Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333541 nr. 16

33 541 Wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren

Nr. 16 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 25 juni 2013

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I, onderdeel J, punt 3, komt te luiden:

3. In het tweede lid (nieuw) wordt «Het in het tweede lid, onderdeel e, genoemde bedrag kan» vervangen door: De in het tweede lid, onderdeel e, genoemde bedragen kunnen.

B

Artikel I, onderdeel UU, komt te luiden:

UU

Na artikel 2.137, tweede lid, wordt een lid toegevoegd, dat luidt:

3. De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt de regels in acht nemen.

C

In artikel I, onderdeel LLLL, wordt in artikel 9.10 «en genootschappen op geestelijke grondslag» vervangen door:, genootschappen op geestelijke grondslag en rechtspersonen waarin twee of meer van deze genootschappen samenwerken.

D

In artikel I, onderdeel LLLL, wordt in artikel 9.12, eerste lid, onderdeel a, «het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f» vervangen door: het totaal van de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid.

E

In artikel I, onderdeel LLLL, wordt na artikel 9.13 een nieuwe afdeling ingevoegd, die luidt:

AFDELING 9.2.7. OVERGANGSRECHT VRIJSTELLING OVERDRACHTSBELASTING

Artikel 9.14

1. Van overdrachtsbelasting zijn vrijgesteld verkrijgingen van onroerende zaken en de rechten waaraan deze zijn onderworpen, bij vorming van een omroeporganisatie als bedoeld in artikel 9.7, aanhef en onderdelen b en c.

2. Het eerste lid is alleen van toepassing als de onroerende zaken en de rechten waaraan deze zijn onderworpen uiterlijk 1 juli 2015 worden verkregen vanwege fusie tot een omroepvereniging of oprichting van een samenwerkingsomroep.

3. Als onroerende zaken en de rechten waaraan deze zijn onderworpen, die zijn verkregen onder toepassing van het eerste en tweede lid, als gevolg van het niet finaal tot stand komen van een omroeporganisatie worden verkregen door de inbrenger, is die verkrijging vrijgesteld van overdrachtsbelasting.

Toelichting

Onderdelen A en B

De wijzigingen die in deze onderdelen zijn opgenomen zijn van technische aard. De wijzigingsopdrachten worden aangepast aan de geldende wettekst, wat ten onrechte niet het geval was.

Onderdeel C

Artikel 9.10 van het wetsvoorstel wordt gecompleteerd met de categorie aangewezen rechtspersonen waarin twee of meer genootschappen samenwerken.

Onderdeel D

De verwijzing naar artikel 2.149 wordt verbeterd, en in overeenstemming gebracht met de toelichting op het wetsvoorstel dat het fusiebudget vijf procent van het totale budget voor de landelijke publieke omroep betreft.

Onderdeel E

Omroepverenigingen kunnen onroerende zaken en de rechten waaraan deze zijn onderworpen (hierna: onroerende zaken) bezitten, waardoor bij een overdracht van die onroerende zaken in het kader van het vormen van een omroeporganisatie een heffingsmoment voor de overdrachtsbelasting ontstaat.

Gelet op de voorgestelde artikelen 2.23, 2.24 en 2.24a van de Mediawet 2008 kunnen twee of meer omroepverenigingen omwille van erkenningverlening ervoor kiezen om voor het vormen van een omroeporganisatie als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, volledig met elkaar te fuseren tot een nieuwe omroepvereniging. Of zij kunnen ervoor kiezen om de verenigingen in stand te laten en met elkaar een samenwerkingsomroep op te richten.

Het vormen van een nieuwe omroeporganisatie vanwege de eerstvolgende erkenningverlening, is aan de orde bij de omroepverenigingen die zijn opgesomd in artikel 9.7, onderdelen b en c. Gelet op het feit dat in die gevallen de overdracht rechtstreeks voortvloeit uit een verplichting die de wetgever zelf heeft opgelegd, budgettaire opbrengst niet is beoogd en de bestaande vrijstellingen in de overdrachtsbelasting niet in alle gevallen soelaas bieden, is in het voorgestelde artikel 9.14 een vrijstelling opgenomen voor de als gevolg van de verkrijging van onroerende zaken verschuldigde overdrachtsbelasting (eerste lid).

De vrijstelling geldt alleen voor onroerende zaken die op het moment van overdracht vanwege fusie tot een nieuwe omroepvereniging (artikel 2.24) of de oprichting van een samenwerkingsomroep (artikel 2.24a) reeds in bezit zijn van een omroepvereniging als bedoeld in artikel 9.7, onderdelen b en c, of een opvolgende rechtspersoon. Onroerende zaken die buiten beide varianten voor de vorming van een omroeporganisatie om worden verkregen door de omroeporganisatie, zijn niet vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Voorts geldt deze vrijstelling uitsluitend tot 1 juli 2015. Dit is de (beoogde) laatst mogelijke datum waarop de omroeporganisaties kunnen worden erkend, en waarna redelijkerwijs geen fusie of oprichting van een samenwerkingsomroep meer het geval kan zijn voor de periode 2016–2021 (tweede lid).

Wanneer de vorming van een omroeporganisatie niet wordt voltooid en in dat kader onroerende zaken terug worden overgedragen aan de oorspronkelijke inbrenger (bijvoorbeeld door een ontbindende voorwaarde in de betreffende akte) dan is ter zake van de verkrijging van die onroerende zaken door de oorspronkelijke inbrenger geen overdrachtsbelasting verschuldigd (derde lid).

Bij deze nota van wijziging is de Staatssecretaris van Financiën betrokken.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker