werkloosheid te voorkomen. Door middel van sectorplannen streven zij naar het behouden van onmisbare vakkrachten voor de sector, mensen die hun baan verliezen naar een andere baan te begeleiden en jongeren een kans te geven op de arbeidsmarkt via een leerwerkplek.

Daarnaast moeten sectorplannen bijdragen aan duurzame inzetbaarheid van werknemers en een betere werking van de arbeidsmarkt binnen en/of tussen sectoren, ook op langere termijn. Dit door mensen geschoold en gezond te houden en waar nodig mobiel te kunnen laten zijn op de arbeidsmarkt.

  • Op de korte termijn is het doel de crisis te overbruggen. Achterliggende gedachte is dat de forse vraaguitval in sommige sectoren tot aanzienlijke aanpassingen op de arbeidsmarkt leidt met de onnodige aanpassingskosten tot gevolg en dat de sectorplannen er voor kunnen zorgen dat gezonde sectoren deze aanpassingen kunnen verzachten en daarmee onnodige aanpassingenkosten kunnen voorkomen. Mensen kunnen daardoor aan het werk blijven.

  • Op langere termijn is het doel om het functioneren van de arbeidsmarkt te versterken. Doordat sociale partners hun rol bij het arbeidsmarktbeleid vergroten kan de werking van de arbeidsmarkt worden verbeterd. Door middel van de cofinanciering van sectorplannen worden sociale partners gestimuleerd om dit te doen. Achterliggende gedachte is dat als werkgevers en werknemers een grotere rol voor de arbeidsmarkt nemen daardoor de match tussen vraag en aanbod ook beter wordt met als gevolg: mensen werken langer door; mensen vallen minder uit, mensen belanden minder in de WW, stromen vaker door naar werk in andere sectoren en komen vaker uit het beroepsonderwijs met een opleiding die naadloos aansluit bij wat nodig is voor het bedrijfsleven.

In het Sociaal Akkoord is afgesproken dat het Kabinet door cofinanciering van sectorplannen ondersteuning zal bieden bij deze inspanningen van sociale partners.

Op 19 juni 2013 heb ik u geïnformeerd over de contouren van de regeling, die vervolgens in augustus openbaar werd, waarna het eerste tijdvak per 1 oktober 2013 werd opengesteld.

De uitdagingen waar sociale partners mee te maken hebben verschillen per sector of regio. Daarom is gekozen voor een maatwerkaanpak. Sectoren of regio’s moeten op basis van een analyse van de arbeidsmarkt vaststellen wat de belangrijkste knelpunten zijn. Op basis daarvan zetten zij met een aantal maatregelen gericht in op het oplossen van deze knelpunten.

Het stimuleren van de totstandkoming van sectorplannen

Om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden en werkloosheid zoveel mogelijk te voorkomen, onder andere door de inzet van van-werk-naar-werk-trajecten, heeft de Stichting van de Arbeid het Actieteam Crisisbestrijding ingesteld. Het Actieteam Crisisbestrijding stimuleert het opstellen van sectorplannen en doet voorstellen om belemmeringen op te lossen.

Sectoren en regio’s die overwegen een plan in te dienen, worden indien nodig door het Actieteam op weg geholpen. Ook informeert het Actieteam Crisisbestrijding het publiek over de toegekende plannen en de lopende initiatieven, opdat de diverse partijen met elkaar in contact kunnen komen. Dit niet alleen met de website van het Actieteam Crisisbestrijding van de Stichting van de Arbeid: http://www.stvda.nl/nl/thema/actieteam-crisisbestrijding.aspx maar ook door het bij elkaar brengen van partijen, ook regionale en landelijke partijen, in bijeenkomsten. In haar periodieke voortgangsrapportage geeft de Stichting van de Arbeid meer inzicht in de activiteiten en resultaten van het Actieteam, zie bijvoorbeeld de rapportage die ik uw Kamer 21 mei jongstleden heb aangeboden.

Om sectoren en regio’s op weg te helpen bij het opstellen van een goed sectorplan heb ik een aantal hulpmiddelen beschikbaar gesteld, zoals een «menukaart» met voorbeelden van instrumenten. Ook hebben sectoren in de voorfase van het formeel indienen van een sectorplan een of meer adviesgesprekken kunnen hebben met het Ministerie van SZW over hoe hun plan kansrijk te maken binnen de regeling. Veel sectoren hebben hier ook gebruik van gemaakt. In lijn met de motie van de leden van Nieuwehuizen-Wijbenga en Heerma en mijn toezegging aan uw Kamer tijdens de begrotingsbehandeling, is ook gesproken met de vertegenwoordigers van innovatieve decentrale initiatieven uit Brabant, waaronder ACE. Hierbij zijn de mogelijkheden voor het indienen van een sectorplan verkend en is meegedacht hoe belemmeringen kunnen worden weggenomen. Dit heeft vooralsnog niet tot een aanvraag geleid.

Arbeidsmarktanalyses vormen de basis voor de sectorplannen. Veel sectoren maken gebruik van de sectorbeschrijvingen die UWV publiceert. Deze sectorbeschrijvingen, een initiatief van sociale partners, VNG/gemeenten, UWV en het Samenwerkingsverband Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), bieden een actueel beeld van de tekorten en overschotten op de arbeidsmarkt per sector.

Sectorplannen eerste tijdvak

De eerste periode om een aanvraag in te dienen voor cofinanciering liep van 1 oktober tot en met 31 december 2013. Gedurende deze periode zijn er in totaal 37 plannen ingediend, het merendeel in de laatste twee weken van de indieningsperiode.

De plannen zijn door het Agentschap SZW beoordeeld. Daarbij is onder andere gekeken of de doelen SMART zijn geformuleerd, of de voorgestelde maatregelen aansluiten op de knelpunten op de arbeidsmarkt van de betreffende sector of regio en of de aanwending van middelen effectief en efficiënt is.

In de eerste tranche zijn nu 24 plannen goedgekeurd voor een totaalbedrag van ruim 231 miljoen euro aan cofinanciering (zie onderstaand overzicht). De sectoren leggen daar minimaal eenzelfde bedrag bij. De goedgekeurde plannen hebben meestal betrekking op een sector, zoals de Bouw en Infra en de Procesindustrie. In een aantal gevallen betreft het een regionaal plan, zoals bij de Stedendriehoek en Noord-Veluwe. Meer informatie over de inhoud van de goedgekeurde plannen staat op de site van het Actieteam Crisisbestrijding van de Stichting van de Arbeid in samenwerking met mijn ministerie. Hierop is per goedgekeurd plan een samenvatting op hoofdlijnen te vinden en een factsheet met daarin onder andere een overzicht van de maatregelen, het aantal deelnemers, de cijfers en contactgegevens van de hoofdaanvrager (http://www.stvda.nl/nl/thema/actieteam-crisisbestrijding/goedgekeurde-sectorplannen.aspx)2.

Tabel 1. Overzicht toegekende aanvragen eerste tijdvak
 

Sector

Toegekende co-financiering

(in 1.000 euro’s)

1

Bouw & Infrastructuur

57.721

2

Uitzendbranche

1.565

3

Welzijn & Jeugdzorg & Kinderopvang

8.589

4

Procesindustrie

10.114

5

Schilders & Onderhoud en Afbouw

7.785

6

Beroepsgoederenvervoer – Transport

15.653

7

Primair Onderwijs

10.933

8

ICT

4.744

9

Hoveniers

1.192

10

Stedendriehoek (regio)

4.948

11

Metaalbewerking

17.267

12

Carrosserie

2.374

13

Meubelindustrie

2.013

14

Drechtsteden Maritiem (regio)

1.479

15

Twente logistiek (regio)

126

16

Installatie

18.779

17

Dakdekkers

4.126

18

Mode en Textiel

294

19

Mobiliteitsbranche/Motorvoertuigenbranche

10.242

20

Thuiszorg, verpleging, verzorging (VVT)

32.500

21

Zorg Achterhoek (regio)

1.270

22

Zorg Haaglanden (regio)

4.868

23

Zorg Brabant (regio)

9.957

24

Zorg Twente (regio)

2.587

 

Totaal

231.127

Er moet nog één plan definitief uitsluitsel krijgen. Er zijn drie plannen afgewezen omdat ze onvoldoende aansloten bij de vereisten van de regeling. Tien sectoren of regio’s hebben besloten hun aanvraag in te trekken. Vaak omdat is gebleken dat ideeën van de sectoren nog onvoldoende uitgewerkt waren. De meeste sectoren die hebben besloten het plan in te trekken, dienen naar verwachting in de tweede indieningsperiode alsnog een sectorplan in.

Beoogde resultaten

De ingediende plannen bevatten veel verschillende maatregelen die knelpunten op de regionale of sectorale arbeidsmarkt moeten oplossen. De maatregelen in de sectorplannen hebben concreet betrekking op:

  • Banen (bijvoorbeeld het realiseren van extra leerwerkplekken voor jongeren, of het behoud van oudere vakkrachten, of een combinatie van beide)

  • Van werk naar werk (bijvoorbeeld begeleiden van werknemers naar andere sectoren)

  • Scholing (omscholing, of bijscholing van werkenden)

  • Innovatie (ontwikkelen van nieuw aanpakken)

Door het uitvoeren van arbeidsmarktmaatregelen voor werknemers in sectoren en/of regio’s worden de concrete targets die in het sectorplan zijn benoemd om de specifieke arbeidsmarktknelpunten van de sector of regio op te lossen, gerealiseerd.

Grafiek 1 geeft een beeld van het beoogde bereik van de maatregelen in termen van deelnemers3 en het budgettaire beslag. Grafiek 2 geeft een overzicht van het aantal deelnemers per maatregel. In totaal zijn er ruim 185 duizend mensen die «geraakt» worden door de maatregelen in de sectorplannen. De meeste deelnemers volgen (toekomstgerichte) scholing om vakspecifieke beroepsvaardigheden op te doen, om instroom mogelijk te maken of om werkloosheid te voorkomen. Daarnaast nemen veel mensen deel aan maatregelen gericht op het bevorderen van de gezondheid en op maatregelen die de arbeidsmobiliteit stimuleren. Kijkend naar de maatregelen ter bevordering van de instroom, dan gaat het voornamelijk om het scheppen van extra leerwerkplekken. Er worden de komende twee jaar ongeveer 17.500 extra leerwerkplekken (BBL) gecreëerd met behulp van cofinanciering van sectorplannen.

Gemeten naar het budgettaire beslag, worden de meeste middelen ingezet voor het vergroten van de instroom. Het betreft hier meestal cofinanciering om extra leerwerkplekken te creëren voor jongeren of om kwetsbare werknemers in dienst te nemen. Daarnaast gaan veel middelen naar (toekomstgerichte) scholing.

In het begrotingsakkoord 2014 is afgesproken dat een derde van het budget voor de sectorplannen wordt ingezet voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid. In het totaal wordt in de sectorplannen naar schatting voor 47% aan de bestrijding van jeugdwerkloosheid uitgegeven4.

Grafiek 1 Overzicht maatregelen eerste tijdvak naar deelnemers en budgettair beslag

Grafiek 1 Overzicht maatregelen eerste tijdvak naar deelnemers en budgettair beslag

Grafiek 2 Overzicht aantal deelnemers naar maatregel

Grafiek 2 Overzicht aantal deelnemers naar maatregel

Uitvoering

Uit navraag bij sectoren blijkt dat de toegekende plannen in verschillende stadia van uitvoering verkeren. Een aantal sectoren geeft aan mensen met diverse maatregelen geholpen te hebben, andere plannen die onlangs goedgekeurd zijn, verkeren nog in de fase van het inregelen van de uitvoering en aanbesteding van trajecten.

De sectoren en regio’s waarvan de uitvoering loopt, geven aan dat de realisatie per maatregel uiteenloopt. De eerste indruk is dat er maatregelen zijn die het bovenverwachting goed doen, zoals toekomstgerichte scholing (en daarmee behoud van vakkrachten) en maatregelen in het kader van duurzame inzetbaarheid. Ook zijn de eerste mensen van werk naar werk begeleid. De maatregelen ter bevordering van het aantal leerwerkplekken (BBL) starten veelal in september, conform de systematiek van de onderwijskalender. De sectoren en regio’s zijn nu druk bezig om de leerwerkplekken te werven.

Ter illustratie van het type ondersteuning dat medewerkers of ex-medewerkers dankzij een sectorplan krijgen, ga ik ook met deelnemers het gesprek aan over hun ervaringen. Ik heb bijvoorbeeld jongeren gesproken die dankzij de cofinanciering van hun leerwerkplek een plek hebben die er anders niet geweest zou zijn, met een bedrijf dat vanwege slechte marktomstandigheden afscheid heeft moeten nemen van een deel van zijn werknemers, waarvan het leeuwendeel ondanks de crisis via bijscholing en begeleiding in korte tijd een andere baan hebben gevonden. En een ontslagen werknemer die tijdens de periode van werkloosheid een aantal opleidingen heeft kunnen volgen en nu voor zichzelf is begonnen. Zonder cofinanciering van zijn opleiding, zou hij nu naar zijn eigen verwachting nog steeds aan het solliciteren zijn. En dan waren er de deelnemers met wie de ontmoeting niet doorging omdat ze door het mobiliteitscentrum een baan hebben gevonden en geen tijd vrij konden maken. Ook dat is een goed resultaat.

Voorbeelden van maatregelen in de sectorplannen

In de Bouw en Infra worden ruim 6.000 mensen van werk naar werk begeleid, 2.500 extra leerwerkplekken gecreëerd, 500 banen voor (langdurig) werklozen gerealiseerd en 2.500 leermeesters behouden voor de sector.

De sector welzijn & maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang zet in op (om)scholing van medewerkers, bewustwording van de verminderde kansen in de branches en begeleiding van de met ontslag bedreigde werknemers naar nieuw werk. Concreet worden in de kinderopvang 300 medewerkers naar ander werk begeleid en krijgen 150 pedagogisch medewerkers begeleiding naar werk in Duitsland waar een tekort is. In de welzijn en maatschappelijke dienstverlening worden 1.300 mensen naar ander werk begeleid en in de jeugdzorg 600.

In de procesindustrie gaat men onder andere 750 extra leerwerkplekken voor jongeren creëren en 300 mensen uit andere sectoren naar werk in de procesindustrie begeleiden. Een mooi initiatief van de procesindustrie is ook het versneld opleiden van 200 werkloze jongeren tot en met 27 jaar met een baangarantie. Jongeren met een moeizaam perspectief kunnen op deze wijze een tweede kans krijgen.

Sociale partners in de zorgsector gaan nauw met elkaar samenwerken bij de uitvoering van landelijke en regionale maatregelen, om de transities waar werknemers als gevolg van de hervormingen in de zorg de komende jaren mee te maken krijgen te helpen opvangen. De sociale partners van de verpleging verzorging en thuiszorg, de gehandicaptenzorg en de Geestelijke gezondheidszorg gaan mobiliteitstrajecten aanbieden aan 24.000 medewerkers die met werkloosheid bedreigd worden of die van intra- naar extramuraal moeten gaan werken. Regionale samenwerkingsverbanden van werkgevers en vakbonden gaan werknemers scholen naar een hoger niveau om hun inzetbaarheid te vergroten en ze gaan extra leerwerkplekken aanbieden aan jongeren.

In de installatiebranche zetten sociale partners zich ondermeer in op het realiseren van 2.800 extra leerwerkplekken. Ook worden 500 personen die werkloos zijn (45+) of met ontslag bedreigd worden opgeleid en bemiddeld naar een duurzaam baan in de metaal en techniek. Ook worden 1.900 werknemers toekomstgerichte scholing aangeboden.

Periodieke monitoring en evaluatie

In de regeling is voorzien dat deze in 2016 wordt geëvalueerd. In 2016 zal ik uw Kamer dan ook informeren over de uitkomsten daarvan. Aangezien de uitvoering van een aanzienlijk deel van de maatregelen dan nog loopt, zal dit logischerwijs een voorlopige evaluatie betreffen van de regeling cofinanciering Sectorplannen.

Daaraan voorafgaand zal ik uw Kamer twee keer per jaar (voorjaar en najaar) informeren over de voortgang van de uitvoering en de resultaten, waartoe ik quick scans laat uitvoeren. De resultaten van de eerste complete peiling ontvangt u dit najaar.

Tenslotte

Het is bemoedigend om te zien dat de sociale partners en andere partijen in veel sectoren en regio’s de urgentie van de problemen op de arbeidsmarkt onderkennen, analyseren en maatregelen nemen. Het grote aantal ingediende en goedgekeurde plannen getuigt ervan dat setoren en regio’s hard aan de slag zijn gegaan met het aanpakken van de knelpunten om de arbeidmarkt beter te laten functioneren.

De tweede indieningsperiode is inmiddels gestart op 1 april en loopt tot 31 mei 2014. Ik heb sectoren die nog geen plan hebben ingediend, opgeroepen om werk te maken van werk en een sectorplan in te dienen. Ik zal uw Kamer dit najaar wederom over de voortgang informeren.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

CBS, Statline

X Noot
2

Deze informatie is ook op de website van het Agentschap SZW te vinden: http://www.agentschapszw.nl/subsidies/cofinanciering-sectorplannen

X Noot
3

Grafiek 1 bevat een afgerond totaal, grafiek 2 de totaaltelling van het aantal deelnemers Zie bijlage 1 voor een overzicht van het aantal deelnemers per plan. Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
4

Dit is een indicatief percentage omdat maatregelen gericht op het vergroten van de instroom (zoals het vergroten van het aantal BBL plekken), ook open kunnen staan voor oudere werknemers en werklozen die via zij-instroom in de sector terechtkomen en gebruik maken van de mogelijkheid om bij te scholen. Andersom staan andere maatregelen zoals het in dienst nemen van kwetsbare groepen ook open voor jongeren.