Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033529 nr. 702

33 529 Gaswinning

Nr. 702 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 november 2019

In het Algemeen Overleg Mijnbouw / Groningen op 27 november jl. heb ik aan het lid Dik-Faber (CU) toegezegd op korte termijn uw Kamer schriftelijk te informeren over het bedrag van € 5,4 mln. dat is uitgetrokken voor sociale en emotionele ondersteuning van bewoners en over financiering van geestelijke verzorging in het Groningse aardbevingsgebied.

In het Bestuurlijk Overleg van 5 juni jl. hebben Regio en Rijk afgesproken om samen € 5,4 mln. in te zetten voor de sociale en emotionele ondersteuning van inwoners (Kamerstuk 33 529, nr. 664). Dit bedrag wordt via een decentralisatieuitkering overgeboekt aan gemeenten. Dit besluit is mede genomen om opvolging te geven aan het GGD-rapport «Aanpak gezondheidsgevolgen aardbevingen» van 12 maart 2019. Dit betekent overigens niet op voorhand dat dit geld per se door of via de GGD moet of zal worden besteed. Hier worden bijvoorbeeld ook aardbevingscoaches uit gefinancierd.

Ook geestelijk verzorgers kunnen een belangrijke rol spelen bij de aanpak van de sociale en emotionele gevolgen van de aardbevingsproblematiek. Geestelijk verzorgers kunnen zoals gesteld bijdragen aan verbetering van de gezondheidssituatie op de langere termijn. Dit past zodoende goed bij de doelen van het genoemde bedrag van € 5,4 mln. en van het Nationaal Programma Groningen (NPG).

In aanvulling op de € 5,4 mln. heeft het Rijk specifiek voor geestelijk verzorging in het aardbevingsgebied voor de jaren 2019–2022 een bedrag van in totaal € 300.000,– vrijgemaakt. Van dit bedrag zijn extra geestelijk verzorgers aangesteld die met een bus door het gebied rijden om bewoners te spreken en te ondersteunen.

Het kabinet en de regionale bestuurders hebben er bewust voor gekozen om besluitvorming over precieze aanwending van middelen uit het NPG primair bij de aardbevingsgemeenten zelf te beleggen. Zij hebben immers het beste zicht op waar de behoeften van hun inwoners liggen. Ik wil dit respecteren.

Zoals gemeld bij brief van 14 november jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 696) is de bijdrage die geestelijke verzorging kan leveren aan de sociale en psychische leefbaarheid in Groningen onder de aandacht gebracht van het bestuur van het Nationaal Programma Groningen (NPG). Het NPG heeft laten weten binnen het bestuur de mogelijkheden te bespreken. Ik zeg hierbij toe dat ik uw verzoek ook vanuit mijn rol als bestuurder van het NPG expliciet onder de aandacht zal brengen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops