Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333556 nr. 5

33 556 Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2013)

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 25 maart 2013

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

I

ALGEMEEN

2

     

1.

Inleiding

2

2.

Aanpassing Algemene kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met de verzekeringsplicht van in het buitenland wonende uitkeringsgerechtigden

3

3.

Aanpassing Algemene kinderbijslagwet, de Algemene Nabestaandenwet, de Algemene ouderdomswet, de Toeslagenwet, de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en bijstand, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Ziektewet in verband met verrekening van uitkeringen

3

4.

Aanpassing Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Toeslagenwet in verband met de afbouw van de algemene heffingskorting

4

5.

Aanspraken van werknemers van volkenrechtelijke organisaties op een uitkering op grond van de WW

5

6.

Beoordeling arbeidsgeschiktheid op grond van de Werkloosheidswet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

5

7.

Indexeringsbepaling Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES

5

8.

Aanpassing Wet arbeid en zorg in verband met het tijdstip van aanvragen van een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg

5

9.

Aanpassing Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Ziektewet in verband met de wetenschappelijke inzichten bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid

6

10.

Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met de handelwijze bij schuldige nalatigheid

6

11.

Aanpassing van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met het WAO-dagloon in het geval van meerdere rechten op een WAO-uitkering

6

12.

Aanpassing Wet ongevallenverzekering BES in verband met maximering van het dagloon

7

13.

Aanpassing Wet Participatiebudget in verband met het begrip «re-integratievoorziening» en de startkwalificatie

7

14.

Aanpassing Wet werk en bijstand in verband met het begrip medewerking bij de inlichtingenplicht, de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering en de langdurigheidstoeslag

7

15.

Aanpassing van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in verband met de hoogte van een IVA-uitkering bij twee aanspraken

8

16.

Overig

8

I. ALGEMEEN

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Verzamelwet SZW 2013, waarover zij enkele vragen hebben.

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de Verzamelwet SZW 2013. De PvdA is verheugd over de opgenomen maatregel om de heffingskorting in het referentieminimumloon te temporiseren. Deze leden hebben nog enkele vragen over het wetsvoorstel.

De leden van de PVV-fractie hebben kennis genomen van het onderhavige wetsvoorstel. Deze leden constateren dat het wetsvoorstel technische aanpassingen betreft, correctie van omissies en klein beleid en geen substantiële wijzigingen bevat. Tevens stellen zij vast dat het wetsvoorstel wordt gedragen door de uitvoerders (UWV, SVB en VNG). De leden van de PVV-fractie hebben nog enkele vragen over het wetsvoorstel.

De leden van de SP-fractie hebben de voorgestelde wetwijzigingen bestudeerd en hierover enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het onderhavige wetsvoorstel. Zij merken op dat de voorstellen niet alleen technisch van aard zijn, maar ook beleidsinhoudelijk. Zij hebben hierover nog een aantal vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van de voorgestelde Verzamelwet SZW 2013. Deze leden willen graag enkele vragen ter beantwoording aan de regering voorleggen.

2. Aanpassing kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met de verzekeringsplicht van in het buitenland wonende uitkeringsgerechtigden

De leden van de PVV-, CDA- en ChristenUnie-fracties vragen of de regering kan toelichten of de aanpassing van de omissie in de Algemene kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met de verzekeringsplicht van in het buitenland wonende uitkeringsgerechtigden leidt tot aanpassing van aanspraken? Indien dit het geval is, wat wijzigt er dan precies en welke financiële gevolgen hebben deze aanpassingen?

3. Aanpassing Kinderbijslagwet, de Algemene Nabestaandenwet, de Algemene ouderdomswet, de Toeslagenwet, de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en bijstand, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Ziektewet in verband met verrekening van uitkeringen

De leden van de VVD-fractie vragen of de regering kan toelichten of de voorgestelde wijzigingen ervoor zorgen dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) of een andere uitvoeringsorganisatie een vordering kan verrekenen met een uitkering of toeslag, die door een andere instantie (bijvoorbeeld een gemeente, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of de Belastingdienst) wordt uitgekeerd? Als dat niet kan, kan de regering toelichten of de regering van plan is dit in de toekomst wel mogelijk te maken?

De leden van de VVD-fractie willen graag weten wat de hoogte van het vrij te laten bedrag op dit moment is? Welke nadere regels kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gesteld? Kent de nog vorm te geven algemene maatregel van bestuur op dit vlak een voorhangprocedure? Waarom wordt er «op aanvraag» toegevoegd en wat betekent dit in de praktijk?

De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan toelichten welke concrete uitkeringen of toeslagen onder de voorgestelde wijziging ten aanzien van verrekening van een geldschuld met een uitkering vallen. Kan de regering een uitputtende lijst toevoegen bij de beantwoording? Kan de regering toelichten welke bestuursorganen precies onder de voorgestelde wetswijziging gaan vallen? Deze leden vragen voorts wat de precieze reikwijdte is van de voorgestelde wijziging. Vallen uitkeringen in het kader van bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag ook onder de onderhavige wetswijziging?

Ten aanzien van de gedeeltelijke vrijlating bij recidive in de Algemene kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet vragen de leden van de SP-fractie of de regering de voorgestelde ministeriële regelingen aan de Kamer kan toezenden voordat deze ministeriële regelingen in werking treden. Kan de regering voorts een aantal concrete praktijkvoorbeelden geven waarbij de voorgestelde regeling voordelig of juist nadelig is voor een uitkeringsgerechtigde, inclusief rekenvoorbeelden?

4. Aanpassing algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Toeslagenwet in verband met de afbouw van de algemene heffingskorting

De leden van de CDA-fractie constateren dat in het onderhavige wetsvoorstel de afbouwperiode van de heffingskorting wordt getemporiseerd. De oorspronkelijke afbouwperiode van 20 jaar wordt hierdoor verlengd naar 22 jaar. De regering kiest in dit wetsvoorstel voor een afbouw in halfjaarlijkse stappen van 1,25%. De leden van de CDA-fractie vragen de regering of zij overweegt deze maatregel in het kader van de bezuinigingsdoelstelling van de regering te herzien, aangezien met de temporisering een bedrag gemoeid is van 30 miljoen euro.

De leden van de SP-fractie vragen wat de reden is dat de temporisering van de afbouw van de overdraagbare algemene heffingskorting slechts voor vier jaar wordt ingevoerd en niet voor de volledige periode zoals werd voorgesteld in het wetsvoorstel tot geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot een keer de algemene heffingskorting met uitzondering van het referentieminimumloon voor de Algemene Ouderdomswet (32 777). Welke maatregelen neemt de regering om de overige inkomensdaling vanwege de geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot een keer de algemene heffingskorting – de overige 2,5% – te compenseren? Wat is de reden dat de periode van de looptijd van de geleidelijke afbouw is verlengd met twee jaar? Deze leden vragen voorts of de regering de cumulatieve inkomenseffecten van voorgestelde wetswijziging en het wetsvoorstel tot geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot een keer de algemene heffingskorting met uitzondering van het referentieminimumloon voor de Algemene Ouderdomswet voor de komende 22 jaar in een overzicht kan weergeven, zowel in nettobedragen als in percentages, voor alleenstaande, alleenstaande ouders en paren.

De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het wetsvoorstel tot geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot een keer de algemene heffingskorting met uitzondering van het referentieminimumloon voor de Algemene Ouderdomswet voorzag in een daling van het aantal bijstandsgerechtigden met 15.000 huishoudens. Kan de regering toelichten wat voorgestelde wetswijziging betekent voor het volume van het aantal bijstandsgerechtigden en het recht op inkomensondersteunende voorzieningen? Wat zijn de precieze effecten van voorgestelde wijziging op de armoedeval?

Wat zijn de precieze gevolgen van de onderhavige wetswijziging voor de Toeslagenwet, de Wajong, de WAO, de WIA en de WW? Hoeveel personen krijgen een recht op een uitkering door de voorgestelde wetwijziging?

Deze leden vragen of de regering de effecten – van de afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot een keer de algemene heffingskorting – op het sociaal minimum en het wettelijk minimumloon in een grafiek kan weergeven voor de komende 20 jaar (met inbegrip van wetsvoorstel 32 777)?

5. Aanspraken van werknemers van volkenrechtelijke organisaties op een uitkering op grond van de WW

Kan de regering aan de leden van de VVD-fractie toelichten hoe de vrijwillige WW-verzekering eruit ziet? Wat zijn de kosten en welke mate van verzekering, wat betreft de hoogte van de uitkering, de duur en de opbouw, wordt dan geboden?

De leden van de SP-fractie vragen of de regering kan uiteenzetten hoeveel Nederlanders werken bij een volkenrechtelijke organisatie. Kan de regering voorts toelichten hoeveel Nederlandse werknemers van volkenrechtelijke organisaties per jaar aanspraak maken op de Nederlandse WW-uitkering? De leden vragen de regering uiteen te zetten waarom de regering ervoor kiest de Nederlandse werknemers van volkenrechtelijke organisaties uit te sluiten van een Nederlandse WW-uitkering in plaats van het kiezen voor het invoeren van een werkgeverspremie voor deze organisaties. Ziet de regering belemmeringen voor het invoeren van een werkgeverspremie voor volkenrechtelijke organisaties?

6. Beoordeling arbeidsgeschiktheid op grond van de Werkloosheidswet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

De leden van de VVD-fractie constateren dat de regering bij artikel VI, onderdeel B, toelicht dat wanneer een betrokkene wegens medische redenen niet kan werken er door de huidige regelgeving de omvang van de uitkering op grond van de WW verlaagd zou worden, terwijl dit niet gewenst is. Kan de regering toelichten aan de leden van de VVD-fractie om hoeveel personen het hier gaat? Wat zijn de kosten van de voorgestelde aanpassing?

De leden van de SP-fractie vragen of de regering een vergelijking kan geven van uitgewerkte praktijkvoorbeelden van personen, die minder dan 35% arbeidsongeschikt worden geacht en in de huidige situatie verminderd beschikbaar zijn, en personen na het aanpassen van de wet, wanneer er gekeken zal worden naar het aantal belastbare uren in plaats van het aantal gewerkte uren van voor het arbeidsurenverlies.

7. Indexeringsbepaling Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES

De leden van de VVD-fractie vragen de regering welk bedrag gemoeid is met de voorgestelde wijziging van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES.

8. Aanpassing Wet arbeid en zorg in verband met het tijdstip van aanvragen van een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg

De leden van de VVD-fractie vragen waarom de regering bij de voorgestelde wijziging van de Wet arbeid en zorg kiest voor een periode van terugwerkende kracht van een jaar. Is het niet beter om helemaal geen periode van terugwerkende kracht te hanteren? Naar de mening van deze leden moeten mensen gewoon voordat gebruik wordt gemaakt van een uitkering dit aangeven.

9. Aanpassing Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Ziektewet in verband met de wetenschappelijke inzichten bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid

De leden van de VVD-fractie steunen het voornemen om de verplichting om de protocollen vast te leggen in een ministeriële regeling te laten vervallen. Wel vinden zij – met de regering – dat gehandhaafd moet worden dat bij de beoordeling gebruikt wordt gemaakt van (de laatste) wetenschappelijke inzichten. Hoe wordt dit gewaarborgd?

De leden van de PvdA-fractie vragen ten aanzien van het voorstel tot het vervallen van de huidige Regeling verzekeringsgeneeskundige protocollen wat destijds de inzichten waren om een geneeskundig protocol vast te leggen in een ministeriële regeling? Zijn de wetenschappelijke inzichten inmiddels éénduidig? Zo nee, hoe wil de regering dan gaan handhaven?

De leden van de SP-fractie vragen of de medische protocollen openbaar gemaakt worden als deze protocollen niet meer in een ministeriële regeling worden vastgelegd. Welke juridische status hebben de protocollen als zij niet in een ministeriële regeling worden vastgelegd? Waar zullen de protocollen te vinden zijn en hoe kunnen de belanghebbenden weten of zij over het meest recente protocol beschikken?

10. Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met de handelwijze bij schuldige nalatigheid

De leden van de PvdA-, PVV-, CDA- en ChristenUnie-fracties vragen of de regering nader kan toelichten in hoeveel gevallen het UWV naar verwachting een opslag van 5% zal opleggen na de inwerkingtreding van de voorgestelde wijziging? De leden van de PvdA- en PVV-fracties vragen voorts wat de verwachting is van de regering over het aantal gevallen van toegenomen beroep op schuldige nalatigheid in de situatie na de voorgestelde wijzigingen.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering welk effect de regering verwacht van deze maatregel op het aantal geregistreerde premieplichtigen, waarbij sprake is van schuldige nalatigheid.

11. Aanpassing van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in verband met het WAO-dagloon in het geval van meerdere rechten op een WAO-uitkering

De leden van de VVD-fractie hebben de volgende vragen over dit onderdeel. Wanneer ontstaat er een nieuw recht op WAO-uitkering? Wat bedoelt regering met de opmerking dat dit recht niet ontstaat omdat de betrokkene reeds een WAO-uitkering heeft? Kan de regering verder aan de leden van de VVD-fractie toelichten wat wordt bedoeld met een niet-ontstane (tweede) uitkering? In welke situaties kan deze ontstaan en wanneer kan er sprake zijn van een hogere tweede uitkering?

De leden van de SP-fractie vragen wat dit onderdeel van het wetsvoorstel betekent voor de praktijk. Kan de regering voorbeelden geven waarbij de voorgestelde regeling voordelig of juist nadelig is voor een WAO-gerechtigde?

12. Aanpassing Wet ongevallenverzekering BES in verband met maximering van het dagloon

De leden van de VVD-fractie vragen ten aanzien van dit onderdeel of de regering overleg heeft gevoerd over de wijziging van deze wet met de bestuurscolleges van Caribisch Nederland, zoals de Raad van State in haar advies verzoekt. Zo nee, waarom is hier niet toe besloten? Zo ja, wat is de reactie van de desbetreffende bestuurscolleges?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering de bestuurscolleges van Caribisch Nederland inmiddels heeft geïnformeerd over de voorgestelde wijziging van de Wet ongevallenverzekering BES. Zo nee, op welk termijn worden de bestuurscolleges van Caribisch Nederland geïnformeerd?

13. Aanpassing Wet Participatiebudget in verband met het begrip «re-integratievoorziening» en de startkwalificatie

Ten aanzien van artikel XIX, onderdeel A, begrijpen de leden van de VVD-fractie de keuze van de regering om hier alle voorzieningen te noemen, inclusief sociale activering. Kan de regering aan de leden van de VVD-fractie bevestigen dat het hier enkel om een breder arsenaal aan re-integratiemiddelen gaat dat binnen de financiële grenzen van het participatiebudget aangewend kan worden?

Kan de regering aan de leden van de VVD-fractie nader toelichten waarom de regering kiest voor de uitbreiding in artikel XIX, onderdeel B? Betekent dit dat er enkel re-integratiemiddelen worden ingezet voor deze groep om een startkwalificatie te behalen? Hoe wordt in de gaten gehouden of deze middelen daadwerkelijk tot een startkwalificatie leiden? Aan welk soort activiteiten kan worden gedacht?

De leden van de SP-fractie vragen of het waar is dat er met dit onderdeel van de onderhavige wetswijziging meer groepen schoolverlaters een beroep moeten doen op een beperkter budget. Kan de regering uiteenzetten hoe zij concurrentie tussen groepen schoolverlaters gaat voorkomen? Kan de regering een overzicht geven van het budget van de Participatiewet (uitgesplitst naar onderdelen) voor de komende vijf jaar?

14. Aanpassing Wet werk en bijstand in verband met het begrip medewerking bij de inlichtingenplicht, de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering en de langdurigheidstoeslag

De leden van de VVD-fractie vernemen ten aanzien van het voorgestelde artikel XXII, onderdeel A, graag van de regering wat de sancties zijn als iemand zich niet aan het voorgestelde tweede lid van artikel 17 van de WWB houdt.

Deze leden benadrukken ten aanzien van het voorgestelde artikel XXII, onderdeel C, dat bijzondere bijstand niet is bedoeld om inkomenspolitiek te bedrijven. De voorgestelde uitbreiding geeft de bijstandsgerechtigde extra inkomen, dat ook voor andere zaken aangewend kan worden, terwijl deze voorziening wat de leden van de VVD-fractie betreft enkel gericht zou moeten zijn op de zorgverzekering. Het is in de visie van deze leden immers van belang dat mensen een zorgverzekering hebben. Deze leden vragen de regering dan ook of dit niet anders kan worden vormgegeven, bijvoorbeeld door deze bijdrage dan rechtstreeks over te maken aan de zorgverzekeraar?

Met betrekking tot het voorgestelde artikel XXII, onderdeel D, vragen de leden van de VVD-fractie de regering of het vervallen van het huidige vierde lid van artikel 36 van de WWB ertoe leidt dat langdurigheidstoeslag niet meer met terugwerkende kracht verleend kan worden.

De leden van de PvdA- en PVV-fracties vragen de regering ten aanzien van de voorstellen aangaande de aanpassing van de WWB nader toe te lichten welke gevolgen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ten aanzien van de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering heeft gehad op de uitkeringsverstrekkingen.

Tevens hebben deze leden een vraag over de voorgestelde delegatiebepalingen. Op welke manier gaat de regering de regels ten aanzien van de verstrekking van inlichtingen en inzage in gegevens en bescheiden door het UWV nader uitwerken bij ministeriële regeling?

Kan de regering nader toelichten aan de leden van de PVV- en de SP-fracties welke gevolgen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ten aanzien van het begrip «onvoldoende medewerking verlenen» bij de inlichtingenplicht heeft gehad op de uitkeringsverstrekkingen?

De leden van de SP-fractie vragen daarbij voorts hoeveel uitkeringsgerechtigden hierdoor geen maatregel hebben ontvangen, terwijl zij dat met voorgestane wetwijziging wel zouden krijgen.

De leden van de SP-fractie constateren dat de regering voorstelt om de verplichtingen in de WWB aan te scherpen. Is dit de «maatregel aanscherpen verplichtingen WWB» zoals opgenomen in het regeerakkoord? Zo nee, welke maatregelen kan de Kamer in de uitwerking daarvan verwachten? Kan de regering toelichten waarom de regering kiest voor repressieve maatregelen en niet voor preventieve maatregelen en maatwerk? Deelt de regering de mening dat het wenselijker is dat er vanuit de gemeenten eerst het gesprek wordt aangegaan met bijstandsgerechtigden wanneer zij «onvoldoende medewerking verlenen» in plaats van direct een strafkorting te presenteren? Kan de regering haar standpunt hierover toelichten?

15. Aanpassing van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen in verband met de hoogte van een IVA-uitkering bij twee aanspraken

Kan de regering aan de leden van de VVD-fractie nader toelichten wat wordt bedoeld met een niet-ontstane (tweede) uitkering? In welke situaties kan deze ontstaan en wanneer kan er sprake zijn van een hogere tweede uitkering?

Deze leden vragen voorts of het voorgestelde artikel XXIII, onderdeel D enkel een technische wijziging betreft of dat er door de gewijzigde verordening ook beleidswijzigingen worden doorgevoerd.

16. Overig

De leden van de VVD-fractie vragen de regering nader toe te lichten waarom artikel VI, onderdeel G, wordt voorgesteld. Deze leden vragen of de regering kan toelichten of hier sprake is van een inhoudelijke beleidswijziging. Zo ja, waar gaat het hier om?

De leden van de CDA-fractie willen verder aandacht vragen voor de veranderingen in de regels rond de kinderopvangtoeslag. Per 2013 zijn de regels rondom het zijn van toeslagpartner veranderd. Hierdoor is het in veel gevallen zo dat als een alleenstaand ouder met kinderen bij de alleenstaande grootouder intrekt, de grootouder als toeslagpartner wordt gezien. De hoogte van de toeslagen wordt dan gezamenlijk berekend. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moeten beide toeslagpartners werken. Als de grootouder gepensioneerd is vervalt het recht op kinderopvangtoeslag. Een ongewenst bijeffect van deze regeling is, zo vinden deze leden, dat als de grootouder te oud of te zwak is om de kleinkinderen op te vangen, er geen recht op kinderopvangtoeslag is. Deze leden merken op dat er in het verleden voor de huurtoeslag voor een soortgelijke situatie een oplossing is bedacht. Als iemand door de andere bewoner van het adres wordt verzorgd, en hiermee opname in een verpleeghuis wordt voorkomen, dan kan er via een hardheidsclausule op grond van de AWIR (algemene wet inkomensafhankelijke regelingen) een verzoek gedaan worden om het inkomen van de verzorgende huisgenoot niet mee te tellen. De leden van de CDA-fractie pleiten ervoor om ook voor de kinderopvangtoeslag een dergelijke hardheidsclausule toe te passen. Het kan niet zo zijn dat van de samenleving wordt gevraagd om ouderen thuis te verzorgen, zo mogelijk door mantelzorgende kinderen, en deze kinderen vervolgens te confronteren met het feit dat ze geen kinderopvangtoeslag meer krijgen. Daarom ontvangen deze leden graag een reactie op de vraag of de regering bereid is om voor de kinderopvangtoeslag eenzelfde regeling te treffen, zoals deze bestaat bij de huurtoeslag.

De leden van de CDA-fractie wijzen er voorts op dat sinds 1 januari 2012 het niet meer mogelijk is om jaarlijks de kinderopvangtoeslag terug te vragen. Dit kan alleen nog maar maandelijks, met een terugwerkende kracht van een maand. Naar nu blijkt waren veel mensen hiervan niet op de hoogte, doordat zij hier hierover niet goed zijn geïnformeerd door de Belastingdienst. Zij lopen nu soms duizenden euro’s mis. De leden van de CDA-fractie vragen de regering voor de mensen, die gewend waren jaarlijks achteraf kinderopvangtoeslag terug te vragen en niet wisten dat zij dat dit voortaan maandelijks moeten doen een overgangsrecht toe te passen voor het jaar 2012 en 2013.

De leden van de CDA-fractie stellen voorts vast dat aan artikel 77 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de bevoegdheid wordt toegevoegd om bij ministeriële regeling nadere regels te stellen over de verstrekking van inlichtingen en de inzage in gegevens en bescheiden door het UWV. De leden van de CDA- en ChristenUnie-fracties vragen welke regels ten aanzien van de verstrekking van inlichtingen en inzage in gegevens en bescheiden door het UWV de regering voornemens is nader uit te werken. De leden van de CDA- en ChristenUnie-fracties vragen voorts op welke manier de regering de regels ten aanzien van de verstrekking van inlichtingen en inzage in gegevens en bescheiden door het UWV nader gaat uitwerken bij ministeriële regeling.

De leden van de SP-fractie verzoeken de regering van alle voorgestelde wetwijzigingen de impact van de maatregelen op de koopkracht toe te lichten en overzichtelijk aan de Kamer te doen toekomen. Kan de regering per afzonderlijke wetswijziging toelichten hoeveel personen en/of huishoudens het betreft?

De leden van de SP- en ChristenUnie-fractie vragen of de regering nader kan toelichten of de onderdelen van de voorgestelde wetgeving, die met terugwerkende kracht ingaan, gevolgen heeft voor bestaande uitkeringen? Zo ja welke gevolgen zijn dat en hoe groot zijn de effecten? Zo nee, waarom niet?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen op welke wijze zal de communicatie plaatsvinden over de voorgenomen wijzigingen en in het bijzonder over de wijzigingen, die met terugwerkende kracht worden voorgesteld.

Voorts vragen deze leden of de regering nader kan toelichten welke concrete regels en verplichtingen de regering verwacht te stellen bij de voorgestelde ministeriële regeling over de uitvoering van de compensatieregeling.

De voorzitter van de commissie, Van der Burg

Adjunct-griffier van de commissie, Lips