Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933529 nr. 528

33 529 Gaswinning

Nr. 528 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 oktober 2018

Vandaag hebben het kabinet en regionale bestuurders afspraken gemaakt over de start van een Nationaal Programma Groningen1 met een perspectief tot 2040. Met dit programma zorgen we gezamenlijk dat Groningen een toekomstbestendig en leefbaar gebied blijft, met behoud van de eigen identiteit, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Het Rijk en NAM investeren via dit programma € 1,15 miljard in Groningen.

De gaswinning uit het Groningenveld wordt de komende jaren in forse stappen teruggebracht en zal rond het jaar 2030 volledig zijn beëindigd. Daarmee is uitzicht op een veilig Groningen ontstaan. Rijk en regio willen de kansen die dit nieuwe, aardgasloze perspectief biedt maximaal en in gezamenlijkheid benutten. Met deze gezamenlijke aanpak levert het programma een bijdrage aan het oplossen van vraagstukken die in heel Nederland spelen: demografische veranderingen, de energietransitie en de economische uitdagingen rond digitalisering en vergroening.

Daarom heeft het kabinet, gelijktijdig met het besluit om de gaswinning te beëindigen, de afspraak gemaakt om een substantiële, meerjarige bijdrage te leveren aan een toekomstbestendig Groningen2. Met de investering in het Nationaal Programma Groningen komt het kabinet aan deze toezegging tegemoet. Het bedrag van € 1,15 miljard wordt aangevuld met cofinanciering vanuit andere publieke en private middelen.

De tien burgemeesters van de aardbevingsgemeenten3, de Commissaris van de Koning in Groningen, gedeputeerden, de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Waterstaat, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Volksgezond, Welzijn en Sport, de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, de staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat, en ikzelf hebben bijgaand startdocument vandaag vastgesteld. Mede namens deze bewindspersonen bied ik uw Kamer dit stuk hierbij aan.

Bouwstenen voor een Nationaal Programma

Met het bijgevoegde document leggen de provincie Groningen, de betrokken gemeenten en het Rijk hun afspraken op hoofdlijnen vast over de doelen, structuur en financiering van een Nationaal Programma Groningen. Het realiseren van de ambitieuze doelstellingen is alleen mogelijk met inzet van de creativiteit en denkkracht van regionale overheden, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dit startdocument geldt dan ook als uitnodiging aan hen om een bijdrage te leveren aan de verdere invulling van het toekomstperspectief voor Groningen. In het verdere proces draag ik er met de medeoverheden zorg voor dat er ruimte is voor de inbreng van deze partijen.

De doelen van het Nationaal Programma en de verbindingen met bestaande programma’s worden in onderling overleg de komende tijd verder uitgewerkt. In het startdocument is al een aantal projecten op hoofdlijnen geschetst om een indruk te geven van waar de gedachten naar uitgaan. Ook de governance en de specifieke eisen waar de projecten en programma’s aan gaan voldoen worden nader uitgewerkt. Over deze uitwerking zal ik uw Kamer in de komende maanden informeren.

Het Nationaal Programma bouwt waar mogelijk voort op bestaande initiatieven die bijdragen aan een krachtig Groningen zoals het Erfgoedprogramma, het Scholenprogramma, het Zorgprogramma en het 1.000-banenplan. Verder is er samenhang met de uitvoering van de batch van 1.588 adressen uit de gebiedsgerichte versterkingsaanpak in het kader van stads- en dorpsvernieuwing.

Programmalijnen

Het programma wordt ingedeeld langs drie programmalijnen die gezamenlijk het gewenste perspectief ondersteunen:

  • Groningse kracht en trots, gericht op toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke en leefbare omgeving met voldoende voorzieningen. Welzijn, leefbaarheid, leefomgeving en gezondheid – zowel fysiek als mentaal – staan hierbij centraal.

  • Groningse natuur, energie en klimaat, gericht op de energietransitie en klimaatadaptatie door het inpassen van de duurzame productie van energie in het landschap, het klimaatbestendig inrichten van het landschap en het verduurzamen van de landbouw. Een belangrijke ambitie is om niet alleen Groningen maar ook andere delen van het land van (duurzame) energie te blijven voorzien.

  • Groningse economie en arbeidsmarkt, gericht op het creëren van een toekomstbestendige regionale economie. Dit gaat over het stimuleren van innovatie en kansrijke sectoren, maar ook om de aansluiting van werk en vaardigheden. Infrastructuur en bereikbaarheid zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden.

De gemeenten, de provincie en het Rijk committeren zich gezamenlijk aan het programma als geheel. Bij de uitvoering zullen de rol en betrokkenheid van de verschillende overheden en de mogelijkheden voor cofinanciering per programmalijn uiteenlopen. In de programmalijn «kracht en trots» ligt bijvoorbeeld een belangrijke rol voor de gemeente voor de hand, gezien haar algemene verantwoordelijkheid voor sociaal-maatschappelijk welzijn en de leefomgeving, terwijl in de lijn «economie en arbeidsmarkt», waar onder meer bereikbaarheid onder valt, een prominentere rol voor de provincie voor de hand ligt.

Start in 2018

Vooruitlopend op de nadere uitwerking van het Nationaal Programma in de komende maanden zal getracht worden om binnen iedere programmalijn nog dit jaar een aantal projecten te starten. Op grond van de afspraken in het regeerakkoord is hiervoor in 2018 € 50 miljoen beschikbaar op de Rijksbegroting. Dit bedrag is onderdeel van het totaal van € 1,15 miljard. Gesprekken over de mogelijkheden vinden momenteel plaats tussen Rijk en regio.

De regio beoogt om binnen de lijn Kracht en trots te investeren in het trainen van wijkteams voor ondersteuning bij sociale, mentale en gezondheidsklachten, op basis van het Plan van Aanpak gezondheidsgevolgen bij aardbevingen dat de GGD in opdracht van NCG heeft opgesteld. Daarmee kan uitvoering worden gegeven aan de gewijzigde motie-Dik-Faber/Wassenberg4 waarmee is verzocht om regie ten behoeve van een samenhangende aanpak bij de besteding van het geld voor geestelijke zorg. Verder wil de regio snel starten met investeren in Overschild; de door de bewoners opgestelde visie bevat hiervoor elementen op het op het vlak van leefbaarheid, wonen en erfgoed die op korte termijn in uitvoering kunnen worden genomen. Daarnaast is voor de komende drie jaar € 100.000,– per jaar beschikbaar gesteld voor een interlevensbeschouwelijk team van geestelijk verzorgers. Daarmee geef ik uitvoering aan het verzoek daartoe in de motie-Dik Faber c.s.5

Voor de doelen in de lijn Energie en klimaat worden investeringen voorgesteld voor de oprichting van een testcentrum waterstof voor de ontwikkeling van technologie en toepassingen van waterstof als brandstof. Voor investeringen in Economie en arbeidsmarkt wordt onder andere ophoging van het plafond van de Regionale Investeringssteun Groningen (RIG) gericht op vergroening van de industrie en chemie overwogen. Zodra hierover besluitvorming over heeft plaatsgevonden, informeer ik uw Kamer.

Financiering, governance en organisatie

Van Rijkszijde is, inclusief de bijdrage van NAM, in totaal € 1,15 miljard beschikbaar. Deze bijdrage wordt gezien als investeringsbudget om investeringen aan te jagen en mogelijk te maken. Bij de investering van deze middelen zal altijd sprake zijn van cofinanciering met andere publieke middelen (provincie, gemeenten, Rijk, waterschappen) en/of met private middelen. De hoogte daarvan zal per programmalijn verschillen. De wijze waarop en voorwaarden waaronder de middelen vanuit het Rijk beschikbaar worden gesteld, wordt nog nader uitgewerkt. Ik verwacht uw Kamer hierover in de komende maanden te kunnen informeren. Uiteraard zal de besteding van Rijksmiddelen volgens de gebruikelijke procedures van de begrotingscyclus aan uw Kamer worden verantwoord.

De uitgangspunten, rolverdeling en organisatie van de aansturing zijn uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 3 van bijgevoegd stuk. Het spreekt voor zich dat resultaatgerichtheid en doelmatigheid daarbij centraal staan. Van belang is daarnaast dat vooraf de rollen en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen scherp zijn gedefinieerd. Per programmalijn worden de criteria voor concrete projecten nader uitgewerkt. Getoetst zal in ieder geval worden op de inhoudelijke bijdrage aan de doelen van de programmalijn, betrokkenheid en ondersteuning van de beoogde samenwerkingspartijen en op de uitvoerbaarheid en doelmatigheid van een project. Het Nationaal Programma voorziet in een herijkingsmoment over vier jaar. Op basis hiervan maken de overheidspartijen nieuwe afspraken.

Tot slot

Rijk en regio zijn in onderling overleg tot een samenhangend programma gekomen om nieuw toekomstperspectief te realiseren voor en met de inwoners van Groningen. Met dit programma worden de uitdagingen en ambities in Groningen verbonden met nationale uitdagingen en ambities, zodat deze elkaar kunnen versterken. Dit geldt in het bijzonder voor de energietransitie, de overgang van de oude op fossiele brandstof gebaseerde economie naar een duurzame economie op basis van hernieuwbare energiebronnen. Maar ook voor het effectief benutten en inpassen van andere transities – verstedelijking, digitalisering, veranderende behoeftes op de arbeidsmarkt – kunnen we met dit programma in Groningen ervaringen opdoen waar de rest van Nederland zijn voordeel mee kan doen. Wij nodigen de inwoners van Groningen uit om mee te denken en mee te praten over het vormgeven van die toekomst.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Zie Kamerstuk 33 529, nr. 457

X Noot
3

Appingedam, Bedum, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Loppersum, Midden-Groningen, Ten Boer en Winsum

X Noot
4

Kamerstuk 33 529, nr. 450

X Noot
5

Kamerstuk 34 957, nr. 38